Inkomsten uit carrouselfraude, omkering en verzwaring bewijslast. Belanghebbende heeft over 2013, 2014 en 2015 geen aangiften IB/PVV en Zvw gedaan. Voor 2013 en 2014 was hij niet uitgenodigd maar voor 2015 wel. De inspecteur maakt voor 2013 en 2014 niet aannemelijk dat het belang
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; inkoop en schenking van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren. Omvang vervreemdingsvoordeel. Artikel 4.17c Wet IB 2001; doorschuiffaciliteit; duurzaam overtollige liquide middelen. Artikel 7:10, lid 4, Awb; enkele instemming van belangh
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het resultaat uit overige werkzaamheden in de aanslag IB/PVV 2017 te hoog is vastgesteld. Naast de hoogte van het resultaat uit overige werkzaamheden zijn omkering en verzwaring van de bewijslast, de aanwezigheid van een nieuw feit,
Is de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR van toepassing? Indien de verlengde navorderingstermijn van toepassing is, is in geschil of de betaalde factoring fees onzakelijk hoog zijn en of het onzakelijke deel van de betaalde factoring fees moet worden aa
Eiser heeft voor het jaar 2016 geen aangifte voor de inkomstenbelasting ingediend. De inspecteur heeft niet binnen de reguliere aanslagtermijn van drie jaar na afloop van het belastingjaar, in dit geval uiterlijk op 31 december 2019, een definitieve aanslag opgelegd. De inspecteu
Het hof is van oordeel dat het voorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb niet is geschonden Verder acht het hof aannemelijk dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR, dat belanghebbende naar nationaal recht en op grond van de tussen Nederland en Z
VPB. Navorderingsbevoegdheid. Omkering en verzwaring van de bewijslast.
Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2008 tot en met 2012 opgelegd. Bij de (navorderings)aanslagen IB/PVV zijn bij beschikking ook boeten opgelegd. Naar h
Art. 5:1 Awb. Art. 67e AWR. Par. 2(6) BBBB. Deelnemersboete. Feitelijk leidinggeven. Medeplegen. Toestemmingsvereiste. Opzet. Grove schuld. Deelnemersboete opgelegd aan belastingadvieskantoor in verband met de heffing van vennootschapsbelasting 2011 van Guernsey limiteds. Belangh
Art. 8.42 Awb; art. 16 Awr; art. 6.39, 3.119a, 6.17 Wet IB 2001. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Ambtelijk verzuim. Nieuw feit. Giftenaftrek aan een instelling, aftrek hypotheekrente en specifieke zorgkosten.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in een zaak waarin de Inspecteur ten onrechte in een informatieverzoek aan Jersey heeft aangegeven dat er sprake was van ‘criminal tax matters’. Gevolgen voor de rechtmatigheid van de opgelegde informatiebeschikkingen? Heeft de Inspecteur ten
Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2012 giften aan een instelling opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de aanslag conform de aangifte vastgesteld. Nadien heeft de Inspecteur de aftrek teruggenomen met een navorderingsaanslag. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur
Na verwijzing. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. De inspecteur hoefde niet in redelijkheid te twijfelen aan de juistheid van enig in de aangifte opgenomen gegeven, omdat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid beston
Na verwijzing. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. De inspecteur hoefde niet in redelijkheid te twijfelen aan de juistheid van enig in de aangifte opgenomen gegeven, omdat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid beston
Belanghebbende heeft in zijn aangiften IB/PVV 2012 tot en met 2014 giften aan een stichting opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften na de door belanghebbende verstrekte bankafschriften en giftkwitanties voor 2012 en 2013 in aftrek toegestaan en voor 2014 niet. Ove
Verwijzingszaak na HR 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:328. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor (gewoonte)witwassen. De Inspecteur legt over het jaar 2010 een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op in verband met van misdrijf afkomstige inkomsten. Het Hof oor
VPB. Navordering. Nieuw feit? Fiscale eenheid. Onbetaald gebleven schulden ontbonden dochtermaatschappijen. Heeft navordering in verband met vermogensvermeerdering in juiste jaar plaatsgevonden? Vergrijpboete.
Inkomstenbelasting; art. 16 AWR; art. 3.92, lid 4, Wet IB 2001; nieuw feit?; terbeschikkingstellingsregeling; aanslagregeling aanhouden in verband met stand van boekenonderzoek bij echtgenoot?
De Inspecteur maakt aan de hand van de door hem opgemaakte kasopstellingen en de kasverschillen die daaruit voortvloeien aannemelijk dat belanghebbende inkomsten heeft genoten die niet zijn aangegeven. De verklaringen die belanghebbende geeft voor de door de Inspecteur geconstate
Inkomstenbelasting, navorderingsaanslag. Geen sprake van nieuw feit. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt.
Navorderingsaanslag, verzuimboete. Sprake van een niet aangegeven bron van inkomen. Belanghebbende heeft niet de vereiste aangifte gedaan; hij moet hebben beseft dat het niet opgeven van de inkomsten verband houdende met het gewoontewitwassen tot gevolg had dat hij een onjuiste,
Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2016, nr. 15/01535. Deze procedure maakt deel uit van een cluster van
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05639), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05636), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Inkomstenbelasting. Art. 3.92 Wet IB 2001; art. 16, lid 1, en art. 67e, lid 1, AWR. Naar buitenlandse bankrekening van vennootschap overgeboekt bedrag terecht aangemerkt als door belanghebbende genoten bate. Het opzettelijk niet vermelden daarvan in de aangifte levert zowel kwade