Art. 4 AWR. Vestigingsplaats. Werkelijke leiding. Opzet of grove schuld?
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 4 AWR
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Teruggaaf van dividendbelasting ex art. 10 Wet Divbel aan een Schotse trust, in het VK onderworpen maar zonder rechtspersoonlijkheid, die Nederlands dividend geniet? Opbrengstgerechtigd of transparant? Niet-belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting? EU-vrijheid van kapitaa
Belanghebbende is een naar het recht van Cyprus opgerichte Limited. Haar statutaire bestuur bevindt zich op Cyprus en zij heeft op Cyprus aangiften gedaan. De middellijk (enig) aandeelhouder van belanghebbende woont in Nederland. De activiteiten van belanghebbende bestaan uit het
Guadalupe. Verdachte is belastingadviseur van internationaal optredende DJ. Vrijspraak van door de verdachte medeplegen van (doen plegen) van onjuiste belastingaangifte (primair) en door de rechtspersoon (subsidiair) nu zaak tegen de DJ is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs van
Aan belanghebbende zijn aanslagen IB 2015 en 2016 opgelegd en beschikkingen restant persoonsgebonden aftrek (PGA) gegeven. Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit en was in 2015 en 2016 werkzaam als piloot. Belanghebbende werkte voor een Ierse maatschappij en was achter
De inspecteur heeft over de jaren 2009 tot en met 2013 (navorderings)aanslagen IB/PVV, Zvw, naheffingsaanslagen OB, rentebeschikkingen en boetes opgelegd. Het hof beslist (1) dat de fiscale woonplaats van belanghebbende in 2009 tot en met 2012 in Nederland was gelegen, (2) dat be
BPM; artikel 1, lid 5, Wet BPM; art. 4 AWR; artt. 34 en 110 VWEU. Burger met Belgische nationaliteit woont zowel in België als in Nederland en werkt in Nederland; de auto met Belgisch kenteken wordt duurzaam in beide landen gebruikt. Prejudiciële vragen
Aanslagen IB/PVV 2015, 2016 en 2017. Geen schending hoorplicht. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Vereiste aangifte niet gedaan; bewijslast omgekeerd en verzwaard. Geen buitenlandse belastingplicht. Redelijke schatting; geen dubbele heffing en terecht geen rekening gehouden
Art. 4 AWR; woonplaats. Woonplaatsbegrip is niet aan herijking of nadere invulling toe. Open norm. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende heel 2016 in Nederland woonde. Belanghebbende kan zich niet met succes beroepen op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Malta-structuur; medeplegersboete. Naar het oordeel van het Hof was de werkelijke leiding van de Maltese vennootschappen in Nederland gelegen, zodat aanvankelijk te weinig vennootschapsbelasting is geheven. Het Hof oordeelt echter dat bij belanghebbende, adviseur van de aandeelho
De inspecteur heeft over de jaren 2009 tot en met 2013 (navorderings)aanslagen IB/PVV, Zvw, naheffingsaanslagen OB, rentebeschikkingen en boetes opgelegd. Het hof beslist (1) dat belanghebbende zijn fiscale woonplaats in 2009 tot en met 2013 uitsluitend in Nederland was gelegen,
Belanghebbende heeft van 1 april 2004 tot en met 28 april 2012 werkzaamheden verricht als piloot voor Ryanair. Hij was bij Ryanair werkzaam via een Brits uitzendbureau. Belanghebbende was in deze periode achtereenvolgens in Spanje en Italië gestationeerd. De Inspecteur heeft over
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over het woonplaatsbegrip voor natuurlijke personen in de zin van art. 4, lid 1 AWR. Om het geschil in het juiste perspectief te plaatsen wijdt A-G Niessen een bredere bespreking aan art. 4, lid 1 AWR. In de 19e-eeuwse voorgeschiede
Uitdrukkelijk en ondubbelzinnig beroep op interne compensatie?
-
Het hof is van oordeel dat het voorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb niet is geschonden Verder acht het hof aannemelijk dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR, dat belanghebbende naar nationaal recht en op grond van de tussen Nederland en Z
IB/PVV. Resultaat uit overige werkzaamheden (box 1) en belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Procesbelang niet geschaad. Landelijke bevoegdheid inspecteur. Woonplaats naar nationaal recht en voor het Belastingverdrag Nederland-Thailand. Toerekening vermogen minderjar
In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag LB terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd en of de verzuimboetes terecht zijn opgelegd. Meer in bijzonder is in geschil: a. of het stamrecht reeds vóór 2014 is afgekocht of feitelijk voorwerp van zekerheid is geworden; b
Naheffingsaanslag Bpm 2015. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, hetgeen zich toespitst op de vraag of belanghebbende in 2015 in Nederland woonde in de zin van artikel 4, lid 1, AWR. Het hof oordeelt dat dit het geval was. Belanghebbende had
Nederlandse BV met statutair bestuur in Singapore betaalt dividend aan aandeelhouder op St. Maarten; Nederland heffingsbevoegd onder art. 2(1)(d) BRK en art. 3(4) Verdrag Singapore? tie breaker (‘geleid en bestuurd’); Drielandenpunt- en Singaporearresten; oprichtingsrecht ‘soortg
In geschil is of belanghebbende recht heeft op toekenning van alleenstaande-ouderkorting.
Is belanghebbende terecht aangemerkt als binnenlandse belastingplichtige?
Eén van de erfgenamen procedeert zonder machtiging over de aanslag inkomstenbelasting 2011 van erflater. Volgens het Hof is sprake van zaakwaarneming. In geschil is de woonplaats van erflater die, na gedurende vele jaren in Spanje te hebben gewoond, in verband met gezondheidsrede
Belanghebbende is in 2009 in zijn woning aangehouden en daarbij zijn onder meer vuurwapens en een groot geldbedrag aangetroffen. Vervolgens is belanghebbende naar het buitenland uitgeleverd. Ter zake van het voldoen aan de aangifteplicht en de inlichtingenplicht is er geen reden