Uit het bepaalde in art. 1595 lid 1 in verbinding met art. 1635 BW volgt dat een verhuurder buiten de in de wet genoemde gevallen, zoals erfopvolging en in de plaatsstelling door de rechter, niet behoeft te aanvaarden dat een derde de plaats van zijn huurder inneemt.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1635 BW
Genoemd in 7 uitspraken · Officiële wettekst
7 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bodemverontreiniging, opvolgende huur, schade
-
Huurrecht bedrijfsruimte. Verzoek om indeplaatsstelling, belangenafweging (art. 7A:1635, thans art. 7:303 BW). Aan belang huurder bij indeplaatsstelling mag geen andere eis worden gesteld dan dat het “zwaarwichtig” is. De vordering mag niet telkens zonder meer worden toegewezen a
Uit het bepaalde in art. 1595 lid 1 in verbinding met art. 1635 BW volgt dat een verhuurder buiten de in de wet genoemde gevallen, zoals erfopvolging en in de plaatsstelling door de rechter, niet behoeft te aanvaarden dat een derde de plaats van zijn huurder inneemt.
Procesrecht. Tussenkomst. Huurgeschil. Partijen die tussenkomen, worden partijen in het geding. Zij zijn bevoegd beroep in cassatie in te stellen. De rechter is in beginsel vrij de volgorde te bepalen waarin hij conventionele en reconventionele vorderingen zal behandelen. Verschi
In de plaatsstelling van een nieuwe huurder; artikel 1635 BW; huurovereenkomst; onderverhuring; ingebruikgeving; toestemming verhuurder; wanprestatie; ontbinding huurovereenkomst; artikel 1302 BW.