1 van 5 zaken (project bank zonder naam) 1. Belanghebbendes echtgenoot heeft ontkend een bankrekening in het buitenland te hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de echtgenoot rechthebbende was tot de buitenlandse bankrekenin
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 28 AWR
Genoemd in 2.251 uitspraken · Officiële wettekst
2.251 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 73 · live
1. Belanghebbendes heeft ontkend een bankrekening in het buitenland te hebben. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende rechthebbende was tot de buitenlandse bankrekening. 2. De tweede serie navorderingsaanslagen
Rioolheffing. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende met de aankoop van zijn woning door natrekking eigenaar is geworden van de op de grond bij de woning aanwezige IBA (individueel behandelingssysteem afvalwater), omdat er geen zakelijk recht van opstal is gevestigd op de grond
WOZ Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over de waarde in het economische verkeer van de woning per de waardepeildatum 1 januari 2011. Belanghebbenden hebben de rechtbank in het kader van de erfbelasting verzocht de waarde van de woning per
Inkomstenbelasting; verzwegen buitenlandse banktegoeden? Belanghebbende was in 1995 houder van een Luxemburgse bankrekening. De inspecteur heeft over de daaruit verkregen rente-inkomsten een navorderingsaanslag met boete opgelegd. Belanghebbende ontkent de bankrekening te hebben
Belanghebbende is geïdentificeerd als houder van rekeningen bij Van Lanschot Luxemburg. Na de eerste vragenbrief (7 maart 2007) heeft belanghebbende alle informatie over de rekening verstrekt. Na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is op 31 augustus 2007 één navordering
Invorderingswet. Inleners- en ketenaansprakelijkheid. De gewezen vennoot van een Vof, die een fastfood restaurant van een bekende keten exploiteerde, kan op grond van artikel 18 WvK aansprakelijk worden gesteld voor de aansprakelijkheidsschuld van de Vof. De rechtbank oordeelt in
Naheffing MRB wegens gebruik van de weg tijdens een voor het voertuig geldende schorsing. Op de tijdens de controle gemaakte foto zijn twee koplampen en de kentekenplaat te zien. De rechtbank acht aannemelijk dat de tijdens de controle gefotografeerde auto de auto van belanghebbe
WOZ. De door belanghebbende voorgestane waarde is juist. De kosten van de taxateur voor het bijwonen van de hoorzitting in de bezwaarfase alsmede in verband met het voorbereiden en bijwonen van de zitting in beroep komen voor vergoeding in aanmerking, nu de taxateur bij beide zit
WOZ objectafbakening. Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfspand. De benedenverdieping verhuurt belanghebbende aan de gemeente, die deze verdieping in twee ruimtes heeft gesplitst. De bovenverdieping staat leeg. Vaststaat dat met dezelfde sleutel toegang kan worden verkregen
Een echtpaar dat een transportonderneming dreef in de rechtsvorm van een vof, stelde dat de onderneming op 1 april 2005 was overgedragen aan een derde. Die derde had aan de klanten van de vof bericht dat ze voortaan moesten betalen op een bankrekening van zijn factoringbedrijf. H
Een echtpaar dat een transportonderneming dreef in de rechtsvorm van een vof, stelde dat de onderneming op 1 april 2005 was overgedragen aan een derde. Die derde had aan de klanten van de vof bericht dat ze voortaan moesten betalen op een bankrekening van zijn factoringbedrijf. H
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen / taxatierapport De rechtbank overweegt dat het in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel indien de inspecteur een taxatierapport, dat is overgelegd bij een eerste aangifte Bpm, welke aangifte aanvankelijk is geweigerd maar bij d
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen uitspraak op bezwaar. De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep de Wet openbaarheid van bestuur betreft of daarmee samenhangt. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard voor zover het is gericht tegen het
Inspecteur maakt niet aannemelijk dat de aanmaning tot het doen van aangifte vennootschapsbelasting aan belanghebbende is verzonden. Tegenstrijdige ambtelijke verklaringen niet geloofwaardig. Vernietiging verzuimboete.
Beschikking aansprakelijkstelling Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van de vof, nu zij tot aan de ontbinding van de vof medeverantwoordelijk is geweest voor het reilen en zeilen van de vof. Het in goed vertrouwen overlaten van de boekhoudin
Inkomsten uit hennepteelt Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor handel in hennepstekken. Nu belanghebbende geen inkomsten uit deze handel in zijn aangifte IB heeft aangegeven, heeft de inspecteur terecht de bewijslast naar belanghebbende verschoven. Belanghebbende he
Proceskostenvergoeding in BPM-zaak Tussen partijen is alleen nog de hoogte van de proceskostenvergoeding in geschil. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding voor vergoeding van de werkelijke proceskosten. Het beroep is toch gegrond omdat de inspecteur in bezwaar
De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende, een uit Duitsland aangetrokken tandarts, in aanmerking komt voor de “30%-regeling”, aangezien belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn specifieke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars aanwezig is.
Belanghebbende verricht werkzaamheden buitengaats. Bij de berekening van verlofdagen kan worden uitgegaan van het door de werkgever gehanteerde zogenaamde lifostelsel. Nu een deel van het verlof aan werkzaamheden in India (zijnde een verdragsland) kan worden toegerekend, onderbre
Belanghebbende weigert een kopie van zijn identiteitsbewijs te laten opnemen in de loonadministratie van zijn enige werkgever. In geschil is of belanghebbende als anonieme werknemer recht heeft op teruggaaf van het op hem drukkende bedrag aan inkomensafhankelijke bijdrage zorgver
De rechtbank vermindert de verzuimboete wegens het te laat doen van aangifte IB van € 984 tot € 250. De rechtbank acht het terecht dat aan belanghebbende een verzuimboete is opgelegd, nu niet in geschil is dat is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen daarvan en ook een fis
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen bij invoer (11/2961) De rechtbank vernietigt de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag nu deze is opgelegd voordat de BPM verschuldigd was (het moment van registratie van de auto). Verder vermindert de rechtbank de op aangift
30%-bewijsregel (Schaarste) Belanghebbende woont in Duitsland en is tandarts van broep. In mei 2011 heeft belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een in Nederland gevestigde werkgever gesloten. De conclusie dat in het jaar 2011 geen tekort is aan tandartsen in Nederland houdt
Heffingsambtenaar heeft, tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, niet aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan de opbrengstlimiet. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de Legesverordening 2008 in haar geheel onverbindend is. De legesnota dient te worden vernie