Inkomstenbelasting. Bankstorting van € 650.000. Belaste inkomsten? Navordering. Termijn. Ambtelijk verzuim? Bewijs. Vergrijpboete. Invloed Chambaz. Informatieverstrekking onder dwang? Salduz-verweer
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Inkomstenbelasting. Navordering. Nieuw feit aanwezig. Er is sprake van een uit het buitenland opgekomen bestanddeel. Belanghebbende heeft ook voor de jaren 2001 en 2002 recht op vrijstelling voor de premieheffing Awbz en dit moet leiden tot een dienovereenkomstige vermindering va
Vermogensbelasting. In derde land aangehouden vermogensbestanddelen. Verlengde navorderingstermijn. De vraag of verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld kan niet worden beantwoord aan de hand van de door eisers voorgestande standaardmatige normtijden. In dit geval voldoen
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
KBL-zaak. In geschil is of de (navorderings)aanslagen rechtmatig en tot het juiste bedrag zijn opgelegd. Voorts is de hoogte van de opgelegde verhogingen en vergrijpboetes in geschil.
Inkomstenbelasting. Vermogensbelasting. Twaalfjaarstermijn in de zin van art. 16, vierde lid, AWR. De rechtbank heeft met juistheid beslist dat de navorderingsaanslagen over de jaren 1997 en 1998 tijdig, dat wil zeggen op 31 december 2009, zijn opgelegd en dat de drie in geding z
KB Lux Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: 1. Is er aanleiding om het beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2001 af te splitsen ex artikel 8:14 van de Awb? 2. Zijn alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd? 3. Is terecht gebruik gemaakt v
KB-Lux De navorderingsaanslagen zijn met voldoende voortvarendheid opgelegd. De in rekening gebrachte heffingsrente is in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke regeling vastgesteld. Het zorgvuldigheidsbeginsel staat hieraan niet in de weg.
Nu niet is gemotiveerd op welke wijze de op de microfiches vermelde gegevens, andere dan die welke betrekking hebben op de rekening waarvan belanghebbende als houder is geïdentificeerd, hebben kunnen bijdragen aan de besluitvorming over de aan belanghebbende opgelegde navordering
De inspecteur heeft het door de Hoge Raad in zijn arrest van 15 april 2011 LJN BN6324 bedoelde bewijs geleverd voor alle jaren waarover inkomsten- en vermogensbelasting is nagevorderd.
Successierecht. Navordering ter zake van verzwegen vermogen. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Navorderingsaanslag is tijdig opgelegd.
Successierecht. Navorderingsaanslag is te laat opgelegd.
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend genoeg heeft gehandeld.
Inkomstenbelasting. Vastgoedfraude Betreft 1 van 3 uitspraken Belanghebbende was als directeur vastgoed werkzaam bij een pensioenfonds. Hij is – zonder dat zijn werkgever dat wist – gaan partciperen in een beleggingsclubje. Dat deed hij via een BV waarvan de aandelen niet op zijn
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend genoeg heeft gehandeld. Veroordeling tot betaling immateriële schadevergoeding.
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend heeft gehandeld.
Een verdergaande matiging dan de matiging volgens de tabel opgenomen in de Uitgangspunten van het Hof, zoals opgenomen in LJN BJ1298, is gerechtvaardigd op grond van - zich in casu niet voordoende - bijzondere omstandigheden.
Bezwaar tegen verhoging (vóór 1 januari 1998) wordt mede geacht te zijn gericht tegen de enkelvoudige belasting. Bezwaar tegen boetebeschikking (met ingang van 1 januari 1998) wordt niet mede geacht te zijn gericht tegen de enkelvoudige belasting. De met toepassing van de verleng
KB-Luxrekening wordt ontkend. Saldo op 31 januari 1994 is ƒ 70.000. De omvang van het vermogen zoals dat op 31 januari 1994 bekend was, sluit niet uit dat dit vermogen in de jaren voorafgaand aan 1993 en de jaren volgend op 1994 zoveel lager was dat de daaruit genoten rente-inkom
Verweerder is deels bevoegd om tot navordering over te gaan. Er is sprake van een gebrek in de bestreden uitspraak op bezwaar, dat zich leent voor herstel op de voet van artikel 8:51a van de Awb (bestuurlijke lus).
KB-Luxzaak Het niet vermelden in het dictum van één van de te vernietigen navorderingsaanslagen leidt tot hersteluitspraak.
navorderingsaanslag; Voor de vraag of een nieuw feit aanwezig is, is slechts van belang of de bevoegde inspecteur of een persoon voor wiens handelen hij verantwoordelijk is, met dat feit bekend was of redelijkerwijs kon zijn. Verlengde navorderingstermijn; Ingevolge artikel 16, v
KB-Lux boetebewijs Gelet op de hoogte van de saldi op de microfiches (in totaalƒ 27.806,89) is zonder nader bewijs niet aannemelijk dat belanghebbende in de jaren voorafgaand aan en volgend op 1994 over voor de inkomsten- en vermogensbelastingheffing relevant vermogen beschikte w
Op verzoek gepubliceerd, geen samenvatting.
IB 1998 tot en met 2004. AWR. Verkapte uitdelingen van winst. Navorderingstermijn. Directeur / enig aandeelhouder (digra) van BV laat op grote schaal ter maskering van privé uitgaven valse kosten- en inkoopfacturen in de administratie verwerken. Betalingen op basis van valse inko