Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokka
Burgerlijk Wetboek
Art. 10:101 BW
Genoemd in 182 uitspraken · Officiële wettekst
182 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen in Caribische zaak (art. 1b Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Verkrijging van Nederlanderschap door erkenning in 1985 in het buitenland door gehuwde man? Art. 4 (oud en huidig) RWN. Erken
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal privaatrecht, huwelijksvermogensrecht. Verzet de Nederlandse openbare orde (art. 10:6 BW) zich tegen toepassing van naar vreemd recht rechtsgeldig overeengekomen bepalingen in huwelijkse voorwaarden en, zo ja, tot welke rechtsgevo
Nationaliteitsrecht. Internationaal privaatrecht. Verkrijging Nederlanderschap door geboorte als wettig kind van Nederlandse vader, art. 1 WNI. Erkenning buitenlands rechtsfeit (art. 10:100 en 101 BW, art. 9 en 10 Wca, en ongeschreven recht voordien), ook zonder dat het rechtsfei
Prejudiciële vragen in Caribische zaak (art. 1b Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Verkrijging van Nederlanderschap door erkenning in 1990 in het buitenland door gehuwde man (art. 4 (oud) RWN)? Erkenning in S
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Draagmoederschap en internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht, erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissing en buitenlandse akte. Inschrijving van buitenlandse geboorteakte in registers burgerlijke stand. Draagmoeder en haar echtgeno
: Buitenlands hoogtechnologisch draagmoederschapstraject. Erkenning van buitenlandse beslissing en buitenlandse geboorteakte waarop de wensvaders als ouders staan vermeld (en niet de geboortemoeder). Geen strijdigheid met openbare orde. Buitenlandse beslissing en geboorteakte ook
Familierecht; nationaliteit; IPR. Erkenning in Congo van minderjarigen door Nederlandse man die gehuwd was met een ander dan moeder. Tot 1 april 2014 geldend wettelijk beletsel van art. 1:204 BW lid 1, onder e, (oud) BW. Rechtsgevolg van die erkenning in Nederland, art. 10:101 li
Prejudiciële vragen. Hoogtechnologisch draagmoederschap. Kunnen de familierechtelijke banden die voortvloeien uit de buitenlandse geboorteakte in Nederland worden erkend?
Prejudiciële vragen. Hoogtechnologisch draagmoederschap. Kunnen de uit de buitenlandse geboorteakte en de buitenlandse rechterlijke uitspraak voortvloeiende familierechtelijke banden in Nederland worden erkend?
Vanwege gebruik anonieme eicel kan kind mogelijk haar afstammingsinformatie niet achterhalen. 8 EVRM. Het hebben van een juridische status ten opzichte van de wensouders weegt echter zwaarder. Erkenning van vaderschap in Duitse ambassade in Kiev door wensvader wordt door het hof
Heeft naar Ghanees recht een rechtsgeldige erkenning plaatsgevonden? Het hof beslist na hierover vragen te hebben gesteld aan het IJI, welke vragen het IJI heeft beantwoord in een rapport. Erkenning naar Ghanees gewoonterecht. De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand wordt gelast de
inzake de verklaring voor recht dat tussen man en jongmeerderjarige een familierechtelijke relatie bestaat die voor erkenning in Nederland in aanmerking komt; beantwoording van de vraag of/onder welke voorwaarden(n) het in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeit (de geboorte
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Draagmoederschap en internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht, erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissing en buitenlandse akte. Inschrijving van buitenlandse geboorteakte in registers burgerlijke stand. Draagmoeder en haar echtgeno
Bij onderscheiden besluiten van 18 januari 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de verklaringen van appellanten dat zij het Nederlanderschap willen verkrijgen te bevestigen. De minister heeft zich in het besluit van 6 november 2017 op het standpunt gesteld dat
Bij besluit van 19 juni 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant A] ten behoeve van [appellant B] ingediende aanvraag om verlening van een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant A] heeft een aanvraag om verlening van een Nederlands pas
Amerikaanse draagmoeder, erkenning/verklaring voor recht van beslissing van de Family Court in Amerika, vaststelling van familierechtelijke betrekkingen, inschrijving in de akten van de burgerlijke stand.
Medewerking aan verzoek tot echtscheiding naar Iraans recht, lening voor bruidsuitzet van $ 5.000,--, bruidsgave van 500 gouden Bahar Azadi munten: toetsingskader Hoge Raad 19 november 2021, ECLI:NL:HR2021:1721. Conclusie: naar Nederlands recht moet worden beoordeeld of de vrouw
RWN; naar Ghanees recht is sprake van een rechtsfeit waarbij een familierechtelijke betrekking tussen de man en dochter is vastgesteld, die gelijk te stellen is aan een erkenning naar Nederlands recht, vandaar ook NL nationaliteit voor dochter
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokka
RWN: kind uit bigaam huwelijk: Geschil betreft de vraag of bij toepassing van erkenningsregel van artikel 10:101 BW de geldigheid van het aan de afstamming ten grondslag liggende huweljk wel of niet een zelfstandig vereiste moet zijn. Prejudiciele vragen.
erkenning van een in het buitenland gedane erkenning door een gehuwde Nederlandse man. Huwelijk man geen beletsel voor erkenning.
Gerchtelijke vaststelling vaderschap
Draagmoederschap verklaring voor recht dat de Amerikaanse geboorteakte van de minderjarige, waarop verzoekers als ouders worden vermeld, van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s
Vaststelling Nederlanderschap. Verzoek toegewezen. Erkenning van de minderjarige op 10 februari 2016 rechtsgeldig geworden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit het Costa Ricaanse recht volgt dat de erkenning pas rechtskracht heeft nadat de ontkenning van het vadersch