A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2017, nr. 16/00496 t/m 16/00499. Op 14 juni 1982 is erflater overleden. Ten tijde van het overlijden
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belanghebbenden zijn gehuwd en dreven als ondernemers een ijssalon in de vorm van een vennootschap onder firma. De verkopen werden, althans grotendeels, contant afgerekend. Belanghebbenden hebben op 4 november 2005 een bedrag van € 60.000 in contanten gestort op een in Luxemburg
Artikel 30j, lid 1, tweede volzin, van de AWR. Artikel 30j, lid 1, tweede volzin, van de AWR geeft de mogelijkheid een nadere beschikking heffingsrente te nemen. Hierbij dienen de wettelijke bepalingen die gelden voor de belastingaanslag ter zake waarvan heffingsrente wordt berek
Belanghebbende behoort, na aanvankelijke ontkenning van alle door de inspecteur gestelde feiten, tot de zogenaamde bekenners: op 21 september 2010 heeft hij alsnog opening van zaken gegeven en rekeningafschriften van de KB-Lux rekeningen overgelegd. Op grond daarvan worden de nav
Art. 16, lid 4, AWR. Navorderingsaanslagen opgelegd in strijd met het EG-rechtelijke evenredigheidsbeginsel.
IB/PVV. Fiscaal partnerschap. Wijziging onderlinge verhouding belastbare inkomsten uit eigen woning.
IB/PVV en ZVW 2014 tot en met 2017. Het hof oordeelt dat de inspecteur niet beschikt over een nieuw feit. Het hof acht belanghebbende te kwader trouw als gevolg waarvan de inspecteur over de jaren 2015 en 2016 heeft mogen navorderen. Belanghebbende heeft in 2015 tot en met 2017 a
A-G Niessen heeft een conclusie genomen over de bewijslast inzake vergrijpboetes naar aanleiding van arrest van de Hoge Raad van 8 april 2022. Aan belanghebbende is – naar aanleiding van een boekenonderzoek – een navorderingsaanslag IB/PVV 2009 en gelijktijdig een vergrijpboete o
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 3 januari 2017, nr. 15/00596 t/m 15/00598. In deze conclusie wordt uitgegaan van de feiten in de zaak van éé
[X1] beschikte in de jaren 1997 tot en met 2005 over in Zwitserland en Zuid-Afrika aangehouden bankrekeningen. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 1
De enkele verwijzing naar in een 1994 aangehouden KB-Luxbankrekening vormt onvoldoende bewijs dat door het niet vermelden van een zodanige rekening in de aangifte voor het jaar 2003 een onjuiste aangifte is gedaan in de zin van artikel 67d AWR.
Inkomstenbelasting. Navorderingsaanslagen voor buitenlands vermogen. Geen schending van evenredigheidsbeginsel.
IB/PVV. Correcties naar aanleiding van boekenonderzoek.
Art. 16 AWR; is de inspecteur bevoegd om navorderingsaanslagen voor de jaren 2012, 2013 en 2014 op te leggen? Voor de jaren 2013 en 2014 oordeelt het Hof dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan, maar is de inspecteur toch bevoegd om navorderingsaanslagen op te leggen
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de prejudiciële vragen gesteld door het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba over de fiscale gevolgen van de wijziging van de Arubaanse Landsverordening Grondbelasting per 1 januari 2019. Het gaat om het verzoek om een prejud
Artikel 5.19, lid 1, Wet IB 2001, waarde in het economische verkeer; artikel 16, lid 1, AWR, nieuw feit; artikel 11, lid 3, AWR, tijdigheid aanslag; artikel 8:42 Awb, op de zaak betrekking hebbende stukken; de hoorplicht; algemene beginselen van behoorlijk bestuur; dwangsom; scha
Informatiebeschikking. Vragen met betrekking tot buitenlandse banktegoeden.
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting. Er is sprake van een nieuw feit. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank artikel 8.8 en 8.9 Wet IB 2001 juist toegepast.
Navorderingsaanslagen IB/PVV. Bijtelling van ook voor privégebruik ter beschikking gestelde auto’s. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de werkelijke autokosten lager zijn dan de forfaitaire bijtelling.
Belanghebbende heeft van 1 april 2004 tot en met 28 april 2012 werkzaamheden verricht als piloot voor Ryanair. Hij was bij Ryanair werkzaam via een Brits uitzendbureau. Belanghebbende was in deze periode achtereenvolgens in Spanje en Italië gestationeerd. De Inspecteur heeft over
In geschil zijn de opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV over de jaren 2002 tot en met 2013. De inspecteur heeft verzuimd alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. Aan het niet overleggen van een deel van die stukken verbindt het Hof consequenties: de inspect
Art. 16 , lid 3 , AWR, art. 67e AWR. Aanslagtermijn: uitstel voor aangifte gevraagd nadat aangifte was ingediend.
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: 1. Zijn de navorderingsaanslagen elk gebaseerd op een nieuw feit, dan wel een feit ter zake waarvan belanghebbende te kwader trouw is? Belanghebbendes principale hoger beroep slaagt niet. Haar betoog stuit af op het bepaalde
AWR. Navordering. Strafrechtelijk veroordeelde belastingconsulent. Kwade trouw? Toerekening. Kosten levensonderhoud? Aftrekbare giften?
[X2] beschikte in de jaren 1997 tot en met 2008 over in Zwitserland aangehouden bankrekeningen. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 16, lid 4, van de