-
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 25 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Redelijke termijn voor de behandeling in de eerste fase (bezwaar + beroep in eerste aanleg) is overschreden.
1. Belanghebbende heeft na het einde van de termijn bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft geen omstandigheden gesteld waardoor het niet aan hem is toe te rekenen dat het bezwaar te laat is ingediend. 2. De redelijke termijn voor de behandeling in het bezwaar en het beroep is bij
De redelijke termijn voor de behandeling in de eerste fase (bezwaar en het uiteindelijke beroep bij de rechtbank) is met ruim 11 maanden overschreden. Op grond hiervan dient een schadevergoeding van 2 x € 500 = € 1.000 te worden toegekend. In de tweede fase (hoger beroep) is de r
Inkomstenbelasting; art. 16 AWR; navordering. Oordeel van het Hof dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan blijft in stand. Art. 8:73 Awb; vergoeding van immateriële schade in geval van overschrijding redelijke termijn bezwaar- en beroepsfase. Verdeling van de schadev
Belanghebbende heeft in het jaar 2000 een bedrag ter grootte van ƒ 41.068 in mindering op haar winst gebracht met de omschrijving “onderzoek money laundring Zwitserland”. Belanghebbende is dit bedrag schuldiggebleven aan haar schuldeiser. Met betrekking tot deze schuld heeft bel
Het concern waarvan belanghebbende deel uitmaakt heeft een factuur ontvangen ten bedrage van (omgerekend) ƒ 1.939.263. Dit bedrag is verdeeld over vier concernvennootschappen. Het aandeel van belanghebbende bedraagt ƒ 1.101.855. Dit bedrag is door belanghebbende schuldig gebleven
Het concern waarvan belanghebbende deel uitmaakt heeft een factuur ontvangen ten bedrage van (omgerekend) ƒ 1.939.263. Dit bedrag is verdeeld over vier concernvennootschappen. Het aandeel van belanghebbende bedraagt ƒ 1.101.855. Dit bedrag is door belanghebbende schuldig gebleven
Belanghebbende heeft in het jaar 2000 een bedrag ter grootte van ƒ 41.068 in mindering op haar winst gebracht met de omschrijving “onderzoek money laundring Zwitserland”. Belanghebbende is dit bedrag schuldiggebleven aan haar schuldeiser. De rechtbank acht het bedrag niet aftrek
Heeft de inspecteur al dan niet terecht een boete van 25 procent wegens grove schuld opgelegd? Is bij het opleggen van de boete de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijhe
Inkomstenbelasting/Vermogensbelasting. Mede gelet op de voorafgaande correspondentie tussen partijen en de inhoud van de brief van de Inspecteur kan de brief van de Inspecteur niet worden aangemerkt als een uitspraak waartegen ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Awr, beroep
-
.
Belanghebbende A is eigenaar van een aantal panden die door hem als particulier aan B worden verhuurd. B exploiteert in deze panden een hotel. Voorts heeft A aan B een lening verstrekt van (uiteindelijk) f 1.301.350. Daarmee zijn de in opdracht van B verrichte verbouwingen aan de