Rekeningenproject Als bewijs dat een ander dan de rekeninghouder gerechtigd is tot de op de rekening staande gelden zijn de enkele verklaringen van die ander en de rekeninghouder onvoldoende.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
IB. Navordering ter zake van verzwegen buitenlandse banktegoeden. Verweerder is niet voortvarend genoeg te werk gegaan bij de navordering. De navorderingsaanslagen die zijn opgelegd met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar worden vernietigd. De overige (
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 09/05158
Artikel 16, lid 3, AWR, Hoofdstuk VIIIA AWR, artikel 5:45 Awb. Bij een bestuurlijke boete/verhoging moet de rechter ambtshalve onderzoeken of de bevoegdheid tot het opleggen van die boete/verhoging door tijdsverloop is verstreken. Dit geldt ook wanneer afstand is gedaan van een b
KB-Lux. Verweerder heeft de navorderingsaanslagen (met uitzondering van de navorderingsaanslag VB 1996) met redelijke voortvarendheid opgelegd. Eiser is rechthebbende met betrekking tot de tegoeden bij de KB-Lux.
KB-Luxrekening: ongegrond beroep tegen navorderingsaanslagen die zijn berekend aan de hand van door belanghebbende verstrekte gegevens; alleen vermindering boete als gevolg van een overschrijding van de redelijke termijn.
De mogelijkheid dat een schatting aan de hand van in de markt gehanteerde rentepercentages en feitelijk gehouden tegoeden te hoog is, is zo gering dat daarin geen rechtvaardiging kan worden gevonden voor een matiging van boete.
Een door ouders ten name van 9 jarige dochter geopende rekening wordt na drie jaar opgeheven. Het op die rekening door de ouders gestorte en na opheffing opgenomen tegoed wordt geacht nimmer het vermogen van de ouders te hebben verlaten.
De inspecteur beschikt over informatie op grond waarvan kan worden aangenomen dat belanghebbende houder is van een buitenlandse bankrekening. De in artikel 47 AWR opgenomen verplichting de door de inspecteur daarover gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken geldt niet v
De inspecteur beschikt over informatie op grond waarvan kan worden aangenomen dat belanghebbende houder is van een buitenlandse bankrekening. De in artikel 47 AWR opgenomen verplichting de door de inspecteur daarover gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken geldt niet vo
KB-Luxrekening en artikel 27e AWR Het Hof acht het niet onredelijk om voor de bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen in het jaar 2001 uit te gaan van het geschatte vermogen voor het jaar 2000, verminderd met de factor 1,5.
Navorderingsaanslagen zijn berekend aan de hand van door belanghebbende verstrekte gegevens over zijn KB-Luxrekeningen; boete van 50% alleen verminderd in verband met de overschrijding van de redelijke termijn.
In de beroepsfase worden gegevens van de bankrekening ingebracht. Het Hof vermindert de navorderingsaanslagen overeenkomstig de berekening van de inspecteur op basis van deze gegevens.De boete blijft in stand met uitzondering van de vermindering wegens overschrijding van de redel
Navorderingsaanslag successierecht niet met redelijke voortvarendheid opgelegd. Geen ruimte voor interne compensatie.
De KB-Luxbank verstrekt alleen gegevens over een periode van 10 jaar voorafgaand aan het jaar waarin om die gegevens wordt verzocht. Door pas in 2006 gegevens bij deze bank op te vragen heeft belanghebbende zich de mogelijkheid ontnomen bewijs te leveren omtrent het verloop van d
KB-Luxzaak. Belanghebbende biedt deskundigenbewijs aan teneinde onderzoek te doen naar de statistische berekeningen van de Belastingdienst. De enkele omstandigheid dat gegevens in tabellen zijn gerangschikt is echter onvoldoende om het gebruik van deze gegevens als een berekening
KB-Luxzaak. Belanghebbende heeft een hoger persoonlijk arbeidsinkomen dan zijn echtgenote en daarom worden de tegoeden op de op haar naam staande KB-Luxrekeningen en de inkomsten daaruit aan hem toegerekend. Deze toerekening kan niet worden aanvaard bij het opleggen van een boete
KB-Luxzaak. Het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende in kennis gesteld van zijn vermoeden dat belanghebbende gedurende de gehele door de inspecteur in aanmerking genomen periode houder was van KB-Luxrekeningen. De gemachtigde reageert daarop met een verwijzing naar de reac
KB-Luxzaak. Een door het Hof geuit vermoeden omtrent de periode waarover KB-Luxrekeningen zijn aangehouden, kan niet worden weerlegd met een aanbod tot bewijs van de onrechtmatigheid van het gebruik van de microfiches.
Eiser hield een bankrekening aan in Zwitserland. De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van de verlengde navorderingstermijn is toegestaan omdat verweerder voortvarend genoeg heeft gehandeld. Vernietiging van de boetebeschikkingen vanwege een vrijwillige verbetering of schen
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Nu het gaat om bankrekeningen in een land met een bankgeheim en om aanzienlijke bedragen is een boete van 100% in beginsel passend en geboden.
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Belanghebbende heeft overtuigend aangetoond dat de aan de navorderingsaanslagen ten grondslag liggende correcties voor ondernemers dienen te worden vervangen door de lagere correcties voor particulieren, met ui
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Voor het jaar 2000 is over de volledige correctie door middel van een aanslag vermogensbelasting geheven. De naderhand eveneens over die correctie opgelegde navorderingsaanslag dient te worden vernietigd.
Correcties in verband met op naam van echtgenote staande KB-Luxbankrekeningen worden aan belanghebbende toegerekend omdat hij een hoger persoonlijk inkomen heeft. De inspecteur heeft niet gesteld dat het aan belanghebbendes opzet is te wijten dat over deze tegoeden en de daaruit
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van KB-Luxbankrekeningen. Afwijzing van verzoek om heropening van het onderzoek naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad van 26 februari 2010, nrs. 43050bis en 43670bis. Het verzoek is niet onderbouwd met feiten waaruit kan volg