In geschil zijn naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016. Voorts is in geschil een vergrijpboete voor het jaar 2013. De rechtbank verklaarde in zijn uitspraak (ECLI:NL:RBNHO:2021:3170) de beroepen inzake de jaren 2013, 2015 en 2016 alsmede het beroep tegen de vergri
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 19 AWR
Genoemd in 91 uitspraken · Officiële wettekst
91 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Omzetbelasting; art. 20 AWR; art. 11, lid 1, letter a, onder 2°, en art 15, lid 6, Wet op de omzetbelasting 1968; artt. 6, 13 en 13a Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968; artt. 250 en 252 BTW-richtlijn 2006; herziening aftrek omdat koper niet voldoet aan voorwaarde van bela
Overdrachtsbelasting ter zake van verkrijging van het economisch eigendom van een onroerende zaak. Is de verzuimboete terecht opgelegd?
De rechtbank is van oordeel dat voor de berekening van de verschuldigde BPM de waarde van de auto op het moment van het doen van de aangifte beslissend is. En dus is dat moment ook bepalend voor de omvang van de afschrijving. In Hoge Raad van 21 september 2018 is uitsluitend voor
Uitspraak na verwijzing. Invordering. Aansprakelijkstelling bestuurder. Melding betalingsonmacht tijdig gedaan?
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 36 Invorderingswet 1990. Reikwijdte artikel art. 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. Gewekt vertrouwen?
Kansspelbelasting. Vormen de onderhavige naheffingsaanslagen dan wel het gewijzigde regime van de kansspelbelasting een individuele buitensporige last?
Belanghebbende is in de periode van 9 juni 2005 tot 11 maart 2010 bestuurder van [A] B.V. (hierna: [A]) geweest. Bij de start van deze onderneming in mei 2007 is de Belastingdienst verzocht om toekenning van een loonbelasting- en een omzetbelastingnummer. Het omzetbelastingnummer
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/06404 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2013, nr. 12/00174, ECLI:NL:GHAMS:2013:4256, FutD 2013/2955. Belanghebbende is
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Handelt Staat onrechtmatig door chiropractoren niet vrij te stellen van omzetbelasting (art. 11 Wet OB)? Grenzen van de rechtsstrijd. Taakverdeling bestuursrechter en burgerlijke rechter.
Belanghebbende was bestuurder van een BV welke zich bezighield met de handel in en exploitatie van onroerend goed. In dat kader werd de BV omzetbelasting over 2006 en 2007 verschuldigd welke op aangifte had moeten worden voldaan. Dat is echter verzuimd vanwege nalatigheid van een
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 36 IW 1990; art. 7, lid 2, Uitvoeringsbesluit IW 1990. Eerdere melding van betalingsonmacht geldt niet voor naheffingsaanslag die betrekking heeft op niet aangegeven bedragen.
Invordering. Bestuurdersaansprakelijkheid. Tijdstip ontstaan betalingsonmacht. Ontvanger slaagt niet in bewijslast.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij eerder dan 21 augustus 2009 melding heeft gedaan inzake betalingsonmacht en daarom is voor de maanden tot en met juni geen sprake van een tijdige, rechtsgeldige melding. De betalingsonmacht voor d
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 36 IW 1990; art. 7, lid 2, Uitvoeringsbesluit IW 1990. Eerdere melding van betalingsonmacht geldt niet voor naheffingsaanslag die betrekking heeft op niet aangegeven bedragen.
Vermindering beschikking bestuurdersaansprakelijkheid tot het bedrag waarvoor niet is voldaan aan de meldingsplicht betalingsonmacht. Voor het overige is niet aannemelijk gemaakt tot sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
- Motorrijtuigenbelasting; artikel 72, lid 1, aanhef en letter n, en artikel 76, leden 1 en 2, Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; niet voldoen aan voorwaarden vrijstelling ter zake van taxivervoer; duur naheffingstermijn; berekening na te heffen belasting. - Boete; artikel 6
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Artikel 67c AWR. Ne bis in idem. Een of meer beboetbare feiten met betrekking tot één aangiftetijdvak.
Eén van twee uitspraken Belanghebbende was dga van een holding en wordt aansprakelijk gesteld voor de schulden van de kleindochter van deze holding. In geschil is of dat terecht en tot het juiste bedrag is gebeurd. Nu belanghebbende ingeschreven was in KvK rust op hem bewijslast
Ontvankelijkheid bezwaar. De stempel op de notariële akte van verkrijging is geen beschikking in de zin van artikel 1:3 Awb. Van vaststelling van een aanslag of anderszins voor bezwaar vatbare beschikking is bij de voldoening op aangifte, zoals bij overdrachtsbelasting, geen spra
Arbeidsrecht: Kan werkgever verhaal zoeken op werknemer ivm door werkgever op naheffingsaanslag betaalde loonbelasting ivm aan werknemer verstrekte opties.
Art. 11, lid 1, letter p, Wet LB 1964. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Afschaffing pc-privéregeling. Intrekking van loon-/inkomstenbelastingvrijstelling met terugwerkende kracht. Rechterlijke toetsing van uitspraak op bezwaar aan de hand van later ingevoerde regelgeving. Bezwaar
Door besloten vennootschap verschuldigde omzetbelasting niet op aangifte voldaan. Geen betalingsonmacht gemeld. Belanghebbende (directeur van de vennootschap) stelt betalingsonmacht te hebben gemeld m.b.t. later opgelegde naheffingsaanslagen. Het Hof acht geen beroep mogelijk op
Vergrijpboete 67f AWR wegens niet (tijdig) betalen van loonbelasting. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van grove schuld of opzet zijn uitsluitend relevant de gedragingen van eiseres tot het tijdstip waarop de belasting uiterlijk had moeten zijn betaald. Gedragingen n