Nr. 39.719 17 december 2004 EC gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 februari 2003, nr. P01/01131, betreffende na te melden aan X3 N.V., statutair gevestigd te Curaçao, Nederlandse Antill
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 4 AWR
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Nr. 39.720 17 december 2004 EC gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 februari 2003, nr. P01/01418, betreffende na te melden aan X3 N.V., statutair gevestigd te Curaçao, Nederlandse Antill
Navorderingsaanslag IB/PVV 2007. Hoger beroep wordt door het hof ongegrond verklaard. Diverse geschilpunten. Het hof is van oordeel: dat in het midden kan worden gelaten of het afgeleid verschoningsrecht is geschonden, dat artikel 8:42 Awb en het Unierechtelijk verdedigingsbegins
Toepassing 30%-regeling terecht afgewezen. Hoger beroep van de inspecteur gegrond.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende in 2015 naar nationaal recht in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtig is. Toepassing van belastingverdragen staat daar niet aan in de weg. De aanslag IB/PVV 2015 is te laag vastgesteld; de inspecteur heeft zich terecht op inte
Het hof is van oordeel dat belanghebbende in 2015 naar nationaal recht in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtig is. Toepassing van belastingverdragen staat daar niet aan in de weg. De aanslag IB/PVV 2015 is te hoog vastgesteld, ondanks dat de inspecteur zich terecht o
Inkomstenbelasting, schending hoorrecht, fiscaal inwoner Nederland of Verenigde Staten
IB/PVV. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Woonplaats. Heffingsbevoegdheid. Vertrouwensbeginsel.
De beroepen zijn gegrond. De in aanmerking te nemen huuropbrengst voor de jaren 2019 en 2020 is respectievelijk € 13.750 en € 14.000. Verder is de kostenvergoeding (2020) tot een te laag bedrag vastgesteld en heeft belanghebbende recht op ISV.
Art. 4 AWR: fiscale woonplaats erflater.
Art. 4 AWR: fiscale woonplaats erflater.
IB/PVV 2014. Inkomen uit aanmerkelijk belang bij ontbinding en doorhaling van vennootschap door KvK in 2014. Fictieve vervreemding (artikel 4.16, lid 1, letter g, Wet IB 2001). Herleving van de vennootschap in 2022 heeft geen gevolgen voor de heffing van IB/PVV in 2014. Nederland
Hoger beroep tegen de uitspraak van de accountantskamer van 24 januari 2022, met nummer 21/556 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2022:4), waarin de tuchtklacht, ingediend door een fiscaal adviseur tegen een registeraccountant die als opsporingsambtenaar werkzaam is bij d
Art. 10e Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Belanghebbende, afkomstig uit India, heeft met een studentenvisum een jaar in België gestudeerd en is daarna onder de regeling “zoekjaar afgestudeerden” naar Nederland gekomen om een baan te vinden. In Nederland heeft hij enige tijd
Feitelijke leiding, zakelijke rente
Woonplaats art. 4 AWR; duurzame band van persoonlijke aard; belanghebbende woont op grond van nationaal recht in Nederland; toepassing Verdrag Nederland - Duitsland.
Tardiefverklaring van stukken. Vereiste aangifte; geen omkering en verzwaring bewijslast voor het jaar 2016. Art. 4 AWR en art. 4 Verdrag Nederland-Polen; belanghebbende is inwoner van Nederland. Belanghebbende is geen ondernemer voor de Wet IB 2001. Navorderingsaanslag 2013 en a
Belanghebbende is op grond van nationale wetgeving zowel inwoner van Nederland als van Marokko. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Marokko wordt belanghebbende aangemerkt als inwoner van Marokko, zodat belanghebbende beperkt binnenlands belastingplichtig is. De
Belanghebbende kwalificeert niet als een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven werknemer in de zin van art. 10e, lid 2, letter b, UBLB 1965. De Inspecteur heeft het verzoek van belanghebbende om toepassing van de 30%-bewijsregel terecht afgewezen.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Eiser is voor het jaar 2017 terecht aangemerkt als binnenlands belastingplichtige. Ondanks dat hij als piloot in Spanje en Italië was gehuisvest, onderhield hij een duurzame betrekking van persoonlijke aard met Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank is een op de Italiaanse
Art. 4 AWR (plaats van werkelijke leiding lichaam); artikel 7.5, lid 6, Wet IB 2001 (vestigingsplaatsfictie). Buitenlandse belastingplicht box 2. Dga van naar Nederlands recht opgerichte BV is in oktober 2005 geëmigreerd naar Spanje en vervolgens in 2013 naar Curaçao. Is de BV in
Aan X is een naheffingsaanslag Bpm en een vergrijpboete opgelegd. Rechtbank Den Haag laat de naheffingsaanslag in stand en verklaart het beroep tegen de boete gegrond. De rechtbank acht aannemelijk dat X niet in Duitsland maar in Nederland woonde.
artikel 1.2, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wet inkomstenbelasting 2001; artikel 4, eerste lid, van de Awr; Belanghebbende betoogt – kort weergegeven - dat zijn echtgenote vanaf 1 januari 2013 in Libanon woonachtig is en dat gezien de omstandigheid dat Nederland met Libano