partneralimentatie; limitering
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:157 BW
Genoemd in 748 uitspraken · Officiële wettekst
748 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Op grond van artikel 1:157 lid 6 BW is ingeval van een kortdurend huwelijk de maximale termijn van alimentatie gelijk aan de duur van dit huwelijk. Zo nodig analoge toepassing van deze bijzondere limiteringsregel.
ontbinding geregistreerd partnerschap
Vaststelling partneralimentatie en toepasselijkheid Wet Verevening Pensioenrechten, met nevenverzoeken. IPR. Behoefte en behoeftigheid. Limitering.
Verzoek tot verdeling. Ontvankelijkheid.
Partneralimentatie. Behoefte en behoeftigheid. Draagkracht en limitering.
Partneralimentatie. Behoefte. Duur onderhoudsverplichting.
Art. 81 lid 1 RO. Partneralimentatie. Verzoek om beëindiging dan wel limitering; stelplicht alimentatieplichtige. Beroep op grievende gedragingen en bewust laten verstrijken van in art. 1:157 lid 6 BW genoemde 5-jaarstermijn. Afwijzing verzoek; motiveringsplicht rechter.
Beperking van de duur van de onderhoudsplicht tot de periode van één jaar, op grond van leeftijd, opleiding en werkervaring. Stelling van de vrouw dat het zeven jaar duurt voordat zij werk heeft is niet aannemelijk. Matiging van de onderhoudsplicht op grond van wangedrag afgeweze
Hof spreekt tegelijkertijd de echtscheiding en de scheiding van tafel en bed uit.
Wijziging partneralimentatie; reeds eerder aangevoerde wijziging van omstandigheden.
Geen sprake van berusting.
Kinderalimentatie verschuldigd door donor met family life Samenvatting: De vrouw verzoekt in een echtscheidingsprocedure kinderalimentatie voor haar zoon. De man is de biologische vader van het kind. Hij is geen verwekker, maar donor. De vrouw had op dat moment een relatie met ee
Echtscheiding; partneralimentatie; ontvankelijkheid hoger beroep; betwisting duurzame ontwrichting; misbruik van recht.
Moeder ontvangt inkomsten uit een persoonsgebonden budget, dan aan zoon is toegekend. Moeder heeft voldoende draagkracht op basis van dit inkomen om partneralimentatie aan de vader te betalen.
Beroep op matiging wegens grievend gedrag onderhoudsgerechtigde jegens onderhoudsplichtige afgewezen. Limitering van de alimentatieduuur, op grond van 1:157 lid 3 BW. Voor beiden partijen is dit huwelijk het tweede huwelijk en kinderloos. De vrouw heeft tijdens huwelijk fulltime
Geen afstand van partneralimentatie gedaan. Uit het aangevoerde valt ook geen consensus tussen partijen m.b.t. de partneralimentatie af te leiden. Evenmin sprake van wangedrag o.g. waarvan verplichting zou moeten worden beëindigd.
Familierecht. Echtscheiding. Geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. Door de huwelijksgerelateerde behoefte van 60% van het voormalige netto gezinsinkomen als enige maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid
Huwelijkse voorwaarden / Haviltex-norm.
Executiegeschil alimentatiebeschikking. Geen misbruik van executiebevoegdheid. De stelling van eiser sub 2 dat de alimentatiebeslissing in de beschikking van het hof ’s-Hertogenbosch van 18 februari 2003 niet ongewijzigd in stand zal blijven in de lopende verzoekschrift¬procedure
Het standpunt van gedaagde is, voor zover het inhoudt dat het echtscheidingsconvenant boven de rechterlijke uitspraak gaat, onjuist omdat het geen grondslag in het recht vindt. Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof te Arnhem te de
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Toepassing artikel 10 Luxemburgse Echtscheidingserkenningsverdrag
Uit de relatie van partijen, een Italiaanse man en een Nederlandse vrouw, is een kind geboren dat niet door de vader is erkend. Zij zijn vervolgens korte tijd gehuwd geweest. Noch naar Nederlands recht, noch naar Italiaans recht is het kind hierdoor gewettigd. Er is derhalve geen
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie (81 RO).
De inhoudsindicatie is als volgt: Man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek te bepalen dat aan zijn onderhoudsverplichting van rechtswege is komen te vervallen op grond van art. 157 lid 6 boek 1 BW. Verzoek van de man te bepalen dat zijn onderhousverplichting van rech