In geschil is de aan eiseres opgelegde boete voor het niet (tijdig) doen van aangifte van € 2.460. Verweerder maakt met een kopie van de aanmaning tot het doen van aangifte, een uitdraai uit het geautomatiseerde systeem van de Belastingdienst en een ambtsedige verklaring van een
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 9 AWR
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Dwanginvordering door Ontvanger onrechtmatig jegens derden die door handelen belastingschuldigen (verduisteren gelden) zijn benadeeld? Rechtsgeldig betekend executoriaal derdenbeslag is akte van vervolging in de zin van art. 27 lid 1 (oud) Iw 1990, waarvan stuitende werking voort
Het Hof oordeelt dat terecht een verzuimboete is opgelegd en heffingsrente in rekening is gebracht. De heffingsrente is niet berekend over een langere termijn dan de wettelijke bepalingen voorschrijven en voorts niet in strijd met het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2009
IB 2004 en 2005, omkering bewijslast. Vanwege het uitblijven van de aangiften IB/PVV voor de jaren 2004 en 2005 heeft verweerder de aanslagen ambtshalve opgelegd naar geschatte verzamelinkomens van € 50.000 en verzuimboeten opgelegd van € 1.134. Aangezien eiser niet de vereiste a
Gelet op het overwogene onder 4.5 en 4.6 is belanghebbende, althans één van de twee vennoten van belanghebbende, te weten de heer A, zich bewust geweest van het feit dat belanghebbende niet voldeed aan haar fiscale verplichtingen betreffende het tijdig op aangifte voldoen van de
Beeldend kunstenaar is tevens als jurist in dienstbetrekking. Het negatieve resultaat van de activiteiten als beeldende kunstenaar zijn naar het oordeel van de rechtbank i.c. niet aftrekbaar. Er kan slechts een verzuimboete worden opgelegd wanneer alle bestanddelen van het beboet
Eiseres is verplicht om elektronisch aangifte te doen. Eiseres heeft niet op de juiste wijze aangifte gedaan, maar heeft alle van haar in redelijkheid te vergen zorg betracht om te bewerkstelligen dat de aangifte tijdig op de juiste wijze bij verweerder werd ingediend. Avas.
Algemeen. Verwijzingsprocedure HR 9 juni 2006, nr. 42111. Verzuimboete bestraft als eerste verzuim.
Het begrip aangifte in de zin van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen. Verwerping van een aantal verweren met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in
Naar het oordeel van het hof kan de verzuimboete van artikel 67a AWR niet worden opgelegd als de aanmaning de belastingplichtige niet heeft bereikt. In dat geval immers kan hem geen verwijt worden gemaakt ter zake van het feit dat hij de in die aanmaning gestelde termijn niet hee
Extra verliesverrekening en meer kosten niet aannemelijk gemaakt. Verzuimboete ten onrechte opgelegd wegens (derde) termijnverlenging. Belanghebbende claimt in 1996 (van belang voor verliesverrekening) en 1998 (onderhavige jaar) meer kosten te hebben gemaakt. De rechtbank acht di
Verzuimboete. Nu verweerder met geen enkel stuk heeft onderbouwd dat een aanmaning is verzonden en eerder een boete is opgelegd, gaat de rechtbank ervan uit dat de aanmaning niet is verzonden en de boete derhalve onrechtmatig is opgelegd.
Door de strafkamer bewezen geachte feiten worden door het Hof als vaststaande feiten overgenomen, nu de onjuistheid daarvan niet is aangetoond.
In het onderhavige geval heeft de Inspecteur slechts gesteld dat het onwaarschijnlijk is dat de aanmaning, waarvan vaststaat dat hij verzonden is, belanghebbende niet heeft bereikt. Naar het oordeel van het hof heeft de Inspecteur aldus echter niet het van hem te verlangen bewijs
Art. 67a AWR. Hoogte boete bij recidive.
Art. 67a AWR. Twee verzuimboetes mogelijk bij aanslagen IB/PVV en WAZ?
Gefingeerde futuretransacties en kasopname zijn aan te merken als dividenduitkeringen aan belanghebbende als aandeelhouder. Artikelen 29a IB en 12 LB moeten tijdsevenredig worden toegepast. De materieel verschuldigde belasting dient ten laste van het vermogen te komen, ondanks de
Zie ook zaak AO4601 van 13 februari 2004.
In geschil zijn de antwoorden op de volgende vragen: Heeft de belanghebbende juist en volledig aangifte gedaan als bedoeld in artikel 67d, eerste lid AWR, nu de belanghebbende binnen tien werkdagen, zijnde, (..) de gebruikelijke termijn bedoeld in artikel 9, derde lid AWR, bij b
-
Belanghebbende heeft haar aangiftebiljet IB/PVV/Waz 1999 te laat ingeleverd (ze heeft niet voldaan aan de voorwaarden voor uitstel). Daarom heeft de inspecteur heeft twee verzuimboeten opgelegd, één ad ƒ 50 betreffende de aanslag Waz en één ad ƒ 250 betreffende de aanslag IB/PVV.
-
-
Gebruik voor de aanslagregeling van bewijsmiddelen die strafrechtelijk onrechtmatig zijn verkregen, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zorgvuldigheidsbeginsel, artikel 6 EVRM