Art. 52a, lid 1, AWR. Informatiebeschikking. HR BNB 2014/101. Beroep op nemo tenetur-beginsel in verband met mogelijkheid dat belastingplichtige zou worden gedwongen om mee te werken aan bewijsvergaring ten behoeve van bestuurlijke boete-oplegging of strafvervolging. Art. 6 EVRM.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 25 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Procesrecht; art. 7, lid 1, art. 25, lid 3, en art. 27e AWR; gedeeltelijke omkering en verzwaring bewijslast; gevolgen van niet of onjuist beantwoorden van vraag in aangiftebiljet.
Art. 27e, lid 1, AWR met ingang van 1 juli 2011. Informatiebeschikking. Onmiddellijke werking ook in bezwaarfase.
Art. 27e, lid 1, AWR met ingang van 1 juli 2011. Informatiebeschikking. Onmiddellijke werking ook in bezwaarfase.
Artikel 52 en 52a AWR. Informatiebeschikking. Onmiddellijke werking ook in de bezwaarfase.
art. 21j en 21k AWR, ontvankelijkheid bezwaar voor zover gericht tegen inkomensgegevens ex-partner; art. 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR, ‘doorwerking’ omkering en verzwaring bewijslast
Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Hangende de fiscale bezwaarprocedures is door het openbaar ministerie een vervolging gestart en zijn er doorzoekingen gedaan, op basis van de verdenking van schending van de fiscale informatieplich
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 januari 2025 inzake: 24/01480 ECLI:NL:PHR:2025:130 en 24/02200 ECLI:NL:PHR:2025:131
Loonbelasting; informatiebeschikking; artt. 52 en 52a AWR; loonadministratie; grondslag vaststelling niet voldoen administratieplicht; bewijsvermoedens.
Omzetbelasting; artt. 167, 168, 206, en 250 van BTW-richtlijn 2006; art. 15 Wet OB 1968; art. 25, lid 3, en art. 27, letter e, 1º, AWR; recht op aftrek omzetbelasting; geen aangifte gedaan; verzwaring van de bewijslast dat aan voorwaarden voor het uitoefenen van het recht op aftr
Aanslagen Vpb 2013, 2014 en 2015. Artikel 3, lid 1, letter a, en lid 2, Wet Vpb; artikel 17a, letter a, Wet Vpb. Belanghebbende is een naar Curaçaos recht opgerichte Stichting Particulier Fonds (SPF). Is belanghebbende buitenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?
(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2003 t/m 2015 en boetebeschikkingen. Het Hof oordeelt onder meer dat de door belanghebbende genoten middellijke winstuitdelingen een aanknopingspunt hebben met een ander land dan Nederland en vallen onder verlengde navorderingstermijn (art. 16 (4) A
In geschil is of het Hof tot het verwerpen van de administratie kon oordelen, indien de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft vastgesteld. Tevens is in geschil of belanghebbenden de vereiste aangiften hebben gedaan en of de Inspecteur bij het vaststellen van de (navordering
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 april 2014, nr. BK-13/00342, ECLI:NL:GHDHA:2014:1769, FutD 2014-1302 en V-N 2014/35.2.4. Belanghebbende hield een aandel
Informatiebeschikking, territoriale begrenzing op grond van artikel 47 en 52a AWR, schending met artikel 8 EVRM en/of de artikelen 5, 9 en 17 BUPO, schending met Tax Information Exchange Agreement (TIEA). Belanghebbende emigreert eind september 2013 tezamen met haar partner naar
IB/PVV. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder geen tweede, identiek inhoudelijke, informatiebeschikking mogen nemen. Beroep gegrond.
Op 29 december 1998 is de moeder van belanghebbende overleden. Erflaatster hield bij een Zwitserse bank buitenlands vermogen aan dat buiten het zicht van de fiscus werd gehouden. Belanghebbende heeft op 26 augustus 1999 aangifte voor het recht van successie (erfbelasting) gedaan,
Omkering van bewijslast mogelijk, en zo ja, voor een periode die ligt buiten de in een onherroepelijke informatiebeschikking vermelde periode? Belanghebbende, een vof, is verzocht herkomstbescheiden te verstrekken over de periode van 23 september 2011 tot en met 11 maart 2016 voo
In Liechtensteinse Stiftung is afgezonderd particulier vermogen. Belanghebbende is zoon van de Stifter en behoort tot het Begünstigtenkreis en is terecht aangemerkt als begunstigde in de zin van art. 2.14, lid 6, van de Wet IB 2001. De regeling inzake APV in art. 2.14a Wet IB 200
Informatiebeschikking voor informatie over het verloop van Zwitserse bankrekening terecht genomen. Uitwisseling van gegevens op grond van ar. 26, lid 1, belastingverdrag Nederland-Zwitserland toegelaten. Geen fishing-expedition. De Inspecteur kon zich in redelijkheid op het stand
Administratie van goede doelen nastrevende stichting voldoet niet aan de eisen voor anbi-status. Intrekking anbi-status met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2014, nrs. 12/00814 t/m 12/00816, ECLI:NL:GHAMS:2014:1171, FutD 2014-0875, NTFR 2014/1358. Belanghe
Op basis van gegevens verstrekt door de Belgische Bijzondere belastinginspectie is in maart 2007 binnen de Belastingdienst het project Bank Zonder Naam van start gegaan. Belanghebbende is op basis van de ontvangen gegevens door de Inspecteur geïdentificeerd als rekeninghouder van
22/5549 en 22/5550. IB.
Overheidsprivaatrecht. Belastingrecht. Kortgedingvordering Belastingdienst tot verstrekken van informatie ex art. 47 AWR. Heeft hof verzuimd na te gaan of verlangde informatie bestaat en of belastingplichtigen daarover (kunnen) beschikken?