De Nederlandse rechter is bevoegd om over het verzoek tot ondertoezichtstelling te oordelen, omdat het kind ten tijde van het indienen van het verzoek haar gewone verblijfplaats had in Nederland. Het kind is naar maatstaven van het Nederlandse recht, welk recht van toepassing wor
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:12 BW
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Uithuisplaatsing. Kind ten tijde van treffen crisismaatregel woonachtig in Nederland. Jeugdzorg was ook tijdelijk met gezag belast. Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 8 Verordening Brussel II Bis.
Eenhoofdig gezag wegens voortdurende strijd tussen ouders, omgang en bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
Verzoek in hoger beroep tot gezamenlijk gezag na scheiding, waar de vader in eerste aanleg door de rechtbank op zijn verzoek alleen met het gezag werd belast.
Weliswaar is het vaste rechtspraak van de Kamer dat controle op adresgegevens dient plaats te vinden alvorens tot dagvaarden over te gaan, maar als er geen indicatie is dat van een curatele sprake is bestaat er geen verplichting om het voor een ieder toegankelijke openbare curate
Curatele. Beroep op de vernietigbaarheid van de koopovereenkomst door de curator. Derdenbescherming.
Gezagswijziging. Bevoegdheid Nederlandse rechter. De Verordening(EG)nr.2201/2003, L 2003,338, de zogenaamde Brussel II–bis Verordening, noch het Haagse Kinderbeschermingsverdrag van 1961 is van toepassing is. Bevoegdheidsvraag wordt beheerst door het commune internationaal bevoe
Ondertoezichtstelling. Bevoegheid Nederlandse rechter. De Verordening(EG)nr.2201/2003, L 2003,338, de zogenaamde Brussel II–bis Verordening, noch het Haagse Kinderbeschermingsverdrag van 1961 is van toepassing. Bevoegdheid wordt beheerst door het commune internationaal bevoegdhe
Gelet op de omstandigheid dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter met betrekking tot het gezag in de onderhavige zaak niet op enig verdrag kan worden gebaseerd, zal de rechtbank de rechtsmacht toetsen aan artikel 4 lid 3 sub b van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
In hoger beroep is de vraag aan de orde of de Nederlandse rechter in casu rechtsmacht heeft, nu het kind ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek zijn gewone verblijfplaats had in België, maar tijdens de procedure zijn gewone verblijfplaats in Nederland verkrijgt. Het
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad uit welke relatie op [geboortedatum] de door de man erkende minderjarige [het kind] geboren is. De relatie is kort na de geboorte van [het kind] beëindigd. De vrouw is met het eenhoofdig gezag over [het kind] belast. De vrouw vordert a
-
-
-
-