Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet ti
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 68 AWR
Genoemd in 139 uitspraken · Officiële wettekst
139 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
AWR, omkering bewijslast, gedeeltelijk; overlegging stukken.
Noordelijke Fraudekamer. Belastingfraude (OB en BPM), valsheid in geschrift en ambtelijke omkoping. Verdachte heeft als eigenaar van een autobedrijf jarenlang op aanzienlijke schaal belastingfraude gepleegd. Om deze fraude mogelijk te maken heeft verdachte facturen vervalst en ee
Het middel doet in navolging van het ttz. in h.b. gevoerde verweer een beroep op de arresten van de Derde Kamer van de HR van LJN AV0821, BNB 2006/204, en LJN AV0826, BNB 2006/205. Het Hof heeft geoordeeld dat de door de verdediging genoemde arresten louter betrekking hebben op d
Vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid AWR. Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging m.b.t. het tenlastegelegde onder 2. Deze tenlastelegging is toegesneden op artikel 225, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht terwi
Rekeningenproject. Proefprocedure NautaDutilh. Inspecteur vordert inlichtingen en bankbescheiden op basis van microfiches die door werknemers van de KB-Luxbank zijn gestolen. Belastingplichtige voldoet daaraan onder protest. Hof: De inspecteur heeft binnen zijn bevoegdheid gehand
Valsheid in geschrift. De verdachte heeft namens belastingplichtigen aangiften inkomstenbelasting ingediend en daarin kosten opgevoerd die in werkelijkheid niet zijn gemaakt.
Noordelijke Fraudekamer. Belastingfraude (BPM) en ambtelijke omkoping. Verdachte heeft zich als belastingambtenaar jarenlang laten omkopen door een autohandelaar om diens opzettelijk onjuiste BPM-meldingen door de Belastingdienst te laten accepteren. Op deze wijze heeft verdachte
Belastingfraude door het opmaken van een valse koopovereenkomst.
OM niet ontvankelijk. Vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid, van de AWR van toepassing.
HR: art. 81.1 RO.
De rechtspersoon heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het storten van materialen op de bodem en in het water, terwijl hij niet beschikte over de vergunningen die zijn vereist op grond van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Overwegingen
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het door de vennootschap medeplegen van het storten van materialen op de bodem en in het water, terwijl hij niet beschikte over de vergunningen die zijn vereist op grond van de Wet milieubeheer en de Wet
Vordering wijziging tenlastelegging. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. Nu het Hof het OM deels niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van verdachte, heeft deze in cassatie alleen belang bij zijn klacht v.zv. de gewijzigde tenlastelegging heeft geleid tot een veroordeling. De H
AWR -ontbreken opzet -gemotiveerde vrijspraak
Artikel 221, lid 3, CDW (tekst 1995). Niet verschijnen belanghebbende op 'pro forma' zitting. Uitnodigingen tot betaling gericht aan de juiste (rechts)persoon? Verlenging van navorderingstermijn mogelijk vanwege een strafrechtelijk vervolgbare handeling?
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
KBLux-zaak. Art. 6 EVRM en art. 16, lid 4 AWR. Door de inspecteur in het kader van de vaststelling van de belastingschuld opgevraagde en door de belastingplichtige verstrekte gegevens m.b.t. een (verzwegen) banktegoed kunnen ook worden gebruikt ten behoeve van het opleggen van ee
Inkomstenbelasting. Rekeningenproject. Verlengde navorderingstermijn van 12 jaar niet in strijd met EG-verdrag. Gegevens van rekeningen te laat verstrekt dus geen vrijwillige verbetering. Geen sprake van zelfincriminatie en beroep op bewijsuitsluiting faalt. Boete terecht maar ge
Inkomstenbelasting. KB-Lux. Verlengde navorderingstermijn niet in strijd met EG-verdrag en Benelux-verdrag. Boete gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.
De verlenging van de navorderingstermijn tot 12 jaar is voldoende gerechtvaardigd doordat die verlenging is gericht op de bestrijding van belastingontduiking waar doeltreffende fiscale controles ontbreken. Na een duidelijke toezegging dat geen verhoging zal worden opgelegd vormt
Strafmotivering. ’s Hofs overweging dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiele Documentatie eerder t.z.v. vergelijkbare delicten is veroordeeld, is onbegrijpelijk, nu verdachte van die feiten niet onherroepelijk veroordeeld was. CAG over art. 10.3 Wm en opzet.
Aan verdachte waren acht feiten tenlastegelegd, waaronder het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften en valsheid in geschrifte. De officier van justitie achtte zeven feiten bewezen en vorderde een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. De rechtbank acht drie feiten
KBLux-zaak. Weigeraar. Rechtbank voorziet zelf in de zaak. Navorderingstermijn van 12 jaar (artikel 16, lid 4 AWR) niet in strijd met Europees recht. Verzoek overlegging volledige draaiboek afgewezen. Geen onrechtmatig verkregen bewijs. Omkering van bewijslast. Redelijke schattin
- omkering bewijslast, - ernst van het verzuim.