Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:176 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verkoop onroerend goed van erflater door moeder. Moeder was beschikkingsbevoegd, want de scheiding van tafel en bed is beëindigd door verzoening voor 1 juni 2001.
art. 1:24 BW; burgerlijke stand; hof gelast doorhaling in de registers van de burgerlijke stand van een onjuiste latere vermelding; geen ruimte voor een belangenafweging.
Echtscheiding. Heeft verzoening na scheiding van tafel en bed (art 1:176 lid 2 BW) terugwerkende kracht? Strekt periodieke verrekenplicht zich daardoor van rechtswege uit over de hele huwelijkse periode en dus ook over de periode dat partijen van tafel en bed waren gescheiden?
Personen- en familierecht. Ouders zijn in 1977 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 1990 van tafel en bed gescheiden. Is sprake van verzoening voor 1 juni 2001 ex art. 1:176 BW (oud), zodat moeder moet worden aangemerkt als echtgenote en dus als wettige erfgenaam.
Toedeling huurrecht na scheiding van tafel en bed, bevoegdheid kantonrechter, 362 Rv.
Schenkingsovereenkomst. Onvoldoende gesteld dat sprake is van misbruik van omstandigheden. Geen onrechtmatige daad en geen wilsonbekwaamheid
Verzoek om scheiding van tafel en bed op te heffen (art. 1:176 lid 1 BW). Voor beëindiging scheiding van tafel en bed is een rechterlijke uitspraak niet nodig. Verzoening niet gesteld; verzoek kan niet worden verstaan als verklaring als bedoeld in art. 1, lid 3 Besluit Huwelijks
Verdeling echtelijke boedel. Uitsluitingsclausule in testament geldig na te late aanvaarding. Wat betekent “boedel” in convenant? Geldig convenant met finale kwijting terwijl echtscheidingsverzoek geruime tijd later wordt ingediend.
Beëindiging scheiding van tafel en bed door verzoening (art. 1:176 lid 1 BW). Rechterlijke uitspraak niet nodig. Verzoek om verzoening in te schrijven in huwelijksgoederenregister verstaan als verklaring als bedoeld in art. 1, lid 3 Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 met last
huwelijks ontbinding
11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/125HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaa
-