Artikel 26 AWR. Art. 6:22, 7:1, 7:2 en 7:4 Awb. Gesloten stelsel van rechtsbescherming. Een brief van de Inspecteur met daarin de mededeling dat hij de activiteiten van belanghebbende niet langer aanmerkt als bron van inkomen is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Geen opgewek
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belanghebbende heeft in beroep gesteld dat de ambtshalve besluiten niet tijdig zijn genomen en dat de heffingsambtenaar om die reden dwangsommen heeft verbeurd, maar belanghebbende heeft tegen deze ambtshalve genomen besluiten niet eerst bezwaar aangetekend. De heffingsambtenaar
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Naheffingsaanslag omzetbelasting. Intrekken van btw-identificatienummer. Verrichten van belaste economische activiteiten. Verzuimboete.
Eiser heeft vanaf december 2011 twee onroerende zaken gehuurd. Eiser heeft de huur van één van de onroerende zaken per december 2012 beëindigd. De andere onroerende zaak heeft eiser gehuurd tot april 2020. Eiser is voor de jaren 2013 tot en met 2021 steeds aangeslagen voor de onr
Aan eiser is een naheffingsaanslag omzetbelasting en een verzuimboete opgelegd. In geschil is of de teruggaven van de aangegeven voorbelasting terecht zijn geweigerd en of eiser kan worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. De
Belastingrecht. Invordering. Geschil inzake betekeningskosten. Beoordeling door burgerlijke rechter. Maatstaf en Motivering.
Belanghebbende is mede-erfpachter van een woning en verzoekt in 2017 (i.v.m. de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een WOZ-beschikking voor het jaar 2015. Artikel 28 Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art. 26 Awr) van
Omzetbelasting. Verzoek om teruggaven. Ontvankelijkheidsperikelen. Beheren van onroerend goed. Uitzondering op vrijstelling van toepassing?
Belanghebbende vordert - en krijgt van rechtbank - een dwangsom omdat heffingsambtenaar niet voldoet aan informatieverzoek ex art. 40 WOZ. Hof vernietigt rechtbankuitspraak en verklaart de bestuursrechter onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Rechtbank stelt (in 2014)
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 14/05236 naar aanleiding van het beroep in cassatie van twee bij het Hof als getuigen gehoorde belastingambtenaren tegen de afwijzing door (de fungerende voorzitter van) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van het beroep op
In geschil is of het bezwaarschrift door de Heffingsambtenaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard
Tegen een kennisgeving van vermindering kan geen bezwaar worden gemaakt.
(1) Belastingrechter bevoegd kennis te nemen van geschil inzake krachtens belastingwetgeving genomen besluit; (2) ontvangst meer dan een week na de terpostbezorging in dezelfde plaats komt dit niet voor rekening indiener; (3) door raad genomen besluit is geen voor bezwaar vatbare
Artikel 28a van de Wet op de Loonbelasting 1964. X heeft een ‘Mededeling Loonheffingen Correctieverplichting’ van verweerder ontvangen. X heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is niet ontvankelijk verklaard. Tegen die uitspraak heeft X een beroepschrift ingedi
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar
Artikel 5 AWR; Artikel 3:40 Awb. Het op de voorgeschreven wijze bekendmaken van een aanslag is geen voorwaarde voor het tot stand komen daarvan. (vgl. BNB 2000/220 en BNB 2006/43).
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar tegen de beschikking van 18 juli 2009 (zaak AWB 10/00812) en of de inspecteur de voorlopige aanslag V.81 naar een te laag belastbaar be
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.