gepubliceerd op verzoek
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 25 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
gepubliceerd op verzoek
gepubliceerd op verzoek
Belanghebbende is als onderdeel van een fiscale eenheid aansprakelijk gesteld voor aanslagen opgelegd aan die fiscale eenheid. De aanslagen worden door de fiscale eenheid na een bezwaarprocedure niet meer betwist. Belanghebbende bestrijdt in de onderhavige procedure tegen de aans
gepubliceerd op verzoek
gepubliceerd op verzoek
gepubliceerd op verzoek
Door de strafkamer bewezen geachte feiten worden door het Hof als vaststaande feiten overgenomen, nu de onjuistheid daarvan niet is aangetoond.
Inkomstenbelasting. De inspecteur heeft ten onrechte een bijtelling ter zake van geld wisselen begrepen in het inkomen van een horeca-ondernemer.
Artikel 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen. Dwangbevel. Kosten van vervolging. zorgvuldigheidsbeginsel: zorgvuldige opgave van het door belanghebbende verschuldigde.
Art. 47 AWR. Verklaringen van belanghebbende na vordering Inspecteur niet bruikbaar als bewijs voor boete/verhoging. Gevolgen verlenging navorderingstermijn voor boete?
Foutenleer kan niet bewerkstelligen dat een overeenkomst tegen een onzakelijke prijs die in een eerder jaar gesloten is - en in dat jaar wellicht als een uitdeling zou moeten worden aangemerkt -, in een later jaar wordt gecorrigeerd door het aannemen van een corresponderende vord
Boete opgelegd na ontbinding commanditaire vennootschap.
Resolutie BTW-28. Aftrek gemeenschapsvoorzieningen, toerekening aan belaste omzet. Indiening stukken 13 dagen voor de zitting. Art. 6, lid 1, EVRM, geldt bescherming EVRM ook voor belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen; redelijke termijn.
Artikel 6, lid 1 EVRM. Overschrijding redelijke termijn? Vermindering boete bij overschrijding redelijke termijn? Artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omkering bewijslast. Redelijke schatting verzwegen omzet / loon.
Heeft de inspecteur al dan niet terecht een boete van 25 procent wegens grove schuld opgelegd? Is bij het opleggen van de boete de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijhe
Voorlopige voorziening. In verband met een lopend onderzoek wordt een summier gemotiveerde hoge aanslag opgelegd tot behoud van rechten. De éénjaarstermijn voor uitspraak op het ingediende bezwaar is bijna voorbij. De voorzieningenrechter gelast de inspecteur uitspraak te doen.
Bezwaar tegen voorlopige teruggaaf leidt in casu tot vernietiging van de voorlopige teruggaaf. Artikel 9.4, eerste lid, aanhef, onderdeel b, verplichte aanslag, mist dan toepassing.
De bewijslast wordt omgekeerd nu belanghebbende het uitgereikte aangiftebiljet niet heeft ingediend terwijl voorts niet is voldaan aan de inlichtingenplicht. Inspecteur maakt aannemelijk dat verworven panden van meet af aan bestemd zijn geweest om te worden verkocht aan derden of
Schending van de hoorplichtprocedure in bezwaar door betrokkenheid van de boete-fraudecoördinator leidt tot terugwijzing van de zaak naar de inspecteur.
Uitlenen van effecten. Navordering. Nieuw feit? Omkering en verzwaring bewijslast? Belanghebbende, uitlener van Amerikaanse aandelen, ontvangt van of namens de inlener betalingen ter grootte van de netto (na Amerikaanse bronbelasting) op de uitgeleende aandelen betaalde dividende
Inkomstenbelasting/Vermogensbelasting. Mede gelet op de voorafgaande correspondentie tussen partijen en de inhoud van de brief van de Inspecteur kan de brief van de Inspecteur niet worden aangemerkt als een uitspraak waartegen ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Awr, beroep
Inkomstenbelasting/Vermogensbelasting. Mede gelet op de voorafgaande correspondentie tussen partijen en de inhoud van de brief van de Inspecteur kan de brief van de Inspecteur niet worden aangemerkt als een uitspraak waartegen ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Awr, beroep
Nr. 37.465 27 februari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van X, wonende te Z, tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 mei 2001, nr. P 98/5430, betreffende na te melden aanslag in de vermogensbelasting. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof...
-