In het hoger beroep van belanghebbende is in geschil of:de Inspecteur belanghebbende een navorderingsaanslag kon opleggen omdat belanghebbende toerekenbaar kwade trouw is te verwijten; de vergrijpboete terecht is opgelegd; belanghebbende recht heeft op vergoeding van volledige pr
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
Inkomstenbelasting. Buiten termijn vastgestelde navorderingsaanslagen. Dwangsom. Immateriële schadevergoeding. Vergoeding van werkelijke proceskosten. Samenhang. Aanbod getuigenbewijs
De rechtbank oordeelt dat verweerder redelijkerwijs heeft mogen verwachten dat eiseres gelet op de afspraken in de VSO uitdrukkelijk en zonder voorbehoud afstand deed van rechtsmiddelen tegen de navorderingsaanslag, ook voor zover die zien op de (verlengde) navorderingstermijn.
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslagen, de verhogingen en de beschikkingen heffingsrente terecht heeft opgelegd onderscheidenlijk gegeven. Meer in het bijzonder geldt dat de Hoge Raad de zaken heeft verwezen ter behandeling van de overige bezwaren
Is rechtsgeldig een vaststellingsovereenkomst (ex artikel 7:900 BW) tot stand gekomen tussen erven van een belastingplichtige en de inspecteur met betrekking tot navorderingsaanslag IB/PVV van erflater? Uit aanbiedingsbrief inspecteur aan toenmalige gemachtigde en uit bij de vast
Tussen partijen is in geschil of de navorderingsaanslagen terecht dan wel tot het juiste bedrag zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of de Inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen beschikte over een nieuw feit als bedoeld in artikel 16 van de Algemen
Vennootschapsbelasting; Algemene wet inzake rijksbelastingen; ontbreekt een de navordering rechtvaardigend nieuw feit? Had de inspecteur aan de juistheid van de aangifte behoren te twijfelen (in de zin van HR 31 mei 2013 ECLI:NL:HR:2013:BX7184?) Het Hof beantwoordt beide vragen i
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslagen, de verhogingen, de beschikkingen heffingsrente en de boetebeschikkingen terecht heeft opgelegd, onderscheidenlijk gegeven, welke vraag belanghebbende ontkennend beantwoordt en de Inspecteur bevestigend. Meer
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslagen, de verhogingen, de beschikkingen heffingsrente en de boetebeschikkingen terecht heeft opgelegd, onderscheidenlijk gegeven, welke vraag belanghebbenden ontkennend beantwoorden en de Inspecteur bevestigend. Me
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur de navorderingsaanslagen, de verhogingen, de beschikkingen heffingsrente en de boetebeschikkingen terecht heeft opgelegd, onderscheidenlijk gegeven, welke vraag belanghebbende ontkennend beantwoordt en de Inspecteur bevestigend. Meer
Nieuw Feit. Inspecteur had niet zodanige twijfel over de in de aangifte geclaimde zelfstandigenaftrek moeten koesteren dat hij nader onderzoek had behoren te doen alvorens de aanslag op te leggen. Urencriterium. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt in het desbetreffende
Informatiebeschikking. Coffeeshop. Schending administratieplicht?
In geschil is of aan belanghebbende voor het jaar 2014 terecht een aanslag nazorgheffing is opgelegd.
De inspecteur heeft bij het vaststellen van de navorderingsaanslagen voldoende voortvarend gehandeld, zodat hij terecht gebruik heeft gemaakt van zijn in artikel 16, lid 4, van de AWR gegeven bevoegdheid. Vermindering van de boeten vanwege strafverminderende omstandigheden.
Uitspraak, na verwijzing in de arresten ECLI:NL:HR:2014:285 (BNB 2014/75) en ECLI:NL:HR:2014:330. Belanghebbende kan na verwijzing niet alsnog (voor het eerst) een beroep doen op het ontbreken van een nieuw feit (art. 16 AWR). Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel o
Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van A bv. A bv heeft dividend uitgekeerd. A bv heeft de af te dragen dividendbelasting als schuld op de balans opgenomen. De schuld staat thans nog steeds op de balans. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/Pvv de dividendbelas
De hoorplicht voorafgaande aan het opleggen van de naheffingsaanslag BPM is geschonden, doch de naheffingsaanslag blijft in stand omdat de procedure ook zonder de geconstateerde onregelmatigheid geen andere afloop had kunnen hebben. De naheffingsaanslag is terecht en tot het juis
Belanghebbende heeft auto’s ook voor privédoeleinden ter beschikking gesteld aan werknemers in de zin van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Belanghebbende heeft haar aangiften laten verzorgen door een administratiekantoor
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 april 2015, nrs. 14/00347 en 00348, ECLI:NL:GHSHE:2015:1515. Belanghebbende was gedurende de jaren
Navorderingsaanslag niet met redelijke voortvarendheid opgelegd want terpostbezorging en daarmee bekendmaking niet plaatsgevonden binnen zes maanden na interne vaststelling.
Belanghebbende heeft een WOB-verzoek gedaan en gevraagd tevoren geïnformeerd te worden over eventuele leges. In juli 2014 heeft de gemeente leges in rekening gebracht: 15 x € 1,15. In november 2014 is een aanslag opgelegd waarbij 22 x € 1,20 in rekening is gebracht. De rechtbank
Geen nieuw feit. Kwade trouw adviseur toe te rekenen aan belanghebbende. Belanghebbende beschikte niet over een beschikking in de zin van artikel 6.8 lid 3 Wet IB 2001 en heeft dus geen recht op aftrek van het verlies op beleggingen in durfkapitaal.
Partijen houden verdeeld de hierna vermelde geschilpunten: - de gevolgen die moeten worden verbonden aan de te late indiening door de Inspecteur van het verweerschrift en het nader stuk; - de gevolgen die moeten worden verbonden aan het inbrengen van een niet geanonimiseerde uits
navorderingsaanslagen IB/PVV - nieuw feit - automatische correctie heffingskorting - afwaardering geldlening BV - rechtstrijd / grenzen van het geschil
In geschil is of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboeten terecht, en zo ja, tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Voorts is in geschil of de heffingsrenten terecht en tot de juiste bedragen in rekening zijn gebracht.