Artikel 16 AWR, nieuw feit, bevestiging van vermoeden bij uitblijven van antwoord op vragen.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Artikel 16 AWR, nieuw feit, bevestiging van vermoeden bij uitblijven van antwoord op vragen.
Navorderingsaanslagen IB/PVV en ZWV en boeteschikkingen. De inspecteur heeft gebruik gemaakt van een rapport kasopstelling uit een opsporingsonderzoek, waaruit negatieve kassaldi bleken. Vrijspraak in strafprocedure. Melo Tadeu. De kasverschillen in 2010 en 2011 kunnen worden ver
In geschil is of het Hof het herzieningsverzoek van de Inspecteur heeft mogen toewijzen en of het Hof vervolgens met juistheid heeft geoordeeld dat de Inspecteur terecht de informatiebeschikking heeft vastgesteld, zodat belanghebbenden de gestelde vragen in verband met de buitenl
IB/PVV. Navordering. Nieuw feit?
Inkomstenbelasting; art. 16 AWR (nieuw feit?); huur van een loods niet als (zakelijke) kosten aftrekbaar
Aan belanghebbende is voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag opgelegd. In geschil is of belanghebbende te kwader trouw heeft gehandeld door negatieve belastbare inkomsten betreffende de woning in [plaats 1] voor het jaar 2012 in mindering te brengen op diens inkomen uit werk
Belanghebbende heeft gelden geleend van een met haar verbonden, naar Antilliaans recht opgericht lichaam. Zij heeft deze lening aangewend voor de verwerving van aandelen in een B.V. waarin een pompstation wordt geëxploiteerd. De Inspecteur heeft navorderingsaanslagen opgelegd, om
IB/PVV. Aangiften verzorgd door belastingconsulente die is veroordeeld voor het valselijk opmaken van aangiften IB/PVV van diverse belastingplichtigen. Gefingeerde aftrekposten. Bevoegdheid tot navordering. Kwade trouw?
IB/PVV. Aangiften verzorgd door belastingconsulente die is veroordeeld voor het valselijk opmaken van aangiften IB/PVV van diverse belastingplichtigen. Gefingeerde aftrekposten. Bevoegdheid tot navordering. Kwade trouw?
IB/PVV. Overlijden aanmerkelijkbelanghouder. Niet aangegeven inkomen uit aanmerkelijk belang. Navordering. Nieuw feit/ambtelijk verzuim? Kwade trouw?
Naheffing loonheffingen. Belanghebbende stelt twee lassers ter beschikking aan derden voor werkzaamheden. Er is naar het oordeel van het Hof sprake van een fictieve dienstbetrekking met belanghebbende ex art. 4, onderdeel e, Wet LB 1964 jo. art 2a UB LB 1965. Belanghebbende heeft
Inkomstenbelasting; specifieke zorgkosten; het niet beantwoorden van door de inspecteur hierover gestelde vragen rechtvaardigt het vermoeden dat belanghebbende niet in staat is deze kosten te onderbouwen, zodat sprake is van een nieuw feit als bedoeld in artikel 16, eerste lid, A
Inkomstenbelasting; specifieke zorgkosten en kosten levensonderhoud kind; het niet beantwoorden van door de inspecteur hierover gestelde vragen rechtvaardigt het vermoeden dat belanghebbende niet in staat is deze kosten te onderbouwen, zodat sprake is van een nieuw feit als bedoe
Wet IB 2001 box 3: Waardering voorwaardelijke schenking.
De FIOD heeft een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar belanghebbende en diens kinderen in verband met mogelijke fraude met kinderopvangtoeslag. Door of met behulp van belanghebbende werden onjuiste aanvragen kinderopvangtoeslag ingediend, waarbij te veel opvanguren werden op
Inkomstenbelasting, terbeschikkingstelling deel van winkelruimte aan onderneming echtgenote, stakingsresultaat. De inspecteur mag navorderen, omdat hij beschikt over een nieuw feit; er is geen sprake van een ambtelijk verzuim. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat belanghebbe
Tussen partijen is in geschil of de navorderingsaanslagen terecht dan wel tot het juiste bedrag zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of de Inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen beschikte over een nieuw feit als bedoeld in artikel 16 van de Algemen
Vennootschapsbelasting; Algemene wet inzake rijksbelastingen; ontbreekt een de navordering rechtvaardigend nieuw feit? Had de inspecteur aan de juistheid van de aangifte behoren te twijfelen (in de zin van HR 31 mei 2013 ECLI:NL:HR:2013:BX7184?) Het Hof beantwoordt beide vragen i
Nieuw Feit. Inspecteur had niet zodanige twijfel over de in de aangifte geclaimde zelfstandigenaftrek moeten koesteren dat hij nader onderzoek had behoren te doen alvorens de aanslag op te leggen. Urencriterium. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt in het desbetreffende
Uitspraak, na verwijzing in de arresten ECLI:NL:HR:2014:285 (BNB 2014/75) en ECLI:NL:HR:2014:330. Belanghebbende kan na verwijzing niet alsnog (voor het eerst) een beroep doen op het ontbreken van een nieuw feit (art. 16 AWR). Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel o
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 april 2015, nrs. 14/00347 en 00348, ECLI:NL:GHSHE:2015:1515. Belanghebbende was gedurende de jaren
Geen nieuw feit. Kwade trouw adviseur toe te rekenen aan belanghebbende. Belanghebbende beschikte niet over een beschikking in de zin van artikel 6.8 lid 3 Wet IB 2001 en heeft dus geen recht op aftrek van het verlies op beleggingen in durfkapitaal.
In geschil is of de navorderingsaanslagen en de vergrijpboeten terecht, en zo ja, tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Voorts is in geschil of de heffingsrenten terecht en tot de juiste bedragen in rekening zijn gebracht.
Aansprakelijkstelling. Het beroep op de disculpatiebepaling van art. 40 lid 6 IW slaagt niet. De in het arrest HR, BNB 2014/204 geformuleerde bewijsregel is niet van toepassing, aangezien i.c. geen sprake is van een situatie waarin de BV ten tijde van de vervreemding van de aande