IB/PVV. Inkomen buitenlandse bankrekening. Voortvarend gehandeld.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Tussen partijen is in de meest ver strekkende zin in geschil of de navorderingsaanslagen tot en met het jaar 2005 voortvarend zijn opgelegd. Deze vraag beantwoordt belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend. Voorts is de berekening van de correctie obligatierente over
[X] beschikte in de jaren 1998 tot en met 2006 over buitenlandse bankrekeningen, tot en met eind 2003 in Zwitserland en vanaf begin 2004 in Luxemburg. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Het Hof heeft in 92 BZN-hoger-beroepen beslist dat de inspecteur niet voortvarend gehandeld heeft. Het Hof heeft zowel een uitspraak op een hoger beroep van belanghebbende als een uitspraak op een hoger beroep van de inspecteur gepubliceerd. De overige uitspraken zijn (nagenoeg)
Aan belanghebbende zijn met toepassing van de verlengde navorderingstermijn navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en VB 1994 opgelegd in verband met rente-inkomsten en vermogen op Duitse bankrekeningen. In geschil is of de inspecteur de aanslag voldoende voortvarend en op de juiste w
Bankrekeningen aangehouden in Zwitserland en Zuid-Afrika, zogenaamde derde landen. Art. 16, lid 4, AWR. Verlengde navorderingstermijn geldt onverkort door toepassing van de standstill-bepaling. Het aanhouden van banktegoeden in het onderhavige geval aangemerkt als "financiële die
In geschil is het antwoord op de volgende vragen: 1. Is de Inspecteur gerechtigd met toepassing van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) de navorderingsaanslagen IB/PVV en VB op te leggen? 2. Heeft de Inspecteur terecht de rente-inkoms
Buitenlandse bankrekening: verlengde navorderingstermijn. De datum van het tripartiete overleg moet worden gezien als tijdstip waarop bij de belastingautoriteiten aanwijzingen zijn opgekomen over het aanhouden van banktegoeden buiten Nederland, nu bij dat overleg ten minste één m
Voor de vermogensbelasting is toepassing van artikel 27e AWR in dit geval niet mogelijk. Berekening van het vermogen op 1 januari 1992 door kapitalisatie van het op het microfiche vermelde saldo op 31 januari 1994 zou echter leiden tot een hoger vermogen dan wanneer dit zou zijn
Buitenlandse rekening op naam van echtgenote De navorderingsaanslagen zijn tijdig en voortvarend opgelegd. Toepassing van de verlengde navorderingstermijn is niet rechtens onverbindend. Het stond de Nederlandse belastingdienst vrij het spontaan door de Belgische autoriteiten vers
Rekeningenproject - Verwijzingsprocedure Microfiches zijn geen op de zaak van belanghebbende betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 42 Awb. Dit is slechts anders voor de daarop voorkomende regels waarop de naam is vermeld die overeenkomt met de naam van belanghebbende
KB-Lux: Massale aanlevering van gegevens vanuit België eind oktober 2000 vergt een projectmatige verwerking van concrete gegevens met betrekking tot individuele belastingplichtigen. Het opleggen van navorderingsaanslagen ultimo mei 2003 aan belastingplichtigen die geen dan wel on
Navordering inkomstenbelasting. Aan belanghebbende is april 2010 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd met toepassing van de 12-jaarstermijn van artikel 16, vierde lid, van de AWR. De FIOD-ECD beschikte in 2006 over de nodige gegevens en heeft eind 2006 een proces-v
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
De duur van het strafrechtelijk onderzoek volgend op de door de FIOD verrichte identificatie kan de inspecteur niet worden tegengeworpen. Voor het daarna aangevangen fiscale onderzoek heeft de inspecteur niet meer tijd gebruikt dan die welke noodzakelijkerwijs was gemoeid met het
Aannemelijk is dat belanghebbende houder is van de op de microfiche vermelde KB-Luxbankrekeningenen op een naam die overeenkomt met zijn naam. Het vermoeden dat belanghebbende deze rekeningen gedurende de gehele door de inspecteur in aanmerking genomen periode heeft gehouden is n
Zwitserse bankrekening. Navorderingen. Voorwaardelijk incidenteel hoger beroep te laat. Bewijs uitstel voor het doen van aangifte en navorderingstermijn. Onvoldoende gemotiveerde stelling te late verzending van de navorderingsaanslagen. Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke sc
Zwitserse bankrekening. Navorderingen. Voorwaardelijk incidenteel hoger beroep te laat. Bewijs uitstel voor het doen van aangifte en navorderingstermijn. Onvoldoende gemotiveerde stelling te late verzending van de navorderingsaanslagen. Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke sc
IB/PVV. Bedragen aan hypotheekrente - voor zover hoger dan volgt uit renseignementen - niet aannemelijk gemaakt. Nieuw feit voor navordering aanwezig; geen ambtelijk verzuim. Navorderingsaanslagen blijven in stand.
Belanghebbende, een stichting, is op 31 december 2017 ontbonden. In 2019 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. De inspecteur heeft op 17 december 2019 (navorderings)aanslagen Vpb 2014, 2015 en 2016 opgelegd. Het hof oordeelt dat belanghebbende, die na de ontbinding nog baten
Vennootschapsbelasting; vestigingsplaats; verliesvaststellingsbeschikking. De inspecteur heeft naar aanleiding van een vestigingsplaatsonderzoek vastgesteld dat belanghebbende, een Curaçaose vennootschap, die onderdeel uitmaakt van een belastingbesparende structuur, in werkelijkh
Artikel 16, lid 3, AWR; vernietiging navorderingsaanslag in hoger beroep in verband met overschrijding van de wettelijke navorderingstermijn. Artikelen 7:15 en 8:75 Awb; belanghebbende heeft geen recht op een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire proceskostenvergoeding
Inkomstenbelasting - aftrek onderhoudskosten monumentenpand.
Verweerder heeft aan eiser, die een coffeeshop exploiteert, aanslagen en navorderingsaanslagen opgelegd naar een hogere winst dan in de aangiften is vermeld. De rechtbank komt hieronder tot het oordeel dat dit voor de jaren 2012-2015 ten onrechte is gebeurd, omdat verweerder niet