1. Belanghebbendes heeft ontkend een bankrekening in het buitenland te hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende rechthebbende was tot de buitenlandse bankrekening. 2. De tweede serie navorderingsaanslagen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 47 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 29 · live
KB-Lux zaak. Rechtbank verwerpt grotendeels de grieven van eiseres. Wel vermindering van de aanslagen, omdat verweerder bij de schatting van het inkomen ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de vermenigvuldigingsfactor 1,5. De vergrijpboetes dienen echter wel te worden vernietig
Vennootschapsbelasting. Vrijval herinvesteringreserve terecht? Toepassing art. 15 e Wet Vpb 1969. Herinvestering en wijziging belang binnen zeer korte periode.
Vennootschapsbelasting. Belastingregeling voor het Koninkrijk. Art. 35b, lid 7, van de BRK, plaats van werkelijke leiding, temporele werking wettelijk bewijsvermoeden, aantonen.
De navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 1995 tot en met 2004 en de navorderingsaanslagen VB 1996 tot en met 2000 zijn terecht aan eiser opgelegd nu aannemelijk is dat eiser rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers in Luxemburg. De navorderingsaansla
Belanghebbende bemiddelt bij de verkoop van huizen in Spanje en handelt in tweedehands auto’s. Het Hof oordeelt evenals de rechtbank dat voor de jaren 2000 en 2001 (onder meer) niet aan de administratieplicht is voldaan. Voor het jaar 2002 is niet tijdig aangifte gedaan. De inspe
KBL-zaak. Belanghebbende is houder van een rekening bij KBL. Belanghebbende heeft met betrekking tot elk van de nog in geding zijnde jaren het beboetbare feit begaan door bedragen aan inkomsten en vermogen niet in zijn aangiften te verantwoorden, en het kan niet anders kan dan da
KBL-zaak. Belanghebbende is houder of is houder geweest van een KBL-rekening. Vaststaat dat hij met zijn ontkenning een buitenlandse rekening te hebben of te hebben gehad, de inspecteur een onjuiste inlichting heeft verstrekt.
KBL-zaak. Belanghebbende is houdster van een KBL-rekening. Belanghebbende heeft met betrekking tot elk van de nog in geding zijnde jaren het beboetbare feit begaan door bedragen aan inkomsten niet in haar aangiften te verantwoorden, en het kan niet anders dan dat het aan opzet va
Inkomstenbelasting. Verlengde navorderingstermijn. Inkomsten buiten Europese Unie. Schending inlichtingenplicht. Omkering en verzwaring bewijslast. Redelijke schatting. Fictief rendement.
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: 1. Heeft de Inspecteur de microfiches onrechtmatig dan wel in strijd met het internationale vertrouwensbeginsel verkregen? 2. Heeft de Inspecteur het evenredigheidsbeginsel geschonden bij het opleggen van de navord
Nu niet is gemotiveerd op welke wijze de op de microfiches vermelde gegevens, andere dan die welke betrekking hebben op de rekening waarvan belanghebbende als houder is geïdentificeerd, hebben kunnen bijdragen aan de besluitvorming over de aan belanghebbende opgelegde navordering
De inspecteur heeft het door de Hoge Raad in zijn arrest van 15 april 2011 LJN BN6324 bedoelde bewijs geleverd voor alle jaren waarover inkomsten- en vermogensbelasting is nagevorderd.
Navorderings)aanslagen IB/PVV in verband met het recht van eisers op het vermogen van de Trust: Door bij de aanslagregeling geen onderzoek in te stellen naar de betrokkenheid van eisers bij de Trust heeft de inspecteur geen ambtelijk verzuim begaan dat aan navordering in de weg s
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
Het Hof heeft vastgesteld dat de Inspecteur voor het opleggen van de boeten is geslaagd in het bewijs dat belanghebbende in de onderwerpelijke jaren houder van KBL-rekening [...] is geweest. Met inachtneming van de hiervoor weergegeven criteria stelt het Hof verder vast, gelet op
De Inspecteur is voor het opleggen van de verhogingen en de boeten geslaagd in het bewijs dat belanghebbende in de onderwerpelijke jaren houder van KBL-rekening [...] is geweest. Belanghebbende heeft bij KBL - een bank met een bankgeheim - een bankrekening geopend en aangehouden
Het Hof heeft vastgesteld dat de Inspecteur voor het opleggen van de verhogingen en de boeten is geslaagd in het bewijs dat belanghebbende in de onderwerpelijke jaren houder van KBL-rekening [...] is geweest. Met inachtneming van de hiervoor weergegeven criteria stelt het Hof ver
KBL-zaak. Belanghebbende is houder van een rekening bij KBL. Belanghebbende heeft met betrekking tot elk van de nog in geding zijnde jaren het beboetbare feit begaan door bedragen aan inkomsten en vermogen niet in diens aangiften te verantwoorden, en het kan niet anders dan dat h
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
1 van 6 zaken (project bank zonder naam) 1. Belanghebbende heeft ontkend een bankrekening in het buitenland te hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de belanghebbende rechthebbende was tot de buitenlandse bankrekening. 2.
Inkomstenbelasting. Het beroep van de Inspecteur op schending van de informatieverplichting door belanghebbende en de daaraan verbonden afwijking van de bewijslastverdeling is afgewezen. Eveneens is afgewezen het verzoek toe te staan dat belanghebbende door middel van een kort ge
KB-Luxrekening wordt ontkend. Saldo op 31 januari 1994 is ƒ 70.000. De omvang van het vermogen zoals dat op 31 januari 1994 bekend was, sluit niet uit dat dit vermogen in de jaren voorafgaand aan 1993 en de jaren volgend op 1994 zoveel lager was dat de daaruit genoten rente-inkom
Coffeeshop: navorderingsaanslagen IB, heffingsrente en vergrijpboetes. Heeft terecht omkering en verzwaring van de bewijslast plaatsgevonden vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht ex artikel 47 AWR dan wel de administratieplicht ex artikel 52 AWR.
KB-Lux boetebewijs Gelet op de hoogte van de saldi op de microfiches (in totaalƒ 27.806,89) is zonder nader bewijs niet aannemelijk dat belanghebbende in de jaren voorafgaand aan en volgend op 1994 over voor de inkomsten- en vermogensbelastingheffing relevant vermogen beschikte w