Artikel 3.126, lid 1, letter d, Wet IB 2001, artikel 14, leden 3 en 4, Uitvoeringsbesluit IB 2001 (tekst 2003) en artikel 49 EG (thans: artikel 56 VWEU). Voorwaarden voor aftrek van aan Duitse verzekeraar betaalde premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering in strijd met EU
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 47 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 31 · live
Belastingplichtige woont samen met de vader van haar kinderen. Alleenstaande-ouderaftrek terecht door inspecteur gecorrigeeerd. Contante stortingen op bankrekening van eiseres terecht in het belastbare inkomen uit werk en woning begrepen. Geen omkering van de bewijslast op de gro
De KB-Luxbank verstrekt alleen gegevens over een periode van 10 jaar voorafgaand aan het jaar waarin om die gegevens wordt verzocht. Door pas in 2006 gegevens bij deze bank op te vragen heeft belanghebbende zich de mogelijkheid ontnomen bewijs te leveren omtrent het verloop van d
Het Hof acht voor 1998 niet aannemelijk dat belanghebbende inkomsten uit handel in drugs heeft genoten en acht dat voor 1999 met omkering van de bewijslast wél aannemelijk. De vergrijpboete van 25% voor 1999 is terecht opgelegd maar wordt verminderd door overschrijding van de red
KB-Luxzaak. Een door het Hof geuit vermoeden omtrent de periode waarover KB-Luxrekeningen zijn aangehouden, kan niet worden weerlegd met een aanbod tot bewijs van de onrechtmatigheid van het gebruik van de microfiches.
KB-Luxzaak. Belanghebbende heeft een hoger persoonlijk arbeidsinkomen dan zijn echtgenote en daarom worden de tegoeden op de op haar naam staande KB-Luxrekeningen en de inkomsten daaruit aan hem toegerekend. Deze toerekening kan niet worden aanvaard bij het opleggen van een boete
KB-Luxzaak. Belanghebbende biedt deskundigenbewijs aan teneinde onderzoek te doen naar de statistische berekeningen van de Belastingdienst. De enkele omstandigheid dat gegevens in tabellen zijn gerangschikt is echter onvoldoende om het gebruik van deze gegevens als een berekening
KB-Luxzaak. Het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende in kennis gesteld van zijn vermoeden dat belanghebbende gedurende de gehele door de inspecteur in aanmerking genomen periode houder was van KB-Luxrekeningen. De gemachtigde reageert daarop met een verwijzing naar de reac
KB-Luxzaak. Door belanghebbende tijdens een boekenonderzoek in 1993 gemaakte opmerkingen over Luxemburgse spaarrekeningen staan aan navordering niet in de weg. Voorts mocht de inspecteur artikel 16, lid 4 AWR toepassen.
Vermogensbelasting. Buitenlandse bankrekening. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende in het jaar 1996 rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat hij beschikte over aanzienlijke bedragen aan vermoge
Inkomstenbelasting. Buitenlandse bankrekening. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende in het jaar 1995 rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat hij beschikte over aanzienlijke bedragen aan (inkoms
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Belanghebbende heeft overtuigend aangetoond dat de aan de navorderingsaanslagen ten grondslag liggende correcties voor ondernemers dienen te worden vervangen door de lagere correcties voor particulieren, met ui
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Het Hof vermindert twee navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting door de in aanmerking genomen correctie voor ondernemers te vervangen door de lagere correctie voor particulieren, welke ook in aanmerking
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Voor het jaar 2000 is over de volledige correctie door middel van een aanslag vermogensbelasting geheven. De naderhand eveneens over die correctie opgelegde navorderingsaanslag dient te worden vernietigd.
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Nu het gaat om bankrekeningen in een land met een bankgeheim en om aanzienlijke bedragen is een boete van 100% in beginsel passend en geboden.
Correcties in verband met op naam van echtgenote staande KB-Luxbankrekeningen worden aan belanghebbende toegerekend omdat hij een hoger persoonlijk inkomen heeft. De inspecteur heeft niet gesteld dat het aan belanghebbendes opzet is te wijten dat over deze tegoeden en de daaruit
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Afwijzing van verzoek om heropening van het onderzoek naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad van 26 februari 2010, nrs. 43050bis en 43670bis. Het verzoek is niet onderbouwd met feiten waaruit kan volg
Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1996-1999 en vermogensbelasting 1993-2000. Eiser is samen met een zakenpartner en een aantal Nederlandse en Antilliaanse lichamen betrokken bij enkele bedrijfstransacties. In geschil is onder meer of de twaalfjaarstermijn van art. 16,
Inkomstenbelasting. In geschil is of de Inspecteur een hoger bedrag dan het bij de aanslag in aftrek toegelaten bedrag van ƒ 31.300 aan kosten van onderhoud en andere kosten en lasten van onroerende zaken op de verhuurinkomsten van de panden in aftrek had moeten aanvaarden.
Omkering en verzwaring bewijslast omdat belanghebbende geen informatie heeft verstrekt waaruit duidelijk kon worden hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de schatting van het inkomen door de inspecteur redelijk is. Het beroep
Aannemelijk is dat belanghebbende en zijn partner houder zijn van de op de microfiches vermelde KB-Luxrekeningen met dezelfde namen als die van belanghebbende en zijn partner gedurende de door de inspecteur gestelde periode en dat de ter zake daarvan opgelegde navorderingsaanslag
Navorderingsaanslagen wegens niet opgegeven KB-Lux rekening.
Rekeningenproject. Verweerder maakt onvoldoende aannemelijk dat eiser houder is van de op de microfiche vermelde KB-Luxrekening.
De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende op 31 januari 1994 rekeninghouder was van de onderhavige bankrekeningen bij de KB-lux. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat zij ook vóór 1994 en na 1994 beschikte over aanzienlijke bedragen aan (inkomsten uit) vermogen d