BPM. Formeel recht. Art. 20, leden 1 en 2, AWR en art. 6, leden 1 en 2, Wet BPM 1992. Art. 8, lid 1, IW 1990. Naheffing ter zake van de registratie van een personenauto kan plaatsvinden vóór de registratie van die auto. Bekendmaking van een aanslag door de inspecteur in plaats va
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 19 AWR
Genoemd in 91 uitspraken · Officiële wettekst
91 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; WOK-voertuig
NA bpm. Hoger beroep alleen gegrond omdat rechtbank ten onrechte geen griffierecht heeft vergoed vanwege imsv. Matiging pkv o.g.v. 2, lid 2 en lid 3, Bpb.
NA bpm. Hoger beroep alleen gegrond omdat rechtbank ten onrechte geen griffierecht heeft vergoed vanwege imsv. Matiging pkv o.g.v. 2, lid 2 en lid 3, Bpb.
Bpm. voldoeningen op aangifte voor 2 auto's. Geen vso. ETG, bijstellingen, lagere handelsinkoopwaarde. Terechte samenhang pkv en imsv. Te lage puntwaarde in bezwaar. Ten onrechte geen griffierecht vergoed. Matiging pkv beroep en hoger beroep.
NA bpm. Vermindering in hoger beroep vanwege hogere historische nieuwprijs. Ten onrechte niet over wettelijke rente beslist. Matiging pkv.
NA bpm. Hoger beroep alleen gegrond omdat rechtbank ten onrechte geen griffierecht heeft vergoed vanwege de imsv. Matiging pkv.
NA bpm. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv gegrond.
Het gaat om de berekening van BPM voor een uit het buitenland ingevoerde WOK-auto en de formele aspecten van naheffing en registratie. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2018:87. Bel
Belanghebbende heeft met dagtekening 29 juni 2012 aangifte gedaan voor de BPM ter zake van de registratie in het Nederlandse kentekenregister van een ingevoerde, gebruikte personenauto. Voor de berekening van de verschuldigde BPM heeft belanghebbende de handelswaarde van de auto
Belanghebbende heeft op 18 april 2007 een dividenduitkering gedaan. De aangifte is ingediend op 26 april 2007. Het bedrag van de dividendbelasting is niet tijdig, namelijk pas op 31 mei 2007, betaald. De inspecteur heeft ter zake een vergrijpboete opgelegd omdat het aan grove sch
NA bpm. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv gegrond.
NA bpm. Vermindering in hoger beroep vanwege hogere historische nieuwprijs en lagere handelsinkoopwaarde. Ten onrechte niet over wettelijke rente beslist. Matiging pkv.
NA bpm. Vermindering in hoger beroep a.g.v. hogere historische nieuwprijs. Te lage puntwaarde bezwaar. Niet beslist over wettelijke rente. Matiging pkv.
NA bpm. Vermindering NA in hoger beroep. Auto geproduceerd voor Amerikaanse markt. Historische nieuwprijs auto zelf is uitgangspunt voor bepaling afschrijving. Matiging pkv.
Bpm. Voldoening op aangifte. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv gegrond.
NA bpm. Pkv bezwaar te lage puntwaarde. Matiging pkv beroep en hoger beroep.
NA bpm. Vermindering NA in hoger beroep omdat afschrijving is gebaseerd op te lage historische nieuwprijs. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv ongegrond. Matiging pkv beroep en hoger beroep.
NA bpm. Vermindering NA in hoger beroep omdat afschrijving is gebaseerd op te lage historische nieuwprijs. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv ongegrond. Matiging pkv beroep en hoger beroep.
NA bpm. Vermindering NA in hoger beroep omdat afschrijving is gebaseerd op te lage historische nieuwprijs. Incidenteel hoger beroep inspecteur tegen imsv ongegrond. Matiging pkv beroep en hoger beroep.
NA bpm. Auto geproduceerd voor Amerikaanse markt via Litouwen naar Nederland. Historische nieuwprijs te laag. ETG, bijstellingen. Ten onrechte geen griffierecht vergoed. Matiging pkv.
Overdrachtsbelasting ter zake van verkrijging van het economisch eigendom van een onroerende zaak. Is de verzuimboete terecht opgelegd?
De rechtbank is van oordeel dat voor de berekening van de verschuldigde BPM de waarde van de auto op het moment van het doen van de aangifte beslissend is. En dus is dat moment ook bepalend voor de omvang van de afschrijving. In Hoge Raad van 21 september 2018 is uitsluitend voor
Eén van twee uitspraken Belanghebbende was dga van een holding en wordt aansprakelijk gesteld voor de schulden van de kleindochter van deze holding. In geschil is of dat terecht en tot het juiste bedrag is gebeurd. Nu belanghebbende ingeschreven was in KvK rust op hem bewijslast
Artikel 2c, lid 2, Wet op de accijns. Uitlegging art. 7-9 richtlijn 92/12. Koop op afstand van door een derde naar Nederland vervoerde wijn, bestemd voor eigen verbruik door een groep particulieren. Voorhanden hebben voor persoonlijk verbruik of voorhanden hebben voor commerciële