Omzetbelasting; artt. 14, 15, 17 en 31 Wet OB; artt. 6, 10, en 19, AWR; artt. 3 en 25 Uitvoeringsregeling AWR. In geval van verschuldigdheid van omzetbelasting verplichting aangifte te doen, ook indien aangifte tot teruggaaf leidt. Geen wettelijke termijn voor het doen van een ve
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 6 AWR
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. OM-cassatie. Middel stelt de vraag aan de orde of het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte (art. 69 lid 2 AWR) een kwaliteitsdelict is zodat alleen een aangifteplichtige de pleger kan zijn. AG stelt zich op het standp
Conclusie plv. AG. Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 69 AWR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:86. Middel 1: bewijsklachten feit 1. Volgt uit de bewijsvoering dat 'opzettelijk' geen aangifte is gedaan en is sprake van een 'bij d
-
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
Navorderingsaanslagen IB/PVV 2015 tot en met 2018. Boekenonderzoek. Artikel 16 AWR; nieuw feit en kenbare fout. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur voor de jaren 2015 en 2016 beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Voor de jaren 2017 en 2018 is sprake van een
Vergrijpboete; grove schuld.
Belanghebbende levert sinds de ingebruikname, op 1 september 2012, van zijn zonne-energie-installatie, een deel van de met die installatie opgewekte elektriciteit tegen vergoeding aan de energiemaatschappij. Ter zake van deze leveringen is belanghebbende ondernemer in de zin van
Art. 69.2 (oud) AWR. “Bij de belastingwet voorziene aangifte”. De opvatting dat onder een bij de belastingwet voorziene aangifte dient te worden verstaan een aangifte die is gedaan door middel van het invullen, ondertekenen en inleveren of inzenden van een aanslagbiljet dat o.g.v
Artikel 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrecht Geen sprake van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrecht die nopen tot afwijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding. Het opleggen van een aanslag erfbelasting naar een g
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zes middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van getui
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zeven middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van get
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van bij de belastingwet voorziene aangiften vennootschapsbelasting (feit 1) en inkomstenbelasting (feit 2) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 3). Acht middelen. M1 en M4 zijn gericht tegen bwv feit 1. M1 slaagt
Navorderingsaanslagen IB 2016 en 2017 en een navorderingsaanslag IB/PVV 2018. Belanghebbende is in 2010 geëmigreerd naar België en werd sedertdien niet meer automatisch uitgenodigd tot het doen van aangifte. De navorderingsaanslag 2016 is gerechtvaardigd omdat sprake is van een n
NA's IB/PVV en Zvw 2014 en vergrijpboete niet verder verminderd. De inspecteur heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld, dus door rechtbank toegestane aftrekbare kosten staan vast. Belanghebbende slaagt er niet in een hogere aftrek aannemelijk te maken. Hij kan evenmin vertr
Inkomstenbelasting - aftrek onderhoudskosten monumentenpand.
Beroep tegen navorderingsaanslagen IB/PVV, ZVW en vergrijpboete. Eiser dreef in het jaar 2014 een onderneming en handelde via internet in tweedehands elektronica. Eiser heeft niet verzocht om een uitnodiging en heeft geen aangifte over 2014 ingediend, ondanks de gerealiseerde omz
Opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte, art. 69 AWR, feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, art. 225 Sr en witwassen, art. 420bis Sr door een notaris. Middelen over het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld aan ee
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/04361 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013, nrs. 12/00391 en 12/00392, ECLI:NL:GHDHA:2013:3267, FutD 2013-2295. Belanghebbende
In geschil zijn de antwoorden op de volgende vragen: Heeft de belanghebbende juist en volledig aangifte gedaan als bedoeld in artikel 67d, eerste lid AWR, nu de belanghebbende binnen tien werkdagen, zijnde, (..) de gebruikelijke termijn bedoeld in artikel 9, derde lid AWR, bij b
Nr. 37.784 5 september 2003 JMH gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 8 oktober 2001, nr. P 00/03476, betreffende na te melden aanslag in de hondenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking. 1. Aanslag, beschikk
15 april 2003 Strafkamer nr. 00502/02 AG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 maart 2001, nummer 23/002094-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
-
-
-