Sprongcassatie; bepaling vrij te stellen Belgische v.i.-winst; te lage afschrijving op Belgisch gebruiksrecht, waardoor te hoge aftrek elders belast 2004-2012. Geldt de foutenleer bij fouten in de vrijstellingswinst als de generale winst geen fout bevat? Zo ja, kunnen de fouten 2
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Art. 16 en art. 27e AWR. Inspecteur beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit. Vereiste aangifte niet gedaan. Afwaardering van vorderingen ten laste van de winst niet toegestaan, omdat niet aannemelijk is dat de afgewaardeerde vorderingen bij de verkrijging daarvan
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de Inspecteur bij een informatieverzoek naar alle buitenlandse bankrekeningen van belanghebbende, bekend moest maken dat hij al op de hoogte was van bepaalde verzwegen Belgische bankrekeningen, op straffe van vernietiging van
IB. De verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, Awr is van toepassing. Aan het ontbreken van het geven van de cautie aan eiser voorafgaand aan een gesprek wordt geen gevolg verbonden. Ook wordt aan de omstandigheid dat verweerder door eiser verstrekt wilsafhankel
In geschil is of de regeling van de verlengde navorderingstermijn bij schenkingen (in casu op een Zwitserse bankrekening) waarvan geen aangifte is gedaan, een verboden beperking van het vrije kapitaalverkeer is. Tevens is in geschil of het Hof mocht afzien van het stellen van pre
IB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat geheimhouding dan wel beperkte kennisneming van gegevens met betrekking tot identiteit tipgever niet gerechtvaardigd is. Toepassing art. 8:31 Awb. Horen van tipgever als get
Artikel 16 en 27e AWR. Doorwerking omkering van de bewijslast bij een informatiebeschikking naar de verlengde navorderingstermijn. Uitleg begrip ‘bestanddeel’ in artikel 16(4) AWR. De rechtbank gaat in deze uitspraak onder meer in op twee kwesties. (1) Heeft omkering van de bewij
Onbeperkte navorderingstermijn erfbelasting/successierecht. Uitleg nationaal recht; strijd met unierecht? Omdat artikel 66, derde lid, van de SW op 1 januari 2012 in werking is getreden zonder dat daarbij in overgangsrecht is voorzien, is dit artikel naar het oordeel van de recht
Artikel 66, derde lid, Sw. Situatie waarin de navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR op 1 januari 2012 nog niet was verstreken. Terugwerkende kracht. Artikel 1 EP EVRM. Artikel 63 VwEU. Is voortvarend gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslag?
Belanghebbende dreef als ondernemer een interieurwinkel. Daarnaast stond belanghebbende op bepaalde markten, op vaste standplaatsen. Daarmee heeft belanghebbende winst uit onderneming behaald. De verkoop werd, althans grotendeels, contant afgerekend. Belanghebbende heeft op 26 ju
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
IB/PVV. Inkomen buitenlandse bankrekening. Voortvarend gehandeld.
Inkomstenbelasting. Verzwegen inkomsten uit handel. Navordering. Verlengde navorderingstermijn van toepassing? In het buitenland opgekomen? Vereiste aangifte? Schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Boete passend en geboden?
Inkomstenbelasting. KB Lux. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Onrechtmatig bewijs? Identificatie. Voortvarendheidsvereiste. Omkering bewijslast en redelijke schatting.
[X] beschikte in de jaren 1998 tot en met 2006 over buitenlandse bankrekeningen, tot en met eind 2003 in Zwitserland en vanaf begin 2004 in Luxemburg. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Aan belanghebbende zijn met toepassing van de verlengde navorderingstermijn navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en VB 1994 opgelegd in verband met rente-inkomsten en vermogen op Duitse bankrekeningen. In geschil is of de inspecteur de aanslag voldoende voortvarend en op de juiste w
KB-Lux affaire. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende houder van een rekening was bij de KB-Lux en dat deze rekening in juli 1995 is opgeheven. De fiche vertoont een saldo per 31 januari 1994 van hfl 20.000. Belanghebbende stelt gemotiveerd dat de rekening wegens
Bankrekeningen aangehouden in Zwitserland en Zuid-Afrika, zogenaamde derde landen. Art. 16, lid 4, AWR. Verlengde navorderingstermijn geldt onverkort door toepassing van de standstill-bepaling. Het aanhouden van banktegoeden in het onderhavige geval aangemerkt als "financiële die
In geschil is het antwoord op de volgende vragen: 1. Is de Inspecteur gerechtigd met toepassing van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) de navorderingsaanslagen IB/PVV en VB op te leggen? 2. Heeft de Inspecteur terecht de rente-inkoms
1 van 16 zaken. Navorderingen Van Lanschotbank Luxemburg 1. Belanghebbende wordt alleen als rekeninghouder vermeld op het renseignement per 21 december 1994. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende op die datum rechthebbende wa
Buitenlandse bankrekening: verlengde navorderingstermijn. De datum van het tripartiete overleg moet worden gezien als tijdstip waarop bij de belastingautoriteiten aanwijzingen zijn opgekomen over het aanhouden van banktegoeden buiten Nederland, nu bij dat overleg ten minste één m
Voor de vermogensbelasting is toepassing van artikel 27e AWR in dit geval niet mogelijk. Berekening van het vermogen op 1 januari 1992 door kapitalisatie van het op het microfiche vermelde saldo op 31 januari 1994 zou echter leiden tot een hoger vermogen dan wanneer dit zou zijn