Vordering tot betaling van een voorschot in het kader van afwikkeling van huwelijkse voorwaarden. Art. 1: 14e lid 3 BW finale verrekening.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:141 BW
Genoemd in 446 uitspraken · Officiële wettekst
446 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Huwelijksvermogensrecht. Verrekenbeding, opgenomen in huwelijkse voorwaarden, uitgelegd op grond van Haviltexmaatstaf.
Echtscheiding Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot bepaling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen, vaststelling van kinder- en partneralimentatie, verdeling en verrekening van de geldende huwelijkse voorwaarden, voorgezet gebruik van de echte
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij afwikkeling van hun huwelijk over de verrekening volgens huwelijkse voorwaarden; gevolgen van Amsterdams verrekenbeding; verrekening van bij hypothecaire lening afgesloten kapitaalverzekering en waardestijging van
echtscheiding / verdeling / afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden iedere gemeenschap van goederen uitgesloten en verrekenbeding van onverteerde inkomsten overeengekomen. Naast de afwikkeling van het verrekenbeding zijn partijen verdeeld over de (wijze van) verdeling van een aa
Huwelijksgoederenrecht. Verdeling maatschap; periodiek verrekenbeding; overgespaarde inkomsten; verdeling echtelijke woning; beleggingsleer; procesrecht; hoger beroep; bevoegdheid van appelrechter om na vernietiging van tussenvonnis de zaak aan zich te houden om op de hoofdzaak t
Vordering tot nakoming huwelijkse voorwaarden voor zover niet in echtscheidingsconvenant geregeld. Beroep op geschillenregeling HV tardief. Uitleg kwijtingsbeding in convenant en beding houdende gezamenlijke eigendom echtelijke woning in HV. Bewijslastverdeling. Beroep op 'leer-V
Huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling van een huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding; verrekening van overwaarde van voormalig echtelijke woning; hof gaat door bekrachtiging uit van onjuist tijdstip, HR doet zelf zaak af.
Familierecht. Afwikkeling van huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende (tijdens huwelijk niet uitgevoerd) periodiek verrekenbeding en deelgenootschap; uitleg van huwelijkse voorwaarden, maatstaf; waardebepaling gemeenschappelijk vermogensbestanddeel, peildatum.
Man verzoekt echtscheiding en als nevenvoorziening een bevel verdeling van de gemeenschappelijke zaken. De vrouw erkent de duurzamen ontwrichting en verzoekt zelfstandig om kinder- en partneralimentatie vast te stellen alsmede de man te veroordelen om mede te werken aan de verrek
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij de afwikkeling van hun huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende algehele uitsluiting over verrekening volgens een periodiek verrekenbeding waaraan tijdens het huwelijk geen uitvoering was gegeven, in
Afwikkeling huwelijksgemeenschap waarbij onder andere aan de orde komt de hoogte van de niet uitgekeerde winst, de periode waarover de verrekening dient plaats te vinden ( in casu beperkt door hetgeen partijen in hun huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen) en een onderzoek va
Geschil over scheiding en deling van de echtelijke woning.
8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/113HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advo
In geschil is de verdeling dan wel verrekening van het vermogen van partijen.
Artikel 1:136 BW. Artikel 1:141 BW. Huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting, Amsterdams verrekenbeding. Door de man voor het huwelijk gekochte aandelen in een BV blijven buiten verrekening, aangezien de aandelen door de man onder aanwending van privévermogen respectieveli
In gevolge art. 1:133 lid 2 BW heeft de verplichting tot verrekening uitsluitend betrekking op inkomsten die, of op vermogen dat, de echtgenoten tijdens het bestaan van deze verplichting hebben verkregen. Dit betekent dat de wettelijke regeling in beginsel geen betrekking heeft o
-