Nevenvoorzieningen bij echtscheiding: kinder- en partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Benoemen deskundige voor het waarderen van (de aandelen in) de onderneming in het kader van de vermogensrechtelijke afwikkeling.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:155 BW
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
De gevorderde pensioenverevening, omdat dit niet uitdrukkelijk is uitgesloten in het echtscheidingsconvenant, wordt afgewezen. Het is in de rechtspraktijk algemeen geaccepteerd dat een vereveningsgerechtigde als vorm van verevening afstorting vordert. Daarom is de stelling van de
In een zaak die is ingeleid met een dagvaarding betrekking heeft op de verdeling van een wettelijke gemeenschap van goederen en de verevening van pensioenrechten, doen zich zodanig bijzondere feiten en omstandigheden voor dat de kantonrechter de zaak voor wat betreft de verdeling
Convenant. Afstand partneralimentatie en pensioenrechten. Hof houdt de vrouw aan de gemaakte afspraken.
Incident - rechtsmacht Nederlandse rechter - vordering in de hoofdszaak strekt tot meewerken aan de verevening van het pensioen van de man.
Pensioenverevening; toepasselijk recht. Wet in strijd met verdrag?
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en pensioenverevening. Waardering vermogensbestanddelen. Inkomstenbelastingschuld bepaalbaar? Gedeeltelijke verdeling gemeenschap, art. 3:179 lid 1 BW. Niet-bovenmatige giften, art. 1:88 lid 1 onder b BW; passeren essentiële stellingen. Omva
De door de man verzochte wijziging kan niet worden gebaseerd op artikel 1:401 BW, dat niet ziet op een wijziging van een verplichting uit hoofde van artikel 1:155 BW. De vernietiging dan wel wijziging van de aanvullende overeenkomst op grond van wilsgebreken dient derhalve lang
echtscheiding met nevenvoorzieningen
Geschil tussen ex-echtelieden over voormalige echtelijke woning. Uit de beschikking na echtscheiding blijkt dat partijen onvoorwaardelijk zijn overeengekomen dat de woning aan de man wordt toegedeeld onder betaling van een overbedelingsvergoeding aan de vrouw. Voorts heeft de bro
Familierecht/Procesrecht. Echtscheiding. Verevening en verrekening van pensioenrechten. Bij gebreke van incidenteel beroep tegen uitspraak rechtbank over hoogte onderhoudsbijdrage kon hof deze bijdrage in appèl niet op lager bedrag vaststellen.
Echtscheiding, nakoming echtscheidingsconvenant door gewijzigde financiële omstandigheden, pensioenverevening.
Heeft een vereveningsgerechtigde ex-echtgenoot, die geen rechtstreekse aanspraak jegens de pensioenuitvoerder heeft op het haar toekomende deel van het ouderdomspensioen van haar vereveningsplichtige ex, recht heeft op het bedrag dat terzake de wettelijk verschuldigde premie in g
Familierecht. Partneralimentatie; bijdrage overlijdensrisicoverzekering als voorziening in zin van art. 1:157 lid 2 BW ter dekking van risico van vooroverlijden van onderhoudsplichtige, maatstaf; proceskostenveroordeling op voet van art. 289 Rv., vergoeding van werkelijke kosten.
Echtscheiding
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met A’dams verrekenbeding, begrip “netto-inkomsten uit arbeid”, Haviltex; art 1:141 lid 3 is van toepassing, art 1:141 lid 4 is geen lex specialis van art 1:141 lid 3; verrekening en waardering pensioenaanspraken: in casu afstorting bij externe
Het gaat in deze zaak om de vraag of partijen bij de vóór de huwelijkssluiting, bij akte van 8 juli 1987 overeengekomen huwelijkse voorwaarden, althans bij schriftelijk vastgelegde overeenkomst van 21 juni 2001, gesloten met het oog op de echtscheiding, de toepasselijkheid van de
Art. 3:55 lid 1 BW. Nu de vrouw dit aanvullende convenant heeft gesloten, en heeft nagelaten haar gestelde aanspraken op haar aandeel in het vermogen verder hard te maken, kan dit nalaten onder de omstandigheden van dit geval in relatie met de strekking van HR 9 maart 1934, NJ 19
De vorderingen van de vrouw in eerste aanleg strekken primair tot verrekening met in achtneming van het arrest van de Hoge Raad van 27 november 1981, NJ 1982, 503 ([B/L]) en subsidiair tot verevening op de voet van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Stb. 342 (verder
-
-
Dat de man met het sluiten van het huwelijk met de vrouw kennelijk slechts één bepaald gevolg van het huwelijk voor ogen heeft gehad en zich onvoldoende heeft gerealiseerd dat door het huwelijk ook andere rechten en verplichtingen zouden ontstaan dan de door hem bedoelde, dient v
-
-