Motorrijtuigenbelasting; artt. 7, 13, 34, en 37 Wet MRB; art. 67c AWR; VWEU; prejudiciële vragen rechtbank; naheffing en verzuimboete voor gebruik maken van de weg met een motorrijtuig met buitenlands kenteken; houder is ingezetene van Nederland maar heeft niet de Nederlandse nat
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 20 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur aan de uit het verdedigingsbeginsel voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan doordat hij aan belanghebbende met betrekking tot de naheffingsaanslag een vooraankondiging heeft doen toekomen waarbij laatstgenoemde in de gelegenheid is ges
Belanghebbende heeft een gebruikte kampeerauto vanuit Duitsland ingevoerd. De heffing van BPM bij gebruikte voertuigen die in Nederland worden ingevoerd vanuit een andere EU-lidstaat mag niet hoger zijn dan de BPM die nog drukt op vergelijkbare gebruikte voertuigen die al in Nede
BPM. Ingevoerde kampeerauto.
Omzetbelasting. Naheffingsaanslagen tijdig opgelegd?
OB. Groothandel in personenauto’s en lichte bestelauto’s. Intracommunautaire leveringen of binnenlandse leveringen? Had belanghebbende moeten weten dat zij deelnam aan een keten waarin btw-fraude werd gepleegd?
Naheffingsaanslag bpm. VWEU. Handelsinkoopwaarde. Koerslijst Eurotaxglass’s. Toepassing correctiefactoren ‘markt- en dealersituatie’. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Het vooraf heffen
Belanghebbende is moedermaatschappij en met haar dochtermaatschappij maakt zij deel uit van een fiscale eenheid. Op de balans van belanghebbende staan vorderingen op haar directeur-grootaandeelhouder (de dga) opgenomen. De Inspecteur stelt dat een effectenlening in 2011 geheel is
Mrb. Inschrijving in Basisregistratie Personen. Gebruik auto met Roemeens kenteken. Hoofdverblijf. Tegenbewijs.
Naheffingsaanslag BPM. Belanghebbende heeft, naar het oordeel van het Hof, onvoldoende aangevoerd om aannemelijk te maken dat de auto meer dan normale gebruiksschade vertoont. Aan dit oordeel doet – gelet op de toepassing van de vrije bewijsleer – niet af dat de Inspecteur geen t
BPM. Geen schending verdedigingsbeginsel; er is geen rechtsregel die de Inspecteur verplicht belanghebbende expliciet voor een gesprek – een mondeling onderhoud – uit te nodigen. Naheffen na belastbaar feit is toegestaan. Voor het vaststellen van het afschrijvingspercentage bij e
-
[naam 4] was tot zijn overlijden in 2002 dga van belanghebbende. In 2002 heeft (blijkens notulen) een algemene vergadering van aandeelhouders van belanghebbende (hierna: ava) plaatsgevonden waarin aan de orde was de toekenning van pensioenrechten aan [naam 4]. De notulen van de a
Naheffingsaanslag bpm. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Geen recht op integrale proceskostenvergoeding. De
Naheffingsaanslagen LH terecht en tijdig opgelegd. 8:117 Awb. Relatieve competentie. Hof verklaart onbevoegdheid rechtbank Noord-Holland voor gedekt. 8:63 Awb. Horen getuige kan niet redelijkerwijs bijdragen aan beoordeling zaak.
Naheffingsaanslag Bpm. Diverse Unierechtelijke vraagstukken. Vaststelling hoogte proceskostenvergoeding in de beroepsfase.
Unierechtelijke verdedigingsbeginsel niet geschonden. Anders dan belanghebbende meent is er geen rechtsregel die de Inspecteur verplicht belanghebbende expliciet voor een mondeling onderhoud uit te nodigen.
Accijns en voorraadheffing. Rode diesel. Gemachtigde stelt dat belanghebbende de naheffingsaanslag niet heeft ontvangen zonder dit bij belanghebbende zelf te checken. Niet voldaan aan plicht om gemotiveerd te stellen. Naheffingsaanslag blijft in stand.
Art. 20, lid 3, AWR, art. 5, lid 1, AWR, art. 3:41, lid 1, Awb; inspecteur heeft met het verzendrapport aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag tijdig is aangeboden aan het postvervoerbedrijf, zodat de naheffingsaanslag tijdig op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aa
OB. Tijdigheid naheffingsaanslag. Aftrek voorbelasting landbouwforfait.
Art. 30h en 30hb AWR. Naheffingsaanslag loonheffing. Vaststellingsovereenkomst. Belastingrente terecht in rekening gebracht. Geen schending van artikel 1 EP EVRM. Geen individuele en buitensporige last. Geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van détournement
BPM. Bewijslastverdeling. Er is geen sprake van gewekt vertrouwen. Eiseres heeft de door haar bepleite waarde niet aannemelijk gemaakt. Het beroep is ongegrond.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Overheidsprivaatrecht. Belastingrecht. Vordering Staat wegens het onrechtmatige beletten door derden (trustkantoren) van belastingheffing. Kan Staat ageren o.g.v. het privaatrecht als geen aanslag is opgelegd en ook niet meer kan worden opgelegd? Regeling belastingheffing AWR en
In hoger beroep zijn, net als voor de Rechtbank, de naheffingsaanslag en de boete in geschil. Partijen houdt in het bijzonder het antwoord op de vraag verdeeld of belanghebbende al met ingang van 5 februari 2014 (het begin van de naheffingsperiode) dan wel pas met ingang van begi