Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 36 Invorderingswet 1990. Reikwijdte artikel art. 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. Gewekt vertrouwen?
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 19 AWR
Genoemd in 91 uitspraken · Officiële wettekst
91 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De Heffingsambtenaar heeft het verweerschrift buiten de termijn als bedoeld in artikel 8:42, lid 1, van de Awb, doch binnen de termijn als bedoeld in artikel 8:58 van de Awb, ingediend. Naar het oordeel van het Hof is belanghebbende door de late indiening van het verweerschrift n
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/01245. Belanghebbende was vanaf 25 augustus 2009 directeur/enig aandeelhouder van BV. Belanghebbende was tot 30 april 2012 directeur van BV en tot 1 april 2012 was belanghebbende als enige tekeningsbevoegd voor alles wa
Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet ti
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto van het merk Daihatsu. Ten behoeve van de voldoening van parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam met haar mobiele telefoon, heeft zij de Daihatsu laten registreren bij Parkmobile. Via Parkmobile biedt de gemeente parkeerders de
Is de aansprakelijkstelling van de voormalige aandeelhouder ter zake van vrijval van fiscale reserves in de verkochte dochtervennootschap prematuur en daardoor nietig? A-G IJzerman heeft heden conclusie genomen in de zaak met nummer 19/00191 naar aanleiding van het beroep in cass
Belanghebbende levert sinds de ingebruikname, op 1 september 2012, van zijn zonne-energie-installatie, een deel van de met die installatie opgewekte elektriciteit tegen vergoeding aan de energiemaatschappij. Ter zake van deze leveringen is belanghebbende ondernemer in de zin van
Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 243 en 255 Sv, ontvankelijkheid van het OM. 2. Beroe
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52 , van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; voortijdig gemaakt bezwaar tegen voldoening op aangifte; ontvankelijkheid.
- Geen sprake van strijd met het una via beginsel. - Beroep op strafuitsluitingsgrond op grond van artikel 69a, lid 3, AWR verworpen. - Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (9a Sr.) Het hof is van oordeel dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de aar
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 36 Invorderingswet 1990. Reikwijdte artikel art. 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. Gewekt vertrouwen?
Kansspelbelasting. Vormen de onderhavige naheffingsaanslagen dan wel het gewijzigde regime van de kansspelbelasting een individuele buitensporige last?
Belanghebbende is in de periode van 9 juni 2005 tot 11 maart 2010 bestuurder van [A] B.V. (hierna: [A]) geweest. Bij de start van deze onderneming in mei 2007 is de Belastingdienst verzocht om toekenning van een loonbelasting- en een omzetbelastingnummer. Het omzetbelastingnummer
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/06404 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2013, nr. 12/00174, ECLI:NL:GHAMS:2013:4256, FutD 2013/2955. Belanghebbende is
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Handelt Staat onrechtmatig door chiropractoren niet vrij te stellen van omzetbelasting (art. 11 Wet OB)? Grenzen van de rechtsstrijd. Taakverdeling bestuursrechter en burgerlijke rechter.
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 36 IW 1990; art. 7, lid 2, Uitvoeringsbesluit IW 1990. Eerdere melding van betalingsonmacht geldt niet voor naheffingsaanslag die betrekking heeft op niet aangegeven bedragen.
Invordering. Bestuurdersaansprakelijkheid. Tijdstip ontstaan betalingsonmacht. Ontvanger slaagt niet in bewijslast.
Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 36 IW 1990; art. 7, lid 2, Uitvoeringsbesluit IW 1990. Eerdere melding van betalingsonmacht geldt niet voor naheffingsaanslag die betrekking heeft op niet aangegeven bedragen.
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Arbeidsrecht: Kan werkgever verhaal zoeken op werknemer ivm door werkgever op naheffingsaanslag betaalde loonbelasting ivm aan werknemer verstrekte opties.
Door besloten vennootschap verschuldigde omzetbelasting niet op aangifte voldaan. Geen betalingsonmacht gemeld. Belanghebbende (directeur van de vennootschap) stelt betalingsonmacht te hebben gemeld m.b.t. later opgelegde naheffingsaanslagen. Het Hof acht geen beroep mogelijk op
Vergrijpboete 67f AWR wegens niet (tijdig) betalen van loonbelasting. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van grove schuld of opzet zijn uitsluitend relevant de gedragingen van eiseres tot het tijdstip waarop de belasting uiterlijk had moeten zijn betaald. Gedragingen n
Aansprakelijkstelling: de beschikking tot aansprakelijkstelling voldoet aan de daarvoor gestelde vereisten. Eiser is op goede gronden aansprakelijk gesteld voor de naheffingsaanslag omzetbelasting.
Vrijstelling van overdrachtsbelasting ingevolge art. 15, lid 1, aanhef en letter c, Wet BVR van toepassing bij verkrijgingen door Kadaster?
-