Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 januari 2025 inzake: 24/01480 ECLI:NL:PHR:2025:130 en 24/02200 ECLI:NL:PHR:2025:131
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 29 AWR
Genoemd in 260 uitspraken · Officiële wettekst
260 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Deelnemingsdividenduitkering aan Zuid-Afrikaanse moeder; activering van de meestbegunstigdeclausule in het belastingverdrag NL-ZA doordat ZA ná heronderhandeling met Nederland (van 0% bronheffing naar 5% bronheffing in ruil voor concessies aan Nederland) ook met Zweden heronderha
Strafvorderlijk onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal dat in de strafprocedure (heling en valsemunterij) is uitgesloten; zelfstandig onrechtmatigheidsoordeel en bruikbaarheidsoordeel door de bestuurlijke-boeterechter? Maatstaven voor beoordeling van gebruik van strafvorderlijk o
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 25 oktober 2024 in de zaken met rolnummers 24/00575 ECLI:NL:PHR:2024:1140 en 24/01942 ECLI:NL:PHR:2024:1118 inzake de verenigbaarheid met hoger recht van de Wet herwaardering proces-kostenvergoedingen WOZ en bpm
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 22 september 2023 in de zaken met de rolnummers: 22/04590 ECLI:NL:PHR:2023:831 en 22/04591 ECLI:NL:PHR:2023:832 Inzake: Toepassing van het relativiteitsvereiste (art. 8:69a Awb) bij een WOZ-beschikking genomen ten aanzien van wonin
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij wonen samen in de echtelijke woning te [Z]. De woning staat als eigendom geregistreerd op naam van de echtgenoot. Van de kant van de Heffingsambtenaar is aan de echtgenoot van belanghebbende op 29 febr
-
Moet het Hof gelegenheid bieden voor herstel van een valse machtiging ?
Het geschil in cassatie betreft de vraag of belanghebbende zich met vrucht kan beroepen op in rechte te beschermen vertrouwen, gewekt door een beleidsbesluit. Belanghebbende is sinds 1 juni 2011 eigenaar van een woning, welke onderdeel uitmaakt van een als rijksmonument aangeweze
Art. 27e, letter a, AWR; vereiste aangifte inkomstenbelasting niet gedaan bij ten onrechte opgevoerde aftrekpost, indien het bedrag aan belasting dat daardoor niet zou worden geheven relatief en absoluut omvangrijk is en de belastingplichtige dat wist of zich daarvan bewust moet
-
-
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:1223 BPM; art. 110 VWEU; art. 10 Wet BPM; herleidingsmethode; kentekenregistermethode; gebruik koerslijst van een ander merk en type; tijdsevenredige vermindering; teruggaaf bij uitvoer; CO2-uitstoot; berekening nieuwprijs; afschrijving in goede justitie
In geschil is of het Hof tot het verwerpen van de administratie kon oordelen, indien de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft vastgesteld. Tevens is in geschil of belanghebbenden de vereiste aangiften hebben gedaan en of de Inspecteur bij het vaststellen van de (navordering
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00697, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00698. In cassatie is in geschil of de waarborgen van artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 1 EP EVRM moeten worden toegepast met het oog de belastingheffing ter zake van
Gemeenschappelijk bijlage bij de conclusies: 16/04237 (ECLI:NL:PHR:2017:977) 16/04325 (ECLI:NL:PHR:2017:1001) 16/04497 (ECLI:NL:PHR:2017:1008) 16/05120 (ECLI:NL:PHR:2017:1016) 17/00879 (ECLI:NL:PHR:2017:1040) 17/01448 (ECLI:NL:PHR:2017:1051) 17/02730 (ECLI:NL:PHR:2017:1036)
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 april 2014, nr. BK-13/00342, ECLI:NL:GHDHA:2014:1769, FutD 2014-1302 en V-N 2014/35.2.4. Belanghebbende hield een aandel
Samenloop strafvorderlijk zwijgrecht en fiscaalrechtelijke meewerkplicht: vormt de onderhavige civielrechtelijke dwangsom ontoelaatbare dwang? Betekenis van het EHRM-arrest Chambaz voor het Nederlandse recht. Feiten: Eiser tot cassatie had een bankrekening in Zwitserland. Hij was
Art. 8:73 Awb. Vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen.
Misslag griffierechtvergoeding in hoger beroep; Inspecteur heeft dat hersteld en daarnaast cassatie-pkv aangeboden naar factor 0,25 hoewel de wet 0,1 voorschrijft. De gemachtigde acht art. 19a Wet Bpm niet van toepassing omdat de cassatieprocedure niet over bpm, maar alleen over
Art. 8:88 Awb in samenhang met art. 29 AWR; verzoek om herziening van een arrest van de Hoge Raad vanwege een later verschenen arrest van het Hof van Justitie; geen sprake van feit dat of omstandigheid die tot herziening noopt; geen doorbreking van het beginsel van eerbiediging v
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00698, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00697. In cassatie is in geschil of de waarborgen van artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 1 EP EVRM moeten worden toegepast met het oog de belastingheffing ter zake van