Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering
Burgerlijk Wetboek
Art. 1406 BW
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verhaalswet ongevallen ambtenaren. Ontvankelijkheid in cassatie; subjectieve cumulatie. Uitgangspunten bij berekening van verhaal van pensioen- en overlijdensuitkeringen; civiel plafond. Hertrouwkansen weduwe. Zijn stiefkinderen kinderen in de zin van art. 1406 (oud) BW?
gevoegd met C-09-519874-HA ZA 16-1167.
Verhaal pensioenfonds op aansprakelijke partij op grond van Verhaalswet ongevallen ambtenaren (VOA) van aan weduwe ambtenaar gedane uitkeringen. Begroting overlijdensschade op grond van art. 1406 BW en verhouding tot art. 3 VOA; dient rekening te worden gehouden met heffing inkom
Onrechtmatige overheidsdaad. Misdragingen Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1947. Eisers stellen dat hun vaders onrechtmatig geëxecuteerd zijn. Het verjaringsverweer van de Staat wordt gehonoreerd. De vorderingen waren ogv de ‘Verjaringswet’ van 31 oktober 1924, Stb.
Staatsaansprakelijkheid voor schade van nabestaanden van in 1946 en 1947 op Zuid-Sulawesi door KNIL-militairen onrechtmatig geëxecuteerde mannen. Bewijsposities van 22 Indonesische weduwen en kinderen. Beroep op verjaring in strijd met de goede trouw, anders dan in de eerdere zaa
Verhaal Staat op aansprakelijke partij op grond van Verhaalswet ongevallen ambtenaren (VOA) van aan militair na ongeval gedane betalingen. Begroting letselschade op grond van art. 1407 BW en verhouding tot art. 3 VOA: geldt regel uit HR 13 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC3329 oo
Onrechtmatige overheidsdaad. Zoon van verzetsstrijder die in maart 1947 om het leven is gekomen stelt de Staat aansprakelijk. Het beroep op verjaring van de Staat wordt verworpen. Eiser wordt toegelaten tot het bewijs van de gestelde toedracht van het overlijden van zijn vader en
Onrechtmatige overheidsdaad. Standrechtelijke executies in 1946-1947 in Zuid-Sulawesi. Nog geen definitief oordeel over het beroep van de Staat op verjaring, omdat niet vaststaat dat eiseressen de Staat aansprakelijk hebben gesteld en in rechte hebben betrokken binnen een redelij
Onrechtmatige overheidsdaad. Executies in Zuid-Sulawesi door Nederlandse militairen in 1946-1947. Bewijsbeoordeling. Toekenning shockschade aan kind dat executie van vader heeft gezien. Begroting materiele schade (inkomstenderving).
en inzake C/09/536878 / HA ZA 17/804, C/09/537016 / HA ZA 17/819 en C/09/539094 / HA ZA 17/945. Onrechtmatige overheidsdaad. Misdragingen Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1947. Eisers stellen dat hun vaders onrechtmatig geëxecuteerd zijn. Het verjaringsverweer van de
Onrechtmatige overheidsdaad. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:702, ECLI:NL:RBDHA:2016:8642 en ECLI:NL:RBDHA:2017:4448. Beoordeling van het door eisers bijgebrachte bewijs, dat onder meer bestaat uit een tegenover de rechtbank via skype afgelegde verklaring van eiser en zijn zus die
Onrechtmatige overheidsdaad. Vervolg op ECLI:RBDHA:2015:2442. Onrechtmatige executies door Nederlandse militairen in 1946-1947 in Zuid-Sulawesi. Bespreking van een aantal algemene bewijsthema’s en de concrete bewijsposities van een aantal weduwen en kinderen. Benoeming van een de
Staatsaansprakelijkheid voor schade van Indonesische weduwe van in 1949 in Peniwen op Oost-Java door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. Beroep op verjaring in strijd met de goede trouw. Alleen aanspraak op gederfd levensonderhoud, niet op immateriële of forfai
-
Onrechtmatige overheidsdaad. Gestelde verkrachting tijdens zuiveringsactie in Peniwen (Java) op 19 februari 1949. Beroep op verjaring van de Staat wordt verworpen. De door eiseres gestelde feiten worden als vaststaand aangenomen. Nu in strijd met de gegeven bevelen is gehandeld,
Verbintenissenrecht. Schadevergoeding bij overlijden op de voet van art. 6:108 lid 1, aanhef en onder a, BW; schadeberekening, maatstaf; behoeftigheid nabestaande.
Aansprakelijkheidsrecht. Schadevergoeding bij overlijden als bedoeld in art. 6:108 lid 1, aanhef en onder d, BW; kostenvergoeding huishoudelijk hulp vanaf ongeval overleden moeder tot hun meerderjarigheid?; behoeftigheidseis, abstracte schadeberekening, begroting nog niet ingetre
Schadeclaim na dodelijk ongeval tijdens een bedrijfsuitje tegen het organisatiebureau door een nabestaande van de overleden werkneemster met wie deze samenwoonde; ‘behoefte’ als vereiste voor een aanspraak op levensonderhoud op de voet van art. 6:108 lid 1, aanhef en onder c, BW;
-
Verhaalswet ongevallen ambtenaren. Ontvankelijkheid in cassatie; subjectieve cumulatie. Uitgangspunten bij berekening van verhaal van pensioen- en overlijdensuitkeringen; civiel plafond. Hertrouwkansen weduwe. Zijn stiefkinderen kinderen in de zin van art. 1406 (oud) BW?
Verhaal Staat op verzekeraar aansprakelijke partij op grond van Verhaalswet ongevallen ambtenaren (VOA) van aan ambtenaar na ongeval gedane betalingen. Uitleg HR 13 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC3329 en HR 27 november 1987, ECLI:NL:HR:1987:AD0092. Berekening civiele plafond bi
Verhaal pensioenfonds op aansprakelijke partij op grond van Verhaalswet ongevallen ambtenaren (VOA) van aan weduwe ambtenaar gedane uitkeringen. Begroting overlijdensschade op grond van art. 1406 BW en verhouding tot art. 3 VOA; dient rekening te worden gehouden met heffing inkom