Artikel 16 van de AWR. Navorderingsaanslag vernietigd omdat sprake is van een ambtelijk verzuim. Belanghebbende heeft een herziene aangifte IB/PVV ingediend waarin zij een persoonsgebonden aftrekpost aan scholingsuitgaven in aanmerking heeft genomen. De inspecteur heeft naar aanl
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 28 AWR
Genoemd in 2.251 uitspraken · Officiële wettekst
2.251 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 46 · live
Vennootschapsbelasting / winst of een betaling die voortvloeit uit vennootschappelijke betrekkingen?, verrekening aftrekbaar? Twee broers zijn gezamenlijk aandeelhouder in een B.V. In de jaren ’90 besluiten zij te herstructureren. Omtrent de afspraken over een onroerende zaak die
BRE 17/7756 t/m 17/7770 en 17/7817 Artikel 16 lid 4 van de AWR, verlengde navorderingstermijn, voortvarendheidsvereiste. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen voldoende voortvarend heeft gehandeld. De inspecteur heeft met de door he
Deze uitspraak is in verband met het corona virus openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie. Derhalve is er op dit moment geen samenvatting beschikbaar.
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 36 Invorderingswet 1990, artikel 7 lid 2 van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting die zijn opgelegd aan de BV waarvan
Bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 36 Invorderingswet 1990. Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting die zijn opgelegd aan de BV waarvan hij bestuurder is. De ontvanger was vanaf 11 mei 2012 op de hoogt
Naheffingsaanslag omzetbelasting – intracommunautaire transacties – toepassing 0%-tarief Belanghebbende heeft (accijns)goederen verkocht aan een in België gevestigde onderneming en heeft ter zake van deze leveringen het OB-tarief van nihil toegepast. Belanghebbende beschikt niet
Artikel 16 AWR. Immateriële schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur bevoegd is tot het opleggen van een navorderingsaanslag over het jaar 2012 ter zake van het voordeel uit fictieve vervreemding van het aanmerkelijk belang bij overlijden van erflater. Er i
Naar aanleiding van een door belanghebbende ingediende suppletie omzetbelasting over oktober, november en december 2018 heeft de inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd. De inspecteur heeft ervoor gekozen om de correcties over drie tijdvakken op te nemen in
Naar aanleiding van een boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de in aftrek gebrachte voorbelasting op inkoopfacturen. De inspecteur stelt zich namelijk op het standpunt dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat belanghebbende de facturen gaat betalen (art. 29, zevende lid,
Artikel 37e Wet OB Omdat belanghebbende in Nederland woont wordt hij geacht zijn leveringen in Nederland te verrichten tenzij hij aan de hand van boeken en bescheiden het tegendeel aantoont. Aan de door belanghebbende overgelegde stukken kent de rechtbank geen bewijskracht toe nu
Naheffingsaanslag omzetbelasting, toepasselijk tarief; artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet OB jo. post 29, letter b, onder 1°, van onderdeel a van Tabel I bij de Wet OB (levering kunstvoorwerpen). Belanghebbende exploiteert een juweliersbedrijf en houdt zich in dat ver
BRE 18/325 en BRE 18/326 Naheffingsaanslagen omzetbelasting, toepasselijk tarief; artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet OB jo. post 29, letter b, onder 1°, van onderdeel a van Tabel I bij de Wet OB (levering kunstvoorwerpen). Belanghebbenden exploiteren een juweliersbedr
Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.
Artikel 67f van de AWR. Vergrijpboete. De rechtbank acht gelet op de feiten en omstandigheden grove schuld bij belanghebbende niet aanwezig. Belanghebbende mocht erop afgaan dat de door de accountant voorgestane werkwijze – om geen omzetbelasting af te dragen voor de duur van het
Belanghebbende verhuurt haar woning voor één jaar en verblijft zelf in een huurwoning. In geschil is of de woning voor belanghebbende tijdens de verhuurperiode kwalificeert als eigen woning. Een eigen woning dient aan belanghebbende anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter besc
Artikel 8.9a Wet IB 2001. Uitbetaling heffingskorting. Bijzondere verhoging heffingskorting. De rechtbank is van oordeel dat – anders dan de inspecteur bepleit – ook in het geval een belanghebbende niet het gehele jaar niet-premieplichtig is, er recht kan bestaan op de bijzondere
Art. 32 en 36 IW De ontvanger heeft belanghebbende, na bezwaar, aansprakelijk gesteld in verband met het onbetaald blijven van naheffingsaanslagen omzetbelasting, inclusief rente en vergrijpboeten door vennootschappen waarvan belanghebbende bestuurder was. Belanghebbende heeft ni
Art. 16 AWR, kwade trouw, art. 9.6 Wet IB 2001, bewijslast vergrijpboete, ontvankelijkheid beroep. Belanghebbende heeft de aankoop van de eigen woning volledig uit eigen middelen gefinancierd. Toch heeft hij een eigenwoningschuld en rentebedragen in zijn aangifte vanaf 2007 opgen
Art. 3.120 Wet IB 2001. Eigenwoningrente. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door belanghebbende betaalde eigenwoningrente fiscaal anders te kwalificeren, waardoor een gedeelte van de rente niet in aftrek kan worden gebracht. De door belanghebbende betaalde vergoeding op de
Artikel 3.6 Wet IB 2001. Urencriterium. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel. Tunnelvisie bij belastingdienst? Proceskosten. Belanghebbende werkt als belastingadviseur in dienstbetrekking en is sinds 3 jaar maat in een maatschap. De geclaimde zelfstandigen- en startersaftrek
Geschil over (navorderings)aanslagen IB/PVV 2002 tot en met 2008 in verband met toerekening van SPF-vermogen. Belanghebbende is in de jaren 2002 t/m 2008 betrokken bij een SPF. Voor de jaren 2002 tot en met 2004, 2007 en 2008 doet zij niet de vereiste aangifte. De bewijslast is d
Verzuimboete, artikel 67a van de AWR, procesverloop afwijzing verdagingsverzoek. De rechtbank heeft op 6 juli 2020 een verdagingsverzoek ontvangen. Bij aangetekende brief van 6 juli 2020 heeft de rechtbank het verdagingsverzoek afgewezen. De rechtbank gaat aan de stelling van gem
Inkomstenbelasting 2016 en 2017/ diverse geschilpunten. De rechtbank: oordeelt dat de inspecteur in strijd heeft gehandeld met het verbod op reformatio in peius door het verzamelinkomen bij de uitspraak op bezwaar te verhogen, oordeelt dat er geen aanleiding is om de heffingsgron
Rioolheffing. Vertrouwensbeginsel. De heffingsambtenaar heeft voor het jaar 2019 van belanghebbenden rioolheffing ter zake van garageboxen geheven, nadat jarenlang daarover niet is geheven. Belanghebbenden waren daarover eerder geïnformeerd per brief in januari 2019. In september