In geschil is of de belastingheffing ter zake van inkomen uit box 3 voor belanghebbende in de jaren 2015 t/m 2018 geoorloofd is. Voor 2015-2016 oordeelt het Hof dat de box 3-heffing op stelselniveau niet in strijd is met artikel 1 EP. Tevens oordeelt het Hof voor de jaren 2015 –
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 25 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
IB/PVV. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder geen tweede, identiek inhoudelijke, informatiebeschikking mogen nemen. Beroep gegrond.
Op 29 december 1998 is de moeder van belanghebbende overleden. Erflaatster hield bij een Zwitserse bank buitenlands vermogen aan dat buiten het zicht van de fiscus werd gehouden. Belanghebbende heeft op 26 augustus 1999 aangifte voor het recht van successie (erfbelasting) gedaan,
-
Artikel 8 Wet Vpb 1969, ontvangen schadevergoeding is belaste bate; artikel 11, lid 3, AWR, tijdigheid aanslag; artikel 8:42 Awb, op de zaak betrekking hebbende stukken; de hoorplicht; algemene beginselen van behoorlijk bestuur; dwangsom; schadevergoeding ex artikel 8:88 e.v. Awb
Omkering van bewijslast mogelijk, en zo ja, voor een periode die ligt buiten de in een onherroepelijke informatiebeschikking vermelde periode? Belanghebbende, een vof, is verzocht herkomstbescheiden te verstrekken over de periode van 23 september 2011 tot en met 11 maart 2016 voo
In Liechtensteinse Stiftung is afgezonderd particulier vermogen. Belanghebbende is zoon van de Stifter en behoort tot het Begünstigtenkreis en is terecht aangemerkt als begunstigde in de zin van art. 2.14, lid 6, van de Wet IB 2001. De regeling inzake APV in art. 2.14a Wet IB 200
Informatiebeschikking voor informatie over het verloop van Zwitserse bankrekening terecht genomen. Uitwisseling van gegevens op grond van ar. 26, lid 1, belastingverdrag Nederland-Zwitserland toegelaten. Geen fishing-expedition. De Inspecteur kon zich in redelijkheid op het stand
Administratie van goede doelen nastrevende stichting voldoet niet aan de eisen voor anbi-status. Intrekking anbi-status met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008.
Informatiebeschikking is niet rechtmatig genomen. Niet aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende (mede) rechthebbende was tot de KB-Lux-rekening, noch dat zij over de gevraagde gegevens betreffende de bankrekening (van haar echtgenoot) beschikte of kon beschikken.
Informatiebeschikking is rechtmatig genomen. Belanghebbende heeft niet voldaan aan zijn verplichtingen ingevolge artikel 47 van de AWR. Daarbij heeft het Hof een getuigenaanbod van belanghebbende gepasseerd.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2014, nrs. 12/00814 t/m 12/00816, ECLI:NL:GHAMS:2014:1171, FutD 2014-0875, NTFR 2014/1358. Belanghe
Op basis van gegevens verstrekt door de Belgische Bijzondere belastinginspectie is in maart 2007 binnen de Belastingdienst het project Bank Zonder Naam van start gegaan. Belanghebbende is op basis van de ontvangen gegevens door de Inspecteur geïdentificeerd als rekeninghouder van
Omzetbelasting; art. 15 Wet OB. Vruchtgebruikconstructie met roerende goederen ten behoeve van scholen in het voortgezet onderwijs. Fraus legis. Betrokkenheid van derde bij samenstel van rechtshandelingen. Vertrouwensbeginsel. In het verleden niet bestrijden van constructie is on
Art. 6, lid 1, EVRM. Navorderingsaanslag met verhoging. Vuistregels inzake overschrijding van de redelijke termijn.
22/5549 en 22/5550. IB.
Overheidsprivaatrecht. Belastingrecht. Kortgedingvordering Belastingdienst tot verstrekken van informatie ex art. 47 AWR. Heeft hof verzuimd na te gaan of verlangde informatie bestaat en of belastingplichtigen daarover (kunnen) beschikken?
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Vordering Belastingdienst tegen belastingplichtige tot het verstrekken van inlichtingen (art. 47 AWR) over buitenlandse bankrekening (KB-Lux). Restrictie t.a.v. gebruik gegevens; bewaarplicht t.a.v. gegevens ouder dan tien jaar? Fishing expeditio
Inkomstenbelasting. Boete. Partijen houden verdeeld het antwoord op de vragen of omkering en verzwaring van de bewijslast en de risico-opslag van twee procentpunten op de rente van de geldverstrekking terecht zijn toegepast, de winst genoten uit een buitenlandse onderneming naar
Overschrijding redelijke termijn voor de behandeling in de eerste fase (bezwaar + beroep in eerste aanleg) en in de tweede fase (hoger beroep).
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/00719. Belanghebbende heeft ondanks daartoe te zijn uitgenodigd, niet vóór 1 april 2005 aangifte ib/pvv gedaan voor het jaar 2004. Op 12 mei 2007 is aan belanghebbende een ambtshalve vastgestelde aanslag in de ib/pvv op
CONCLUSIE: Op woensdag 23 oktober 2013 neemt staatsraad advocaat-generaal Widdershoven voor de eerste keer een conclusie in een bestuursrechtelijk geschil. In mei van dit jaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in samenwerking met de andere hoogste bestuu
-
De inspecteur heeft een informatiebeschikking gegeven ten behoeve van belanghebbende, een naar het recht van [vestigingsplaats] en daar statutair gevestigde Limited. Belanghebbende had naar de mening van de inspecteur niet voldaan aan zijn verzoek om haar volledige administratie
Informatiebeschikking, territoriale begrenzing op grond van artikel 47 en 52a AWR, schending met artikel 8 EVRM en/of de artikelen 5, 9 en 17 BUPO, schending met Tax Information Exchange Agreement (TIEA). Belanghebbende emigreert eind september 2013 tezamen met zijn partner naar