A-G Niessen heeft een conclusie genomen over de bewijslast inzake vergrijpboetes naar aanleiding van arrest van de Hoge Raad van 8 april 2022. Aan belanghebbende is – naar aanleiding van een boekenonderzoek – een navorderingsaanslag IB/PVV 2009 en gelijktijdig een vergrijpboete o
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
Navorderingsaanslagen IB/PVV en ZVW 2012. Belanghebbende heeft verzuimd om de vereiste aangifte te doen. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Het hof acht de schatting van het niet-aangegeven inkomen door de rechtbank op € 500.000 redelijk. Het hof ziet aanleiding tot verd
Artikel 16, lid 1 en 16, lid 2, aanhef en onderdeel c, AWR; navordering mogelijk op basis van een nieuw feit of een kenbare fout?; pleitbaar standpunt; giftenaftrek; ingetrokken ANBI-status. Na uitworp van de aangifte 2013 is de aangifte alleen op het punt van de reden van uitwor
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de aanvaardbaarheid van een informatiebeschikking afgegeven ter vaststelling of erflater in Nederland woonde. Het gaat om het beroep in cassatie van de erven, belanghebbenden, van [X] tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosc
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2186. Deze procedure heeft betrekking op de vraag of de onderhavige navo
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 3 januari 2017, nr. 15/00596 t/m 15/00598. In deze conclusie wordt uitgegaan van de feiten in de zaak van éé
Artikel 16, lid 4, AWR. Project Bank zonder naam. Verlengde navorderingstermijn. Volgtijdelijk opgelegde navorderingsaanslagen. Voortvarendheid. Inspecteur mocht wachten op gegevens die waren toegezegd.
In geschil is of met betrekking tot de onder 3.8 vermelde storting van € 60.000 op een buitenlandse bankrekening de verlengde navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna Awr) van toepassing is; zo de onder 1e bedoelde vr
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
De belanghebbende drijft een coffeeshop in de vorm van een eenmanszaak. In oktober 2006 heeft de politie bij de belanghebbende op verschillende plaatsen invallen gedaan. Op basis van de daarbij aangetroffen bescheiden is bij de belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld. De bev
[X1] beschikte in de jaren 1997 tot en met 2005 over in Zwitserland en Zuid-Afrika aangehouden bankrekeningen. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 1
(i) Moeder met HIR-vrijval richt dochter op die (i) meteen gevoegd wordt, (ii) een even groot verlies op optiecontracten organiseert en (iii) op basis van een put-optie meteen daarna weer ontvoegd wordt, commercieel met medeneming van het verlies. Is het verlies een resultaat uit
In geschil is of de navorderingsaanslag met toepassing van de navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de verlengde navorderingstermijn) kon worden opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de regeling
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/04979 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X] tegen de uitspraak van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 9 oktober 2012, nr. BK-11/00690 (niet gepubliceerd). Dit is de eerste zaak waarin de Hoge Raad zal oo
Inkomstenbelasting. Vermogensbelasting. Verzwegen buitenlands vermogen. Belanghebbende heeft erkend dat zij een rekening bij Van Lanschot Bankiers te Luxemburg heeft aangehouden. De inspecteur heeft bij het opleggen van de navorderingsaanslagen, verhogingen en boetes voldoende vo
Volgens Hof ontbreekt het ter zake van de verkoop van onroerend goed door belanghebbende aan een objectieve winstverwachting. Geen bron van inkomen, verlezen niet aftrekbaar. Wel een nieuw feit dat navordering mogelijk maakt. Kosten cursus ‘Wealth mastery’ en ‘Business mastery’ a
De enkele verwijzing naar in een 1994 aangehouden KB-Luxbankrekening vormt onvoldoende bewijs dat door het niet vermelden van een zodanige rekening in de aangifte voor het jaar 2003 een onjuiste aangifte is gedaan in de zin van artikel 67d AWR.
Inkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met criminele activiteiten zijn niet-aftrekbaar, ook niet voor zover zij in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Belastingdienst heeft navorderingsaanslagen opgelegd in verband met verzwegen bankrekeningen bij Rabobank Luxembourg op grond van informatie verstrekt door een tipgever, waarvan de identiteit bekend is bij de Belastingdienst, maar niet bij de betreffende belastingplichtigen. L
Inkomstenbelasting. Navorderingsaanslagen voor buitenlands vermogen. Geen schending van evenredigheidsbeginsel.
Verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid AWR. Inspecteur handelt niet met voldoende voortvarendheid. Een nog lopend strafrechtelijk ondezoek door FIOD/ECD brengt niet de noodzaak met zich de belastingheffing op te schorten. Navorderingsaanslagen wegens strijd met
Belastingrecht. Procesrecht. Kort Geding. Vordering Belastingdienst tot veroordeling op straffe van dwangsom tot nakoming van de in art. 47 AWR neergelegde opgaveverplichting levert geen doorkruising op van de publiekrechtelijke weg. Geen schending nemo-teneturbeginsel; de gegeve
-
Verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, van de AWR; projectmatige aanpak; voortvarendheidseis; hoogte navorderingsaanslagen; vergrijpboeten.