Art. 3, eerste lid, art. 17, tweede lid en art. 33, eerste lid, van de Wet MRB; bestelautotarief; inrichtingseisen; naheffing. Tijdens een controle is geconstateerd dat belanghebbende een overkapping met ruiten aan de rechter- en linkerzijde heeft aangebracht op de laadbak van zi
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 28 AWR
Genoemd in 2.251 uitspraken · Officiële wettekst
2.251 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 53 · live
Art. 21, lid 9, SW en art. 10b UB SW; het arrest BNB 2016/234 geldt dienovereenkomstig ook voor art. 10b UB SW. Belanghebbende en zijn broer hebben het recht van erfpacht op een woning geërfd. Voor de erfbelasting is de waarde van het erfpachtrecht o.g.v. art. 21, lid 9 SW en art
Art. 21, lid 9, SW en art. 10b UB SW; het arrest BNB 2016/234 geldt dienovereenkomstig ook voor art. 10b UB SW. Belanghebbende en zijn broer hebben het recht van erfpacht op een woning geërfd. Voor de erfbelasting is de waarde van het erfpachtrecht o.g.v. art. 21, lid 9 SW en art
Inlenersaansprakelijkheid (artikel 34 Invorderingswet 1990) De wet bevat geen voorrangsregels voor de diverse aansprakelijkheden. Anders dan belanghebbende meent is er geen rechtsregel die de ontvanger verplicht om pas over te gaan tot inlenersaansprakelijkheid nadat hij de mogel
BPM, naheffingsaanslag en dwangsombeschikking. Beroep ongegrond voor zover het de uitspraak op bezwaar en de rentebeschikking op grond van artikel 30ha AWR betreft. Toekenning dwangsom wegens te laat doen van uitspraak op bezwaar en toekenning van een immateriële schadevergoeding
Omzetbelasting, voorbelasting (artikel 15, zesde lid, Wet OB, artikel 11 Uitvoeringsbeschikking OB, artikel 173 Btw-richtlijn) De mate van aftrek van voorbelasting ingeval van gemengd gebruikte goederen en diensten dient te worden bepaald op basis van het gebruik van het geheel v
Vennootschapsbelasting, (on)zakelijke lening, debiteurenrisico, omzetten huurvordering De omzetting van de huurvordering in een lening (schuldvernieuwing) maakt niet dat een nieuw toetsmoment ontstaat met betrekking tot de zakelijkheid van de lening. Afwaardering van de lening te
Navorderingsaanslagen IB/PVV; In geschil is de boxkwalificatie van vergoedingen die door belanghebbende van een BV zijn ontvangen in verband met een door hem aan die BV verstrekte winstdelende lening. Belanghebbende heeft geen bemoeienis gehad met het ontstaan van de structuur wa
Navorderingsaanslagen IB/PVV; In geschil is de boxkwalificatie van vergoedingen die door belanghebbende van een BV zijn ontvangen in verband met een door haar aan die BV verstrekte winstdelende lening. Belanghebbende heeft geen bemoeienis gehad met het ontstaan van de structuur w
Navorderingsaanslagen IB/PVV; In geschil is de boxkwalificatie van vergoedingen die door belanghebbende van een BV zijn ontvangen in verband met een door hem aan die BV verstrekte winstdelende lening. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende moet worden aangemerkt als feite
N.a.v. een opsporingsonderzoek is door de recherche een kasopstelling gemaakt. Het saldo van de kasopstelling is door de inspecteur aangemerkt als niet-aangegeven belastbaar inkomen uit overige werkzaamheden. Naar aanleiding hiervan zijn de onderhavige (navorderings)aanslagen opg
IB/PVV, artikel 3.8 Wet IB 2001 Belanghebbende heeft een woonbestemming verkregen op zijn tot het ondernemingsvermogen behorende woning door de woonbestemming op zijn tot het privévermogen behorende woning op te offeren. Hij heeft in verband met de waardedaling van de tot het pri
Wet WOZ De rechtbank acht het enkel verstrekken van een matrix onvoldoende ter onderbouwing van de juistheid van de aan de woning toegekende waarde. De waarde wordt in goede justitie vastgesteld.
Overdrachtsbelasting / Art. 15, lid 1, onderdeel a, Wet BvR. Begrip ‘bouwterrein’ in de zin van de Btw-richtlijn. Belanghebbenden, een echtpaar, hebben een perceel grond gekocht en verkregen. Ter zake van deze verkrijging hebben zij overdrachtsbelasting voldaan, maar tegen de vol
Art. 1, lid 1-e en lid 2, art. 2, lid 1-b, art. 51, lid 1-b, art. 80 Wet op de accijns; art. 34, lid 1 UB accijns; art. 8 Accijnsrichtlijn; Naar het oordeel van de rechtbank was belanghebbende als schipper betrokken bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen (minerale oliën) a
Vennootschapsbelasting, verzuimboeten opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften voor de jaren 2011 tot en met 2015. De rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van de beroepen die zien op de jaren 2011, 2012 en 2013. De rechtbank ziet aanleiding om de verzuimboe
Belanghebbende was voor 50% aandeelhouder van een autobedrijf. Aan hem zijn navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd, omdat hij volgens de inspecteur als een van de leiders van een criminele organisatie voordelen heeft behaald uit met name grootschalige verkoop van hennep vanuit het
Voor deze uitspraak is momenteel geen samenvatting beschikbaar. Deze uitspraak is op verzoek openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie.
Belanghebbende was voor 50% aandeelhouder van een autobedrijf. Aan hem zijn navorderingsaanslagen IB/PVV en ZVW opgelegd, omdat hij volgens de inspecteur als een van de leiders van een criminele organisatie voordelen heeft behaald uit met name grootschalige verkoop van hennep van
Belanghebbende houdt alle aandelen in haar dochtervennootschap (hierna: de dochter) en vormde met haar een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (hierna: fiscale eenheid). Op 1 april 2013 is de dochter ontvoegd uit de fiscale eenheid. Tussen partijen is in geschil of de
Niet-ontvankelijkheid bezwaar. Toepassing van het vertrouwensbeginsel. Termijnoverschrijvingen zijn verschoonbaar. Belanghebbende is (wellicht onbedoeld) op het verkeerde been gezet, waardoor hij geen bezwaarschriften meer heeft ingediend, terwijl hij dat eerder wel (tijdig) heef
Namens belanghebbende is na afloop van het belastingjaar verzocht om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting op te leggen. Aan belanghebbende is uitstel verleend voor het indienen van de aangifte over het betreffende belastingjaar. De inspecteur heeft voormeld verzoek afgewezen
Artikel 3.54, lid 5 onderdeel b, Wet IB 2001 / Vrijval herinvesteringsreserve (HIR)? Belanghebbende heeft een HIR gevormd. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat binnen de driejaarstermijn een begin van uitvoering is gegeven aan een herinveste
Aanslag IB/PVV; specifieke zorgkosten; proceskosten; artikel 8:75 van de Awb Belanghebbende legt in de beroepsfase gegevens over op grond waarvan alsnog een deel van de in de aangifte geclaimde zorgkosten door de rechtbank in aftrek wordt toegestaan. Het beroep is gegrond. De rec
inkomstenbelasting; ontslag van instantie; aanmerkelijk belang; fiscale transparantie; afgezonderd particulier vermogen; toerekening vervreemdingsvoordeel; omkering bewijslast. Het verzoek van de inspecteur om ontslag van instantie is afgewezen omdat de belangen van belanghebbend