Motorrijtuigenbelasting; artt. 7, 13, 34, en 37 Wet MRB; art. 67c AWR; VWEU; prejudiciële vragen rechtbank; naheffing en verzuimboete voor gebruik maken van de weg met een motorrijtuig met buitenlands kenteken; houder is ingezetene van Nederland maar heeft niet de Nederlandse nat
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 4 AWR
Genoemd in 176 uitspraken · Officiële wettekst
176 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 4 AWR. Vestigingsplaats. Werkelijke leiding. Opzet of grove schuld?
Teruggaaf van dividendbelasting ex art. 10 Wet Divbel aan een Schotse trust, in het VK onderworpen maar zonder rechtspersoonlijkheid, die Nederlands dividend geniet? Opbrengstgerechtigd of transparant? Niet-belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting? EU-vrijheid van kapitaa
Deze gemeenschappelijke bijlage hoort bij de conclusies in de zaken met nrs. 23/03444 ECLI:NL:PHR:2024:768 , 23/03445 ECLI:NL:PHR:2024:776 en 23/03793 ECLI:NL:PHR:2024:778 (hierna ook: de onderhavige zaken). De zaken met nrs. 23/03444 en 23/03445 kennen een nagenoeg vergelijkbaar
Belanghebbende is een naar het recht van Cyprus opgerichte Limited. Haar statutaire bestuur bevindt zich op Cyprus en zij heeft op Cyprus aangiften gedaan. De middellijk (enig) aandeelhouder van belanghebbende woont in Nederland. De activiteiten van belanghebbende bestaan uit het
Woonplaats volgens artikel 2, tweede lid, van het belastingverdrag met Zwitserland (1951). Het gedurende ruim 10 jaar na de veronderstelde emigratie aanhouden van de Nederlandse woning door eiseres, levert een door eiseres te ontzenuwen bewijsvermoeden op dat eiseres haar persoon
Belanghebbende is een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap. In 2008 is haar statutaire directie vanuit Nederland verplaatst naar Malta. Op Malta maakt zij gebruik van het “remittance base”-regime. In de jaren 2011 en 2012 heeft belanghebbende in haar aangiften vennootsch
Motorrijtuigenbelasting; naheffing van ingezetenen met buitenlands kenteken. Door wetswijziging in 2014 (art. 7(3), 13(2) en 34(2)(2e volzin) Wet mrb) kan hun naheffingsaanslag over een langere periode worden berekend dan daarvóór en dan in andere bijzondere naheffingsgevallen (t
[C], erflater, was aan het begin van het jaar 2014 genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een woning en van een perceel, beide gelegen in [R]. Tussen de woning en het perceel zijn diverse woningen en zijstraten gelegen. Het perceel heeft een oppervlakte van
Algemeen. Informatiebeschikking. Reikwijdte?
Guadalupe. Verdachte is belastingadviseur van internationaal optredende DJ. Vrijspraak van door de verdachte medeplegen van (doen plegen) van onjuiste belastingaangifte (primair) en door de rechtspersoon (subsidiair) nu zaak tegen de DJ is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs van
Aan belanghebbende zijn aanslagen IB 2015 en 2016 opgelegd en beschikkingen restant persoonsgebonden aftrek (PGA) gegeven. Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit en was in 2015 en 2016 werkzaam als piloot. Belanghebbende werkte voor een Ierse maatschappij en was achter
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
De inspecteur heeft over de jaren 2009 tot en met 2013 (navorderings)aanslagen IB/PVV, Zvw, naheffingsaanslagen OB, rentebeschikkingen en boetes opgelegd. Het hof beslist (1) dat de fiscale woonplaats van belanghebbende in 2009 tot en met 2012 in Nederland was gelegen, (2) dat be
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de aanvaardbaarheid van een informatiebeschikking afgegeven ter vaststelling of erflater in Nederland woonde. Het gaat om het beroep in cassatie van de erven, belanghebbenden, van [X] tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosc
In geschil is de woonplaats van belanghebbende, die zowel een band met Nederland als de Verenigde Staten heeft. Hof Den Haag oordeelt in de eerste plaats dat belanghebbende voor de toepassing van art. 4 AWR inwoner van Nederland is, omdat belanghebbende in de onderhavige jaren ee
BPM; artikel 1, lid 5, Wet BPM; art. 4 AWR; artt. 34 en 110 VWEU. Burger met Belgische nationaliteit woont zowel in België als in Nederland en werkt in Nederland; de auto met Belgisch kenteken wordt duurzaam in beide landen gebruikt. Prejudiciële vragen
Inkomstenbelasting; artikel 4 AWR; artikel 3, lid 6 Verdrag met Duitsland, artikel 11, lid 3, Rijnvarendenverdrag; binnenscheepvaart; thuishaven is in de staat waarmee een schip zijn nauwste band heeft; de formele thuishaven en de vlag waaronder het schip vaart zijn niet doorslag
Aanslagen IB/PVV 2015, 2016 en 2017. Geen schending hoorplicht. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Vereiste aangifte niet gedaan; bewijslast omgekeerd en verzwaard. Geen buitenlandse belastingplicht. Redelijke schatting; geen dubbele heffing en terecht geen rekening gehouden
Art. 4 AWR; woonplaats. Woonplaatsbegrip is niet aan herijking of nadere invulling toe. Open norm. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel.
Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2020:3461. Zie ook ECLI:NL:HR:2022:1579. Onrechtmatige daad bestaande uit het (behulpzaam zijn bij het) onttrekken van een vennootschap aan het zicht van de Belastingdienst. De aansprakelijkheid wordt (alleen) aangenomen waar het materieel de navorderings
Het hof is van oordeel dat belanghebbende heel 2016 in Nederland woonde. Belanghebbende kan zich niet met succes beroepen op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Verwijzingsuitspraak n.a.v. HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84. Met het verwijzingsarrest is onherroepelijk komen vast te staan dat belanghebbende voor de jaren 2011 t/m 2015 als binnenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt en dat hij op grond van het belastingverdra
Malta-structuur; medeplegersboete. Naar het oordeel van het Hof was de werkelijke leiding van de Maltese vennootschappen in Nederland gelegen, zodat aanvankelijk te weinig vennootschapsbelasting is geheven. Het Hof oordeelt echter dat bij belanghebbende, adviseur van de aandeelho
De inspecteur heeft over de jaren 2009 tot en met 2013 (navorderings)aanslagen IB/PVV, Zvw, naheffingsaanslagen OB, rentebeschikkingen en boetes opgelegd. Het hof beslist (1) dat belanghebbende zijn fiscale woonplaats in 2009 tot en met 2013 uitsluitend in Nederland was gelegen,