De vrouw is ontvankelijk in haar verzoek, omdat een nevenvoorziening in de zin van artikel 827, lid 1, sub a, RV door ieder van partijen ook in de loop van de procedure kan worden gedaan. De vrouw heeft tijdens de procedure (op 16 januari 2009) een verzoek tot vaststelling van ee
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:160 BW
Genoemd in 590 uitspraken · Officiële wettekst
590 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Procesrecht. Verzoekschriftprocedure; oproeping door griffier bij brief aan procureur; verschijning belanghebbende zonder verweerschrift. Familierecht; beëindiging van partneralimentatie op voet van art. 1:160 BW wegens samenleving vrouw met nieuwe partner. Hoger beroep, grenzen
De rechtbank verklaart voor recht dat de alimentatieverplichting van de man met ingang van 28 maart 2008 is geëindigd, nu de vrouw is gaan samenleven met een nieuwe partner als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW, en veroordeelt de vrouw tot betaling aan de man van de
Alimentatieregeling voorzien van niet wijzigingsbeding neergelegd in echtscheidingsconvenant dat onder begeleiding van mediation tot stand is gekomen. Poging tot openbreken mislukt.
Tijdens eerdere gecombineerde mondelinge behandeling in het kader van de echtscheiding en de voorlopige voorzieningen zijn partijen een voorlopige bijdrage van de man van € 500,-- in de kosten van hun kind overeengekomen totdat nadere informatie over de financiële positie van de
Kosten huishouding en verrekening kinderalimentatie in bewindzaak.
Bijdrage in het levensonderhoud van de ex-echtgenote. afhankelijkheid daarvan van het bewonen van de voormalige echtelijke woning. te laat ingediend verzoek tot verlenging alimentatie.
Verzoek van de man tot beëindiging van zijn alimentatieplicht jegens de vrouw omdat zij sinds 3 januari 2006 samenleeft met een ander, als waren zij gehuwd, in de zin van artikel 1:160 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De man heeft ter onderbouwing van zijn stelling onder meer een
Uitkering tot levensonderhoud. Artikel 1:160 BW niet van toepassing in verhouding moeder en dochter. Grievend gedrag; wijziging omstandigheden; behoefte en draagkracht.
Familierecht. Partneralimentatie; bijdrage overlijdensrisicoverzekering als voorziening in zin van art. 1:157 lid 2 BW ter dekking van risico van vooroverlijden van onderhoudsplichtige, maatstaf; proceskostenveroordeling op voet van art. 289 Rv., vergoeding van werkelijke kosten.
Partneralimentatie. Nihilstelling na 14 jaar en limitering.
Afdoening na bewijslevering in een zaak op basis van 1:160 BW, samenleving als waren zij gehuwd. Ingangsdatum: ontbinding huwelijk nieuwe partner.
Artikel 1:160 BW; geval van samenwonen als waren zij gehuwd.
Perikelen rond de afstorting van in eigen beheer opgebouwd pensioen.
Opgedragen (getuigen)bewijs dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:160 BW niet geslaagd. (cassatie ingesteld)
Partneralimentatie: uitleg van artikel 1:160 BW, omvang van de verplichting; duur van de verplichting; einde na 12 jaar, geen verlenging.
Alimentatie draagkracht en winst uit onderneming. Startende onderneming laat niet toe dat liquide middelen aan bedrijf worden onttrokken.
Convenant met niet-wijzigingsbeding van 1991 Afbouwregeling
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging partneralimentatie (81 RO).
Partneralimentatie 1:160 BW; geen limitering op voorhand.
artikel 1:160 BW "samenwonen als waren zij gehuwd"
Familierecht. Alimentatie tussen gewezen echtelieden; bij draagkrachtberekening ten onrechte geen rekening gehouden met door de alimentatieplichtige na de echtscheiding aangegane lening, die niet is aangegaan om huwelijkse schulden af te lossen; voor het in aanmerking nemen van e
Partner- en kinderalimentatie. Artikel 1:160 BW. Omkering van de bewijslast ex artikel 1:160 BW op grond van de redelijkheid en billijkheid.
Verzoek tot bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het bij de man verblijvende kind alsmede verzoek tot bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Essentie hantering bijstandsnorm.
De inhoudsindicatie is als volgt: Man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek te bepalen dat aan zijn onderhoudsverplichting van rechtswege is komen te vervallen op grond van art. 157 lid 6 boek 1 BW. Verzoek van de man te bepalen dat zijn onderhousverplichting van rech