Art. 5 AWR. Art. 11, lid 3, AWR. Art. 3:41 Awb. Aanslag binnen driejaarstermijn vastgesteld in geautomatiseerd systeem Belastingdienst, maar bewijs van verzending ontbreekt. Herijking van criteria voor inachtneming van de aanslagtermijn. Aanslag vernietigd.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 5 AWR
Genoemd in 115 uitspraken · Officiële wettekst
115 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vennootschapsbelasting. Belastingrente. Art. 27 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en art. 30f e.v. Algemene wet inzake rijksbelastingen. Inspecteur wijst verzoek om herziening van voorlopige aanslag wat betreft de daarin begrepen belastingrente af. De dagtekening van die op 2
-
Omzetbelasting; boete; art. 67f AWR; beoordelingsmoment opzet of grove schuld.
Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending
Art. 5 en art. 52a AWR. Informatiebeschikking; tenaamstelling; geen verhindering voor inspecteur betekenis toe te kennen aan door belanghebbende overgelegd stuk dat is opgesteld ter uitvoering van een Nederlands strafrechtelijk rechtshulpverzoek.
Vpb. Dividendstripping. Hoewel eiseres wel opbrengstgerechtigde was (art 25 lid 1 Vpb), kan zij niet als uiteindelijk gerechtigde van de op de aandelen uitgekeerde dividenden worden beschouwd. Geen verrekening van dividendbelasting ogv art 25 lid 2 Vpb. Eiseres is een inmiddels o
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
Is het percentage van belastingrente voor de vennootschapsbelasting bepaald in art. 1(b) Bbi in strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 inzake 20/04379 en 21/00170.
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo
Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de (navorderings)aanslagen Vpb 2013 en 2015 tijdig en op de voorgeschreven wijze zijn bekengemaakt. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt. Het Hof zal daarom alle jaren (2012 tot en met 2015) inhoudelijk beoordelen. Inhoudelijk is
Bijlage bij de conclusies van 16 augustus 2016 in de zaken met nrs. 15/05826 (ECLI:NL:PHR:2016:853), 15/02068 (ECLI:NL:PHR:2016:884) en 15/02069 (ECLI:NL:PHR:2016:883).
Accijns; art. 5, lid 1, AWR; art. 2, lid 2, letter d, van de Invorderingswet 1990; art. 8:42 Awb; art. 2c, lid 4, Wet op de accijns; art. 10, lid 4, Richtlijn 2008/118/EG; valse afmelding EMCS; aanslagbiljet en naheffingsaanslag; op de zaak betrekking hebbende stukken.
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo
Naheffingsaanslag accijns; belastingaanslag; op de zaak betrekking hebbende stukken. Het hof is van oordeel dat de betreffende brief is aan te merken als een naheffingsaanslag, omdat deze alle voor een naheffingsaanslag benodigde gegevens bevat. De inspecteur heeft alle op de zaa
Procesrecht; Inkomstenbelasting; artikel 5 AWR; aanslag binnen termijn vastgesteld; twee aanslagbiljetten met verschillende dagtekening; ten titel van lening opgenomen gelden terecht in 2009 aangemerkt als winstuitdeling?
Omzetbelasting. Naheffingsaanslagen tijdig opgelegd?
Inkomstenbelasting. Bestuursprocesrecht. Art. 5, lid 1, en 11, lid 3, AWR; art. 4.16, lid 1, sub h, en 4.46, lid 2, Wet IB 2001; art. 2 en 9 en Slotprotocol ad art. 2 en 9 bij Verdrag Nederland-Zwitserland 1951. Tijdstip van opleggen aanslag indien deze pas na de dagtekening van
Op basis van gegevens verstrekt door de Belgische Bijzondere belastinginspectie is in maart 2007 binnen de Belastingdienst het project Bank Zonder Naam van start gegaan. Belanghebbende is op basis van de ontvangen gegevens door de Inspecteur geïdentificeerd als rekeninghouder van
OB. Groothandel in personenauto’s en lichte bestelauto’s. Intracommunautaire leveringen of binnenlandse leveringen? Had belanghebbende moeten weten dat zij deelnam aan een keten waarin btw-fraude werd gepleegd?
Vennootschapsbelasting. Tijdigheid aanslag en verliesvaststellingsbeschikking. Onttrekking. Sloop en nieuwbouw pand. Onzakelijk ? Omvang voordeel.
Aanslag Vpb opgelegd aan een reeds ontbonden rechtspersoon, belanghebbende, met gelijktijdig vastgestelde verliesvaststellingsbeschikking van nihil. Het beroep dat is ingesteld door de gemachtigde namens de voormalige vereffenaar op naam van belanghebbende is ontvankelijk. De rec
Belanghebbende verstrekt in 2008 voor een totaalbedrag van $ 186 miljoen leningen aan in de [J] gevestigde vennootschappen. In de jaren 2009 t/m 2011 waardeert belanghebbende deze vorderingen ten laste van haar resultaat af. De Inspecteur staat de aftrek van de aangegeven afwaard
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto van het merk Daihatsu. Ten behoeve van de voldoening van parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam met haar mobiele telefoon, heeft zij de Daihatsu laten registreren bij Parkmobile. Via Parkmobile biedt de gemeente parkeerders de