De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 180 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan het meermaals medeplegen van belastingfraude.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 69 AWR
Genoemd in 565 uitspraken · Officiële wettekst
565 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Inkomsten – en omzetbelastingfraude gedurende vier jaren. Niet-ontvankelijkheidsverweren verworpen: geen sprake van een onrechtmatig boekenonderzoek, misbruik van bevoegdheden, de vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 69, lid 4, AWR en schending van het una via beginsel. Mede gel
Vd is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 mnd en een TS van 180 uur voor het meermalen plegen van belastingfraude en valsheid in geschrift. Tevens is vd ontzet uit het recht om gedurende 3 jaar op te treden als belastingadviseur.
Conclusie AG. Witwassen en opzettelijk niet voldoen aan aangifteplicht ex art. 10:1 lid 4 en 5 Adw (oud). 1. Ne bis in idem, art. 68 lid 2 Sr. Verdachte in Zwitserland reeds onherroepelijk veroordeeld voor dezelfde feiten? Witwassen ‘hetzelfde feit’ als opzettelijk niet voldoen a
De rechtbank acht bewezen dat de 65-jarige verdachte zich, al dan niet samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen, tot over de miljoenen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 60 maanden met aftrek
Minimega Beerenberg I. Dagvaarding partieel nietig. Officier van justitie ontvankelijk. Vervolging niet in strijd met una via beginsel en ne bis in idem. Geen sprake van vervolging voor hetzelfde feit en van dezelfde persoon. Vrijspraak witwassen en deelname criminele organisatie
Minimega Beerenberg I. Officier van justitie ontvankelijk. Vervolging niet in strijd met beginselen van een goede procesorde. Vrijspraak deelname criminele organisatie wegens ontbreken oogmerk op het plegen van misdrijven. Bewezenverklaring medeplegen omzetbelastingfraude van € 1
Minimega Beerenberg I. Dagvaarding partieel nietig. Officier van justitie partieel niet-ontvankelijk wegens verjaring. Geen sprake van schending gelijkheidsbeginsel en verbod van willekeur. Vrijspraak overtreding art. 16 Wwft. Niet bewezen dat in strijd met een uit de Wwft voortv
Minimega Beerenberg I. Officier van justitie niet-ontvankelijk. Vervolging in strijd met vertrouwensbeginsel.
Vrijspraak belastingfraude, rechtspersoon, (impliciete) kwaliteitsdelict art. 69, lid 2, AWR, veroordeling voor valsheid in geschrift en bezit harddrugs.
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen (meermalen gepleegd), art. 69 AWR. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:121, o.m. inhoudende dat een aangifte uitsluitend kan worden aangemerkt als ‘bij belastingwet voorziene aangift
Conclusie AG. Opzettelijk onjuist of onvolledig doen van belastingaangifte als feitelijke leidinggevende van een rechtspersoon. Middelen met betrekking tot (i) de beslissing tot afwijzing van getuigenverzoeken, (ii) de bewezenverklaring, (iii) de verwerping van het beroep op de i
Mega Fuji. Omzetbelastingfraude. Eerder is een fiscale boete opgelegd aan en betaald door de verdachte rechtspersoon. De officier van justitie kan de verdachte rechtspersonen niet opnieuw vervolgen voor de feiten waar die boete op van toepassing is en is in zoverre niet-ontvankel
Fiscalist en oud-advocaat wordt na een onderzoek naar omzetbelastingfraude veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden voor valsheid in geschrift en het niet voeren van een deugdelijke administratie voor het juridisch advieska
Conclusie AG over de verwerping van het verweer dat het onjuist of onvolledig doen van aangifte omzetbelasting berustte op een fiscaal pleitbaar standpunt. Conclusie strekt tot vernietiging. Samenhang met 19/01128.
Loonheffingen. Naheffingsaanslag. Inhoudingsplicht. Privaatrechtelijke dienstbetrekking?
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting. Deze hadden betrekking op aangekochte onroerende zaken op naam van rechtspersonen waarvan verdachte feitelijk bestuurder was. Verdachte wordt daarvoor veroordeeld tot een g
Conclusie P-G. Fiscale strafzaak. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur een opgave van getuigen in de zin van art. 410, derde lid, Sv bevat, is aan het hof. Zijn oordeel dienaangaande kan als steunend op een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg der gedingstukken,
Conclusie AG. Opzettelijk onjuiste omzetbelastingaangifte (art. 69(2) AWR)? Pleitbaar standpunt? Strekt het feit tot te lage heffing? Verkoop van multipurpose telefoonkaarten, gefingeerd aan Belgische afnemer met toepassing de verleggingsregeling, maar in werkelijkheid aan binne
Op basis art. 69 lid 4 Awr geen reden niet-ontvankelijkheid OM voor vervolging ex artikel 225 lid 1 Sr. Verdachte veroordeeld voor het doen van onjuiste belastingaangiften voor derden (art. 69 lid 2 AWR). Dit betreft geen kwaliteitsdelict.
Caribische zaak. Sint Maarten. Opdracht geven tot het opzettelijk onjuist doen van verplichte belastingaangifte, art. 49.1.a jo. 49.2 Algemene landsverordening Landsbelastingen jo. art. 53.2.b SrNA (oud) resp. art. 1:127.2.b. SrStM en tot het niet binnen de gestelde termijn doen
Caribische zaak. Sint Maarten. Opzettelijk onjuist doen van verplichte belastingaangifte, art. 49.1.a jo. 49.2 Algemene landsverordening Landsbelastingen jo. art. 53.2.b SrNA (oud) resp. art. 1:127.2.b. SrStM en het niet binnen de gestelde termijn doen van verplichte belastingaan
Conclusie plv. AG. Falende bewijsklachten inzake het opzettelijk niet of niet tijdig doen van belastingaangifte/ opzettelijk onjuist of onvolledig doen van belastingaangifte door rechtspersonen en het aanmerken van de verdachte als feitelijke leidinggever. Klacht omvang hoger ber
Conclusie AG. Belastingfraude door facturen voor verbouwing privéwoning in de bedrijfsadministratie op te nemen. Cassatiemiddelen over o.m. het beroep op de inkeerregeling van art. 69 lid 3 AWR dienen volgens de AG te worden verworpen. Wel strafvermindering wegens overschrijding
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 47-jarige man tot een gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en algemene en bijzondere voorwaarden voor belastingfraude. De man heeft als leidinggevende van een B.V en als zelfstandige z