Boete opgelegd na ontbinding commanditaire vennootschap.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 27 AWR
Genoemd in 40 uitspraken · Officiële wettekst
40 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Resolutie BTW-28. Aftrek gemeenschapsvoorzieningen, toerekening aan belaste omzet. Indiening stukken 13 dagen voor de zitting. Art. 6, lid 1, EVRM, geldt bescherming EVRM ook voor belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen; redelijke termijn.
Converteerbare obligatielening, afwikkeling conversie in contanten, artikel 9 Wet IB 1964 en artikel 8 Wet Vpb 1969.
Artikel 6, lid 1 EVRM. Overschrijding redelijke termijn? Vermindering boete bij overschrijding redelijke termijn? Artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omkering bewijslast. Redelijke schatting verzwegen omzet / loon.
17 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/114HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], en 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], België, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. M.J.H.M. Verhoeven, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van
Invloed EG-recht op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.
Invloed EG-recht op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.
Invloed EG-recht op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.
Nr. 37.784 5 september 2003 JMH gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 8 oktober 2001, nr. P 00/03476, betreffende na te melden aanslag in de hondenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking. 1. Aanslag, beschikk
Weigering afgifte verklaring art. 27 lid 7 Wet op de loonbelasting 1964 tav overdracht/afkoop in Nederland opgebouwd pensioenkapitaal naar België. Rechtvaardigingsgronden mbt mogelijke strijd met art. 59 (oud)/art. 49 EG-Verdrag
-
-
Naheffing van loonbelasting over door de belanghebbende aan sommige van haar werknemers gedane loonbetalingen. Het tijdvak van naheffing. Samenloop met de inkomstenbelasting. Administratieve dwangmiddelen in de processuele fase. Brutering van het loon. Had Hof art. 29 AWR moeten
-
Bestuurlijke boeten kunnen worden aangemerkt als het instellen van een bepaalde strafvervolging in de zin van art. 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.