Artikel 221, lid 3, CDW (tekst 1995). Niet verschijnen belanghebbende op 'pro forma' zitting. Uitnodigingen tot betaling gericht aan de juiste (rechts)persoon? Verlenging van navorderingstermijn mogelijk vanwege een strafrechtelijk vervolgbare handeling?
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 68 AWR
Genoemd in 139 uitspraken · Officiële wettekst
139 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
KBLux-zaak. Art. 6 EVRM en art. 16, lid 4 AWR. Door de inspecteur in het kader van de vaststelling van de belastingschuld opgevraagde en door de belastingplichtige verstrekte gegevens m.b.t. een (verzwegen) banktegoed kunnen ook worden gebruikt ten behoeve van het opleggen van ee
De stelling van de belanghebbende dat hij in zijn procespositie is geschaad, omdat hij niet vrijelijk zou kunnen beschikken over alle stukken wordt door het Hof verworpen. De Inspecteur heeft gemotiveerd gesteld, dat de belanghebbende door het openbaar ministerie en de FIOD een v
Inkomstenbelasting. Rekeningenproject. Verlengde navorderingstermijn van 12 jaar niet in strijd met EG-verdrag. Gegevens van rekeningen te laat verstrekt dus geen vrijwillige verbetering. Geen sprake van zelfincriminatie en beroep op bewijsuitsluiting faalt. Boete terecht maar ge
Inkomstenbelasting. KB-Lux. Verlengde navorderingstermijn niet in strijd met EG-verdrag en Benelux-verdrag. Boete gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.
Beklag. Aanwijzing ontneming van het College van P-G van 11-01-2005. Verweer en middel steunen op de stelling dat het hoogst waarschijnlijk is dat de strafrechter de klager niet de verplichting zal opleggen tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van w.v.v. Da
De verlenging van de navorderingstermijn tot 12 jaar is voldoende gerechtvaardigd doordat die verlenging is gericht op de bestrijding van belastingontduiking waar doeltreffende fiscale controles ontbreken. Na een duidelijke toezegging dat geen verhoging zal worden opgelegd vormt
Strafmotivering. ’s Hofs overweging dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiele Documentatie eerder t.z.v. vergelijkbare delicten is veroordeeld, is onbegrijpelijk, nu verdachte van die feiten niet onherroepelijk veroordeeld was. CAG over art. 10.3 Wm en opzet.
Bevoegd ingediend verweerschrift door de Staatssecretaris? Behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn?
Aan verdachte waren acht feiten tenlastegelegd, waaronder het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften en valsheid in geschrifte. De officier van justitie achtte zeven feiten bewezen en vorderde een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. De rechtbank acht drie feiten
Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding van een echtpaar – dat weigert op de voet van art. 47 AWR gevraagde inlichtingen en gegevens aan de Belastingdienst te verstrekken – tegen de Staat over een verbod tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek tegen betrokkenen en he
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
KBLux-zaak. Weigeraar. Rechtbank voorziet zelf in de zaak. Navorderingstermijn van 12 jaar (artikel 16, lid 4 AWR) niet in strijd met Europees recht. Verzoek overlegging volledige draaiboek afgewezen. Geen onrechtmatig verkregen bewijs. Omkering van bewijslast. Redelijke schattin
- omkering bewijslast, - ernst van het verzuim.
- omkering bewijslast, - ernst van het verzuim.
Rekeningenproject. Proefprocedure NautaDutilh. Belastingplichtige heeft zijn advocaat opgedragen opening van zaken te geven over verzwegen bankrekeningen in Luxemburg en Zwitserland. Dit wordt doorkruist door een vordering van de inspecteur op basis van microfiches die door werkn
AWR, omkering bewijslast, gedeeltelijk; overlegging stukken.
1. Aanvang redelijke termijn ex art. 6 EVRM. 's Hofs oordeel dat die termijn is aangevangen bij eerste verhoor als verdachte in het Nederlandse onderzoek en niet bij eerste verhoor als getuige in het kader van een Belgisch rechtshulpverzoek, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. Het
Boetes opgelegd aan vennootschappen behorende tot de A-groep en aan F, haar directeur/grootaandeelhouder. In geschil is of F en de vennootschappen recht hebben op boeteverval, omdat in de strafzaak is geschikt. Hof: Geen schending van het ‘ne bis in idem puniri’-beginsel. Het del
15 april 2003 Strafkamer nr. 00502/02 AG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 maart 2001, nummer 23/002094-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
-
-
-