Erfrecht. Afleggen van rekening en verantwoording door bewindvoerder bij overlijden van onder bewind gestelde meerderjarige (art. 1:445 lid 1 BW in verbinding met art. 1:373-374 BW). Gezag van gewijsde van beschikking houdende afkeuring van eindrekening van bewindvoerder (art. 23
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:107 BW
Genoemd in 9 uitspraken · Officiële wettekst
9 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De rechtbank wijst het verzoek van echtgenote 2, om voor recht te verklaren dat de door echtgenote 1 gedane afstand van de gemeenschap van goederen nietig is, af. De rechtbank komt tot de conclusie dat echtgenote 1 haar recht om afstand te doen niet op grond van artikel 1:107 BW
Rechtbank oordeelt dat vrouw voldoende heeft aangetoond dat zij rechtsgeldig afstand heeft gedaan van gemeenschap. Zij is daarom niet aansprakelijk en draagplichtig voor schulden waarvoor zij voor de ontbinding van de gemeenschap niet aansprakelijk was.
Afstand van gemeenschap als bedoeld in artikel 1:103 BW. Handelen in strijd met artikel 1:107 BW? Beroep op artikel 1:107 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Art. 1:85 en 1:102 BW. Belastingen geheven naar het inkomen zijn geen uitgaven ten behoeve van de gewone gang van de huishouding.
Tussen partijen is in geschil of de Ontvanger mevrouw [X] terecht aansprakelijk heeft gesteld voor de helft van de belastingschuld van [B], welke vraag door de Ontvanger bevestigend en door belanghebbende ontkennend wordt beantwoord. De Ontvanger stelt zich in het principaal inge
Aansprakelijkheid belastingschulden na ontbinding van de gemeenschap. Eiseres was niet reeds voor de ontbinding aansprakelijk voor de belastingschulden zodat afstand van de gemeenschap haar kan ontheffen van de na ontbinding krachtens artikel 1:102 tweede volzin BW gevestigde ext
afstand van de huwelijksgoederengemeenschap. Artikel 1:103 BW en 1:107 BW.
De man heeft met een beroep op artikel 1:107 BW aangevoerd dat de vrouw geen afstand kan doen van de gemeenschap. Bij dit standpunt heeft de man, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, geen belang. Inzet van de vordering van de man is immers de nakoming van de af-spraak