Kort geding over handelingen van de man tijdens het huwelijk ten aanzien van gemeenschapsgoederen
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:164 BW
Genoemd in 316 uitspraken · Officiële wettekst
316 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Geen gebruiksvergoeding over de periode voor de ontbinding van het huwelijk, over periode van leegstand. Ook geen recht op deze vergoeding als er geen overwaarde is. De draagplicht voor de hypotheeklasten vervalt niet door het vertrek uit de woning.
Boedelverdeling. Veroordeling tot medewerking aan de verkoop van de voormalige echtelijke woning. Verdeling van de lasten. Cassatieberoep verworpen, HR LJN BM6080
Huwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Tijdens het huwelijk stellen partijen huwelijkse voorwaarden op, neergelegd in concept notariële akten. Daags na goedkeuring van de huwelijkse voorwaarden door de rechtbank, maar nog voor het ondertekenen en passere
Tijdens een verjaardagsfeestje rijdt een tienjarig meisje op een kinderquad door de glazen pui van een showroom. Volgens de vader heeft zijn dertienjarige dochter het meisje op de kinderquad laten rijden. Daarom had niet hij, maar zijn dochter moeten worden gedagvaard. De rechtba
Volledige verdeling na een door echtscheiding ontbonden huwelijksgemeenschap. Peildatum waardering: ontbinding huwelijk, nu partijen dit zijn overeengekomen.
Nakoming overeenkomst tot verdeling van echtelijke woning. Peildatum. Verdeling van rekening-courant saldi.
Peildatum omvang boedel is datum ontbinding tenzij anders voortvloeit uit de daarvoor gevoerde gescheiden financiële huishouding. Geldopneming op dag van uitgaan van partijen levert in casu geen verspilling op in de zin van art. 1:164 BW. Man weigert afgifte kinderkamer. Vrouw ko
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Partijen hebben de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld en hebben deze verdeling schriftelijk vastgelegd in correspondentie tussen de advocaten van partijen. De man vordert in conventie een verklaring voor recht dat de
Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Dit huwelijk is op 31 oktober 1995 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking d.d. 28 september 1995. Voorafgaande aan de echtscheiding hebben partijen een regeling getroffen omtrent de verdelin
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/298HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Meijer, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. C.P.J.M. van R
Het beroep van de vrouw op (haar rechten krachtens) de huwelijkse voorwaarden is geenszins naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het is het te verwachten gevolg van de financiële regeling die partijen bij het aangaan van hun huwelijk hebben getroffen. De
Naar het oordeel van het hof is geen overeenkomst, ook geen deelovereenkomst, tot financiële afwikkeling tot stand gekomen die zich leent voor nakoming. De omstandigheid dat tussen partijen op onderdelen van deze afwikkeling overeenstemming bestond, rechtvaardigt niet de nakoming
26 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/095HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.W. Bogaardt, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Al
-
-
-