18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/206HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. ACADEMISCH ZIEKENHUIS LEIDEN, optredend onder de naam LEIDS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM, gevestigd te Leiden, 2. [eiseres tot cassatie sub 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:197 BW
Genoemd in 16 uitspraken · Officiële wettekst
16 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
inzake de verklaring voor recht dat tussen man en jongmeerderjarige een familierechtelijke relatie bestaat die voor erkenning in Nederland in aanmerking komt; beantwoording van de vraag of/onder welke voorwaarden(n) het in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeit (de geboorte
Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Biologische vader die zijn kind niet heeft erkend is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de voogdij van een gecertificeerde instelling, omdat hij geen bloedverwant van het kind is.
Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Familierecht. Ontkenning van vaderschap van staande huwelijk geboren kind; verzoek man tot bevel DNA-onderzoek, afdwingbaarheid medewerking moeder; cassatie, ontoelaatbaar feitelijk novum.
Kind erft van biologische vader, terwijl hij een andere juridische vader heeft. Geen recht op kindvrijstelling en tariefgroep 1 van de Successiewet. Artikel 2, derde lid, letter i van de AWR knoopt voor het begrip kind weliswaar aan bij bloedverwantschap, maar de rechtbank is van
Artikelen 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto 1:245, vijfde lid BW; Analoge toepassing van het bepaalde in artikel 1:253t BW bij het toekennen van gezamenlijk ouderlijk gezag aan de oma (met gezag) en de stiefopa.
Vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW); partner aangewezen vader ontvankelijk in appel?; belanghebbende (art. 798 lid 1 Rv); art. 6 EVRM; art. 1 EP EVRM.
Verzoek van in 1993 geboren vrouw tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap van man met (destijds) Egyptische nationaliteit. Toepasselijk recht. Termijnoverschrijding indiening verzoek.
Meemoeder wenst het door haar reeds erkend kind te adopteren. Verzoek tot adoptie wordt afgewezen. Erkenning en adoptie naast elkaar is niet mogelijk. De verzochte verklaring voor recht dat de meemoeder de juridisch ouder is van de minderjarige wordt wel toegewezen.
Gezamenlijk gezag of niet? Beide ouders gaan er in de procedure -al dan niet impliciet- vanuit dat de moeder het eenhoofdig gezag heeft over hun kind, omdat het kind na ontbinding van het huwelijk is geboren en het kind in het gezagsregister niet voorkomt. Dit blijkt niet juist.
Alimentatieplichtige vader dient de door hem ontvangen kinderbijslag in beginsel geheel door te betalen aan de verzorgende ouder. In de onderhavige zaak is dit niet anders nu aangenomen moet worden dat de vader het kind slechts voor een belangrijk deel onderhoudt en niet volledig
Gerechtelijke vaststelling vaderschap na overlijden. Voorop wordt gesteld dat de in artikel 1:207 BW neergelegde regeling natuurlijk niet in strijd mag zijn met artikel 8 EVRM en dat derhalve gekeken moet worden of dat al dan niet het geval is. Dat er tussen partijen onderling en