De informatiebeschikking wordt vernietigd, omdat verweerder de administratieve gebreken niet aannemelijk heeft gemaakt. Uit de administratie hoeft niet te blijken dat geen sprake is van dividendstripping. Voor toepassing van artikel 16, tweede lid, van de AWR is geen nieuw feit v
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belanghebbende, een dochtervennootschap van een financiële instelling, leent gedurende een reeks van jaren een pakket AEX-aandelen aan een concernvennootschap. Deze aandelenlening wordt volgens belanghebbende voordat dividend wordt uitgekeerd telkens en voor korte duur afgelost,
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: 1. Zijn de navorderingsaanslagen elk gebaseerd op een nieuw feit, dan wel een feit ter zake waarvan belanghebbende te kwader trouw is? Belanghebbendes principale hoger beroep slaagt niet. Haar betoog stuit af op het bepaalde
-
Belanghebbende is samen met haar ouders ingekeerd met betrekking tot tegoeden op buitenlandse bankrekeningen. De inspecteur kondigt navorderingsaanslagen aan uitgaande van een 50/50 verdeling van de tegoeden tussen belanghebbende en haar ex-partner, tenzij belanghebbende en haar
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie, over en weer, van [X] Beheer BV, belanghebbende, en de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017. Met dagtekening 15 maart 2014 is aan
Vpb. Navordering. Bevoegdheid. Frauderende belastingambtenaar. Ambtshalve vermindering. Overschrijding mandaatbevoegdheid. Onverschuldigde betaling.
Art. 27 Belastingverdrag Nederland-België 2001. Art. 9.2, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Art. 16, lid 2, letter a, AWR. Herrekening compensatieregeling grensarbeiders na definitieve aanslag. Navordering mogelijk bij verrekening voorheffing tot onjuist bedrag.
Het hof gaat er bewijsrechtelijk van uit dat de bestuurder van belanghebbende geen weet had (i) van de betaling van het geldbedrag van € 19.500.000 van de bankrekening van de Belastingdienst op de bankrekening van belanghebbende, (ii) van de totstandkoming van de daaraan ten gron
Verweerder heeft voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning van eiseres leges geheven ter hoogte van € 10.334,47. Hierna heeft verweerder met een aanvullende factuur aan eiseres kenbaar gemaakt dat de leges niet € 10.334,47, maar € 13.251,71 bedragen. Verw
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 april 2015, nrs. 14/00347 en 00348, ECLI:NL:GHSHE:2015:1515. Belanghebbende was gedurende de jaren
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.
Vergoeding werkelijke proceskosten wegens schending onderzoeksverplichting inspecteur
Belanghebbende is een in Belgié werkende grensarbeider. Aan hem is terecht een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd voor de hem ten onrechte verleende compensatie op grond van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting met Belgie. Nederland heeft de mogelijkheid
Cassatie in belang der wet CW 2510. Trefwoorden: Art. 16 -1 AWR. Navordering mogelijk na door Inspecteur gevolgde fout in aangifte? Cassatie in het belang der wet.
-
-
Belanghebbende emigreert op 1 oktober 1994 naar Zweden. Over de binnenlandse periode krijgt hij een aanslag, waarin de maximumpremie volksverzekeringen is begrepen. Belanghebbende ontvangt na 1 oktober 1994 nog een nabetaling van zijn Nederlandse werkgever. Over de periode 1 okto