Ongelijke verdeling bij huwelijkse voorwaarden; schenking, fraus legis en verblijvensbeding. A-G IJzerman heeft conclusie genomen over een wijziging bij huwelijksvoorwaarden van de gerechtigdheid in de gemeenschap van 50%-50% naar 90% (belanghebbende) – 10% (erflater), in het zic
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:120 BW
Genoemd in 11 uitspraken · Officiële wettekst
11 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Erfrecht. Geschil tussen vrouw en erfgenamen van man over de uitleg van samenlevingsovereenkomst. Onderhoudsplicht.
Personen- en familierecht, rechtskeuze staande huwelijk, art. 6 lid 3 HHV 1978, afwikkeling huwelijkse voorwaarden (art. 1:141 lid 1 en lid 3 BW).
Echtelieden hebben beiden zowel Marokkaanse als Nederlands nationaliteit. Huwelijksvermogensrecht. Verdeling na echtscheiding. Rechtsmacht. Toepasselijk recht. Huwelijksgoederengemeenschap. Verdeling bij helfte. Geen afwijking van wettelijk uitgangspunt. Verordening Brussel 11-bi
Litispendentie alimentatieprocedures in Spanje en Nederland. Rechtbank houdt het verzoek aan om nader geïnformeerd te worden over de aard van de procedure in Spanje. Rechtsgevolgen van een rechtskeuze op grond van artikel 6, lid 3, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Strijdt me
Borgstelling. Hoogte van de vordering voldoende onderbouwd. Vordering tot vernietiging rechtshandeling wordt toegewezen. Sprake van benadeling van de bank door overdacht woning aan echtgenote.
Kinderalimentatie, partneralimentatie, afwikkeling huwelijkse voorwaarden
Partijen hebben staande huwelijk huwelijkse voorwaarden gemaakt. Verdeling van de gemeenschap van goederen heeft nog niet plaatsgevonden. Partijen twisten over de peildatum waardering gemeenschap.
Afwijzing verzoek tot goedkeuring van wijziging huwelijkse voorwaarden, wegens strijd met de wet/benadeling van mogelijke schuldeisers. De bepaling “Gemeenschap van goederen ingaande de dag vóór het overlijden van de eerststervende” is zowel een opschortende voorwaarde als een te
Hoger beroep tegen goedkeuring door de rechtbank tot wijziging van het huwelijksvermogensregime van algemeenschap van goederen in huwelijkse voorwaarden niet ontvankelijk, reeds omdat het huwelijk inmiddels is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingbeschikking, zodat de
In verband met het dwingend rechtelijk karakter van artikel 1:119 BW en de bescherming die dit artikel beoogt te geven aan de echtgenoten, kunnen partijen de overeengekomen huwelijkse voorwaarden ook in hun onderlinge interne verhoudingen niet anders hanteren dan in de akte is op