-
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 68 AWR
Genoemd in 139 uitspraken · Officiële wettekst
139 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ex maatschappelijk werkers Vinkenslag veroordeelt wegens valsheid in geschriften. 1. De rechtbank verklaart de dagvaarding partieel nietig, omdat niet duidelijk is welk juridisch verwijt de verdachten wordt gemaakt. 2. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de goede procesorde
Conclusie AG. Opzettelijk niet binnen de gestelde termijn doen van aangiften van de inkomstenbelasting en de belasting op bedrijfsomzetten door een politicus in Sint Maarten. Geklaagd wordt onder meer over de verwerping van het beroep op de inkeerbepaling (art. 49.3 ALL). Tevens
Inkeerregeling ex art. 69.3 AWR en vervolging t.z.v. witwassen. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in de vervolging. Hof heeft verweer verworpen op de grond dat inkeerregeling niet op verdachte van toepassing is, nu hij t.a.v. de in tll. genoemde geldbedragen niet zelf bela
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:774 tweede cassatieronde; Vrijwillige inkeer; art. 67n AWR; gebruik bewijsvermoedens voor een vergrijpboete. De zaak waarin A-G Koopman een conclusie neemt, behoort tot een reeks van vijf zaken over de bewijsmaatstaf bij bestuurlijke boetes. In de gemeen
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:774 tweede cassatieronde; Vrijwillige inkeer; art. 67n AWR; gebruik bewijsvermoedens voor een vergrijpboete. De zaak waarin A-G Koopman een conclusie neemt, behoort tot een reeks van vijf zaken over de bewijsmaatstaf bij bestuurlijke boetes. In de gemeen
In geschil is het in aanmerking genomen voordeel uit aanmerkelijk belang, waarbij verweerder - op grond van artikel 4.22 van de Wet IB 2001 - bij het opleggen van de aanslag is afgeweken van de tussen eiseres en de BV voor de aandelen overeengekomen koopprijs. Indien de rechtbank
Ex maatschappelijk werkers Vinkenslag veroordeelt wegens valsheid in geschriften. 1. De rechtbank verklaart de dagvaarding partieel nietig, omdat niet duidelijk is welk juridisch verwijt de verdachten wordt gemaakt. 2. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de goede procesorde
Beroep op de inkeerbepaling a.b.i. art. 69.1. AWR. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB1375 (belastingkamer). Het Hof heeft met het in zijn overwegingen besloten liggende oordeel dat de belastingplichtige BV, toen verdachte namens haar ter verbetering van de eerder
-
-