Huwelijkse voorwaarden, periodiek verrekenbeding Is er uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding? Van 1992 t/m 1999 is, ten laste van het vermogen van de man, middels een 15-tal overboekingen in totaal circa € 305.000,-- aan de vrouw uitgekeerd. De man stelt dat dit zie
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:141 BW
Genoemd in 446 uitspraken · Officiële wettekst
446 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Afwikkeling huwelijksgemeenschap waarbij onder andere aan de orde komt de hoogte van de niet uitgekeerde winst, de periode waarover de verrekening dient plaats te vinden ( in casu beperkt door hetgeen partijen in hun huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen) en een onderzoek va
Uitleg huwelijkse voorwaarden, facultatief verrekenbeding
Artikel 1:141 lid 4 BW is alleen van toepassing, indien een verrekenbeding is overeengekomen dat impliciet of expliciet ook winst uit een rechtspersoon of een personenvennootschap in de verrekening betrekt. Of het verrekenbeding dat partijen zijn overeengekomen ook ziet op dergel
Huwelijkse voorwaarden; Amsterdams verrekenbeding; verrekening in geval van aflossingsvrije hypotheek. Op de woning, ten tijde van het huwelijk gekocht en enkel ten name van de vrouw gesteld, rust een aflossingsvrije hypotheek ten name van de man en de vrouw. Naar het oordeel van
Geschil over scheiding en deling van de echtelijke woning.
2 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/121HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie
Huwelijkse voorwaarden, verrekenbeding; de woning en schuur die de man heeft verkregen vóór het huwelijk worden tijdens het huwelijk verbouwd uit overgespaarde inkomsten; geen verplichting tot verrekening. Op grond van artikel 1:133 lid 2 BW heeft de verplichting tot verrekening
Uitleg begrip inkomsten uit arbeid in verrekenbeding.
8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/113HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advo
De man stelt zich op het standpunt dat de op zijn naam staande echtelijke woning buiten de verrekening dient te blijven. Dit standpunt van de man is juist. De tweede echtelijke woning is gefinancierd met de volledig aan de man toekomende overwaarde van de eerste aan de man toebeh
In geschil is de verdeling dan wel verrekening van het vermogen van partijen.
Partijen zijn gehuwd geweest onder huwelijksvoorwaarden, onder meer inhoudende een periodiek verrekenbeding. Dit periodiek verrekenbeding hebben partijen niet nageleefd. Inmiddels zijn zij van echt gescheiden en dient deze verrekening alsnog plaats te vinden. Op grond van de huwe
kinderalimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden
Uitleg verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden. Art 1:141 lid 4 BW is niet van toepassing.
Artikel 1:136 BW. Artikel 1:141 BW. Huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting, Amsterdams verrekenbeding. Door de man voor het huwelijk gekochte aandelen in een BV blijven buiten verrekening, aangezien de aandelen door de man onder aanwending van privévermogen respectieveli
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/035HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.B. van Heijningen, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F
Familierecht; scheiding en deling. Partijen zijn op 25 november 1976 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Staande huwelijk zijn partijen overgegaan tot het maken van huwelijkse voorwaarden Deze zijn neergelegd in een notariële akte van 22 februari 1985. In deze akte wordt
Finaal verrekenbeding. Onderwerp van het geschil in hoger beroep is enerzijds de vraag of, en in hoeverre, de man gehouden kan worden winsten 'opgepot' in zijn onderneming(s-B.V.'s) te betrekken bij de financiële afrekening uit hoofde van de huwelijkse voorwaarden. De rechtbank h
In gevolge art. 1:133 lid 2 BW heeft de verplichting tot verrekening uitsluitend betrekking op inkomsten die, of op vermogen dat, de echtgenoten tijdens het bestaan van deze verplichting hebben verkregen. Dit betekent dat de wettelijke regeling in beginsel geen betrekking heeft o
-
-